Vrije markt blijkt ramp voor het milieu

Het milieu heeft de laatste jaren veel schade opgelopen zonder dat het paarse succes wankelt. Volgens Wouter van Dieren komt dat doordat het publiek wordt misleid over de feiten.

Het afgelopen jaar stond behalve in het teken van de paarse successen ook in de schaduw daarvan. Daar vinden we de aanslagen op het milieu, de steeds veranderende Schipholcijfers, het vastlopen van het verkeer, op de weg en het spoor, de Fokkernaweeën, de varkenspest en de beursfraude. Schijnbaar is er geen verband tussen deze gebeurtenissen, maar dat is er wel. Het merkwaardigste is wel dat er veel misgaat zonder dat het paarse succes ook maar één moment lijkt te wankelen. Kennelijk is het in het televisietijdperk mogelijk om zo aan beeldvorming te doen dat uiteindelijk alles verkleurt en paars of roze wordt.

Deze beeldvorming staat onder regie van een nieuwe ideologie, die niet als zodanig, doch eerder als het uiteindelijke doel van het menselijke streven wordt gezien: een wijdverspreid geloof in de zegeningen van de vrije markt. Wij zijn terechtgekomen in een casino-economie, een namaakwereld van glitter en rijkdom aan een geglobaliseerde roulettetafel.

Een der prominente woordvoerders ervan is E. Bomhoff, die er geen genoeg van krijgt om alle kritiek op de ideologie te parkeren in de hoek van de reactie, in zijn herhaalde pleidooien voor de vrijlating van het 'global casino'. Eind vorig jaar schreef hij in zijn column bijvoorbeeld dat de klimaatsverandering niet is bewezen, dat de aarde niet warmer wordt, maar wellicht zelfs kouder, en dat van de verzuring en de rampvoorspellingen van de Club van Rome niets meer wordt vernomen. En dat alles om zijn opvatting te schragen dat de wereldenergieprijzen omlaag moeten.

Het is een oud gegeven dat economie geen wetenschap is, maar dat veel economen niet willen begrijpen dat hun constructie voor de volle honderd procent bungelt aan de biofysiologische processen van de planeet. Want wat zijn de feiten?

Bomhoff citeert anonieme wetenschappers die volgens hem bewijzen in handen hebben dat global warming niet bestaat. In werkelijkheid is die groep niet alleen heel klein, maar ook volstrekt ongeloofwaardig. Kenmerkend voor hun gedachtegang is dat een paar graden temperatuursverandering per eeuw te vergelijken zou zijn met het hoogteverschil in het middelgebergte. Als het bij het NAP 15 graden Celsius is, dan is het in de Eiffel 12 graden. Dat stelt niets voor.

Het gaat echter niet om die paar graden of om een trui meer of minder. Het broeikaseffect manifesteert zich sinds ongeveer vijftien jaar vooral door het effect van de destabilisering. Vrijwel alle klimatologische records van de laatste 150 jaar zijn in deze laatste vijftien jaar gebroken. De frequentie van stormen, orkanen en overstromingen is groter dan ooit. Aardverschuivingen en modderlawines, winters in Mexico en op het Arabische schiereiland, extreme hitte, extreme droogte, extreme regenval. Voor het eerst in 150.000 jaar heeft het in 1997 op de noordpool geregend, en op de zuidpool zijn delen van de permanente ijskap gaan smelten.

De jaarlijkse economische schade van het broeikaseffect bedraagt enkele honderden miljarden dollars, en de grote herverzekeraars hebben er hun handen vol aan. Maar het is nog maar het begin. Het broeikaseffect kan voor Nederland betekenen dat de golfstroom van richting verandert, of van temperatuur, of beide. Je krijgt dan hier een landklimaat, vergelijkbaar met dat van Polen, of een arctisch zeeklimaat zoals dat van Noord-Noorwegen. Steden, landschap, vegetatie, landbouw, transport of mensen zijn daartegen niet opgewassen. Dat proces is nu aan de gang, geleidelijk maar wel heel duidelijk. Het blije Elfstedengevoel zal ons spoedig niet meer zo gemakkelijk vallen.

Dat Bomhoff nooit meer iets van de verzuring verneemt en dat ook de doemboodschap van de Club van Rome bewezen flauwekul zou zijn, heeft hij al eerder geschreven. Maar ook hier zijn de feiten anders dan hij denkt. De verzuring neemt nog steeds toe; de economische schade aan de bebouwde en de landelijke omgeving bedraagt zo'n tien miljard per jaar.

De Club van Rome voorspelde in 1972 dat de wereld tegen 2050 zou geraken in een toestand van 'overshoot and collapse'; maar Bomhoff weet nu al wat er in 2050 níet zal gebeuren. Helaas voor hem halen de feiten ons nu al in. Ten opzichte van 1972 is de wereld er niet op vooruitgegaan, en de statistieken bewijzen het. De door Bomhoff genoemde explosie van de malaria komt niet door slecht waterbeheer, zoals hij gelooft. De farmaceutische bestrijding is aan het eind van zijn levenscyclus gekomen, evenals de chemische. Overal ter wereld worden biologische buffers vernietigd door technici en economen die niet willen weten dat zij daarmee de navelstrengen van de samenleving doorsnijden. Wereldwijd lijden 1,2 miljard mensen honger, hebben 2 miljard mensen geen veilig drinkwater en zitten 1,6 miljard mensen zonder sanitaire voorzieningen. Alleen al in Duitsland lijdt 40 procent van de bevolking aan nieuwe allergie- en immuunziekten die het gevolg zijn van milieuverstoringen. In Nederland staat 62 procent van de bevolking bloot aan ernstige geluidhinder, terwijl drie miljoen mensen schade ondervinden van de luchtvervuiling. En per jaar gaan er circa 30.000 planten- en diersoorten verloren.

Er bestaat geen twijfel over de oorzaken van dit alles: hebzucht, overexploitatie en het unieke vermogen van de mens om extreem dom te zijn. De milieuwetenschap (en de milieubeweging) is niet tegen de economische groei, zoals Bomhoff denkt, maar wel tegen dit Danteske trio eigenschappen. Noch de groei, noch de veelbejubelde vrije markt heeft ene snars bijgedragen aan het oplossen van de problematiek. Als in Indonesië of Maleisië 5 procent economische groei wordt gemeten, zegt dat niets over het bestrijden van de armoede of over extra geld voor het milieu. In de commandotorens voor de laatste aanval op de natuur die de skyline van Jakarta en Kuala Lumpur domineren wordt niet aan inkomensverdeling gedaan.

De redeneringen van Bomhoff zijn gemeengoed in die kringen waar de vrijemarktideologie zich momenteel zo luidruchtig en in smoking gekleed manifesteert: de beursvloer, de economenfaculteiten en aan andere neoliberale stamtafels. Het milieu is in een vrije politiek val geraakt, al maken alle partijen zich nerveus over de terugslag daarvan op de verkiezingen. Men wil Schiphol alle ruimte geven, maar wel binnen milieugrenzen, wat een contradictio in terminis is. Men is voor de vrije markt, maar subsidieert de wereldluchtvaart voor zo'n 900 miljard dollar per jaar. Men wil de landbouwprijzen vrijgeven, maar schenkt de varkenshouder vier miljard gulden.

De milieuschuld van Nederland bedraagt ongeveer 2.000 miljard gulden. In de nationale begroting komt dit bedrag niet voor, terwijl het hier gaat om verloren productiefactoren, waarvoor iedere accountant een voorziening hoort te treffen.

Ik geloof niet in het poldermodel of het paarse succes. De vrolijke stemmen die over de FM de files melden, symboliseren het decadente karakter van de paarse zelfingenomenheid en de volstrekte mislukking van de moderne casino-economie. Met behulp van de verglitterde beeldbuis is het mogelijk gebleken om dit casino als mondiaal feest te verkopen en de werkelijkheid te verstoppen. De paarse triomfmars is de muziek van een houseparty, gespeeld door benevelden en met managementconsultants aan de knoppen.