Vorming kabinet Antillen een lastige puzzel

De verkiezingen voor de Staten van de Antillen zitten erop. De vraag is nu welke coalitie van de vele, kleine, partijen een nieuwe regering kan vormen. Doordat de huidige coalitie een gevoelig verlies leed, wordt dat nog lastig. Gouverneur Jaime Saleh is intussen begonnen met overleg met de politieke partijen die de 22 zetels in het nieuwe parlement hebben veroverd.

WILLEMSTAD, 3 FEBR. Met een toespraak vol vuur moedigde premier Miguel Pourier van de Antillen vrijdagavond na de verkiezingen de aanhangers van zijn Partido Antia Restruktura (PAR) aan tot meer enthousiasme, maar van een overwinningsroes was in het PAR-kamp geen sprake.

Weliswaar bleef de PAR bij de parlementsverkiezingen met vier zetels de grootste partij van de Antillen, maar ze was ook vier zetels kwijtgeraakt. En die halvering deed zichtbaar pijn. Pourier kreeg vier jaar geleden massale steun voor zijn nieuwe politiek om de Antillen bijeen te houden, maar zijn bezuinigingsbeleid is niet populair gebleken.

Met het resultaat van deze Statenverkiezing voor ogen zal menig PAR-aanhanger hebben teruggedacht aan de breuk in de partij, zo'n drie jaar geleden. Toen trad het Statenlid Domingo Poulo, afkomstig uit de vakbeweging, uit de fractie van de PAR om als onafhankelijk parlementariër verder te gaan. Poulo en zijn achterban konden zich niet verenigen met het beleid van het kabinet-Pourier, dat niets van stakingen moest hebben en zich in hun ogen nauwelijks iets aantrok van het lot van de werkende klasse.

De 'afgesplitsten' vormden vorig jaar een nieuwe partij, de Partido Laboral Krusada Popular (PLKP), onder leiding van Errol Cova. Deze debutant boekte een verrassend goed resultaat: met drie zetels werd hij de winnaar van de Statenverkiezingen.

Het vertrek van Poulo en de zijnen vermocht overigens niets te veranderen aan Pouriers strategie. De premier volhardde onverstoorbaar in wat hij noemde “onvermijdelijke saneringen bij de overheid, het afstoten van rijkstaken en de invoering van zes procent omzetbelasting”, om de verkommerde economie weer op de been te helpen. Pourier, die als integer bekendstaat, is vastbesloten het financieel-economisch beleid structureel aan te pakken, maar hij zal nog voortvarender te werk moeten gaan om Nederland en het Internationaal Monetair Fonds tevreden te stellen. Minister Voorhoeve van Antilliaanse en Arubaanse zaken heeft gisteren in het Algemeen Dagblad Pourier al aangemoedigd om de inning van belastingen en invoerrechten veel strenger aan te pakken, want het begrotingstekort loopt op tot een voor de Antillen astronomisch bedrag van 260 miljoen gulden. Errol Cova, die zich met zijn KPLKP tegen de PAR van Pourier heeft gekeerd, is van mening dat Nederland, en in het bijzonder minister Voorhoeve van Antilliaanse Zaken, zich niet moet inlaten met de interne, politieke zaken van de Nederlandse Antillen. “Voorhoeve heeft hier niets te vertellen. Laat hij er alvast voor zorgen zijn eigen positie bij de komende verkiezingen in Nederland veilig te stellen”, zei Cova gisteren. “Als onze partij eenmaal in het parlement is vertegenwoordigd, zullen wij ervoor zorgen dat dit soort zaken onmiddellijk worden stopgezet”, aldus Cova.

In de eerste ambtsperiode van Pourier is de koopkracht van de bevolking gekelderd. Daarmee joeg hij 'de gewone man' op de Antillen en een aantal politieke partijen tegen zich in het harnas. Met de voor hem teleurstellende uitslag van de Statenverkiezingen voor ogen heeft Pourier zich vooralsnog terughoudend opgesteld. Hij heeft gisteren laten weten dat hij niet beschikbaar is als informateur. Het lijkt hem “niet opportuun” zich al in de voorbereidende fase met de formatie van een nieuw kabinet te bemoeien. Pourier zei dat er nog veel werk verzet moet worden voordat het huidige kabinet terugtreedt. De nu demissionaire premier is met vier zetels weliswaar de leider van de grootste partij gebleven, maar het zal nog een hele puzzel worden om een nieuwe regering te vormen die kan steunen op de meerderheid van het 22 leden tellende parlement.

Er zijn verschillende mogelijkheden. Pourier kan rekenen op de sociaal-democratische MAN van Don Martina (twee zetels). Maar verder? Zijn oude vrienden van de PLKP staan niet te dringen, de Partido Nashonal di Pueblo (PNP, drie zetels) is zijn grootste vijand en leider Anthony Godett van Frente Obrero Liberashon (FOL, twee zetels) heeft laten weten “onder geen beding” met de PAR te willen regeren.

De kiezers hebben de politici met een lastig probleem opgezadeld. Het ziet ernaar uit dat een meerderheid alleen gevormd kan worden met steun van buiten Curaçao, maar dat is ook niet gemakkelijk. Op Sint Maarten won de DP van wijlen Claude Wathey twee van de drie zetels, maar die partij zat de afgelopen vier jaar in de oppositie. Op Bonaire, goed voor drie zetels, was de PDB van Jopie Abraham de grootste partij. De PDB maakte deel uit van de coalitie. Kortgeleden heeft ze Pourier echter de rug toegekeerd.

Intussen doen de eerste geruchten de ronde over een blokvorming van PNP, PLKP en FOL. Samen hebben deze partijen op Curaçao meer zetels (8) dan de PAR en zijn huidige coalitiegenoot MAN (6). Vinden de drie elkaar, dan bestaat de kans dat partijleider Suzy Römer van de PNP premier wordt.

De vraag is gewettigd of het Antilliaanse volk daar nu gelukkig mee mag zijn. Het bewaart slechte herinneringen aan de kabinetsperiode 1990-'94, toen de PNP samen met de FOL als kleine partner het land regeerde. Onder minister-president Maria Liberia-Peters (PNP) - de afgelopen weken lijstduwer - en minister van justitie Römer verzeilde het land toen in een ernstige financiële malaise.

In verwoede pogingen de economie op te krikken ging het kabinet-Liberia veel te grote financiële verplichtingen aan, in het bijzonder in de toeristensector. Aan het einde van de rit hadden de Antillen een schuldenlast van 2,5 miljard gulden. Met de deviezenvoorraad, die van groot belang is voor de eilanden omdat veel producten voor binnenlandse consumptie uit het buitenland moeten komen, was het bar slecht gesteld. De PNB en met name Römer kwamen destijds bovendien in opspraak, omdat ze betrokken zouden zijn bij onder meer wapenhandel.

De Antilliaanse kiezers konden vrijdag kiezen uit een recordaantal partijen. Op Curaçao waren er het 14, op de andere vier eilanden samen 16. Dat komt neer op 30 partijen op een bevolking van 200.000 inwoners. Wie een partij wilde oprichten, had daarvoor als gevolg van een wijziging van het kiesreglement niet meer dan 25 handtekeningen nodig.

De vele kleine partijen spraken de kiezer echter allerminst aan. Zo haalde de PURU op Curaçao 39 stemmen en op Sint Maarten kwam de ANM niet verder dan 15 stemmen. Het verdient wellicht aanbeveling het oude kiesreglement weer te hanteren. Dat schrijft voor dat een nieuwe partij een aantal handtekeningen moet verzamelen dat gelijk is aan ten minste één procent van de geldige stemmen bij de vorige verkiezingen.