Voorloper heropend; Kweekreactor Superphénix nu echt dicht

PARIJS, 3 FEBR. Frankrijk gaat de snelle kweekreactor Superphénix definitief sluiten. Bij wijze van laboratorium voor de verwerking van radioactief afval wordt voorloper Phénix weer in gebruik genomen. Voor ontwikkeling van duurzame energiebronnen wordt meer geld uitgetrokken.

Een ministeriële commissie onder leiding van premier Jospin is gisteren tot deze conclusies gekomen na acht maanden studie. Het voornemen tot sluiting van de omstreden opwerkingsfabriek stond al in de regeringsverklaring die de nieuwe, linkse regering van Frankrijk in juni uitsprak. Sluiting was een voorwaarde voor de Groenen om mee te doen aan Jospins brede, linkse coalitie.

De beslissing werd meegedeeld door minister Strauss-Kahn (financiën, economie en industrie). Minister Dominique Voynet (milieu) was tegen het weer openen van Phénix; zij had dat zaterdag al meegedeeld op het congres van de Groenen, waarvan zij de leider is. Voor -en tegenstanders hebben zich de laatste tijd fel geweerd. De rechtse oppositie spreekt over verspilling. Sommigen roepen het schrikbeeld op van een schaarste aan aardolie die, tegen de tijd dat Superphénix over enige tientallen jaren helemaal ontmanteld is, een snelle kweekreactor hoogst modern zou kunnen maken.

Jospin had ook binnen zijn coalitie rekening te houden met sterke verschillen van opvatting. De communisten hebben samen met vakbonden en regionale belangen organisaties gestreden voor openhouden. De werkgelegenheid van de 2500 à 3000 bij Superphénix betrokken mensen in en rond Creys-Malville (60 kilometer ten zuid-westen van Genève), wordt direct bedreigd. Een pakket van 30 miljoen gulden is beschikbaar gesteld voor herscholing en -plaatsing.

De geschiedenis van Superphénix is vanaf het begin onfortuinlijk geweest. Al vóór in 1977 tot de bouw werd besloten, werd tijdens een massale protestactie op het terrein van de toekomstige installatie een demonstrant gedood door een politiegranaat. Sindsdien is Superphénix, samen met een soortgelijke fabriek in het Duitse Kalkar, centraal doelwit van Europese acties tegen kernenergie geweest. Kalkar ging midden jaren '80 dicht vóór hij af was.

Superphénix was toen, in september '85 net in gebruik genomen. In december '86 bereikt hij zijn maximale productie van elektriciteit, 1200 megawatt, maar in mei '87 leidt de eerste storing tot het stilleggen van de centrale. In '89 en '90 heeft de centrale enige maanden normaal gefunctioneerd. Daarna volgen jaren van groot onderhoud, twijfel en in 1994 de beslissing Superphénix te gebruiken als onderzoeksinstallatie. Van september '95 tot december '96 functioneert hij goed, op vermogens tussen 30 en 90 procent. In december '96 volgt de laatste stillegging.

De Franse Rekenkamer heeft becijferd dat het Superphénix-avontuur (bedoeld om meer plutonium op te leveren dan er in gaat) in 2005 meer dan 20 miljard gulden zal hebben gekost, terwijl de centrale volgens de tegenstanders maar zes maanden op vol vermogen elektriciteit heeft geproduceerd in ruim elf jaar. De ontmanteling zal volgens minister Strauss-Kahn 3,5 miljard gulden kosten. Vooral het onschadelijk maken van de 4800 ton natriumkoeling vergt grote veiligheidsmaatregelen en veel tijd. De Franse regering wil de 'oude' snelle kweekreactor Phénix, die al drie jaar dicht is, de komende zes jaar voor onderzoek gaan gebruiken, maar is van wetenschappelijke zijde gewaarschuwd voor de extreme kwetsbaarheid van die installatie, die ook al een geschiedenis van technische problemen heeft.