Tweede Fase

Ton van Haperen, leraar economie, trekt van leer tegen de tweede fase in het middelbaar onderwijs (NRC Handelsblad, 17 januari). Zijn mening: de vernieuwingen vernietigen het onderwijs. De schuld van dit alles dragen Netelenbos en Ritzen. Zij willen alleen maar bezuinigen.

Zijn beschouwing doet onrecht aan hun beleid. Een van de kritiekpunten op het huidige onderwijs in de bovenbouw van Havo en VWO heeft er betrekking op, dat leerlingen weinig in staat zijn om zelfstandig te werken en te studeren. Een eis die wel wordt gesteld bij het HBO en bij de universiteit.

De tweede fase voorziet in deze eis. Bovendien wordt het niveau van Havo en VWO beter. De politieke consensus over het studiehuis is groot. Je zou verwachten, dat docenten tevreden zouden zijn, omdat zij eindelijk les kunnen geven aan kwalitatief hoogbegaafde leerlingen.

Van Haperens kritiek heeft vooral betrekking op de praktische invoering van de tweede fase. Scholen beschikken niet over studieruimtes. Het ontbreekt bij de meeste vakken aan goed gedocumenteerde bibliotheken voor bronnenonderzoek. Uiteraard moeten hiervoor middelen beschikbaar komen, maar dit mag de invoering van de tweede fase niet verhinderen.

Door zelfstandig werken en studeren komen leerlingen meer beslagen aan bij het vervolgonderwijs. Leermethodes moeten hierop inspelen. Scholen kunnen de oude boeken niet handhaven. Leerlingen willen graag zelf aan het werk. Nieuwe methodes moeten uitdagend zijn, het zelfstandig werken en leren stimuleren, en uiteraard moet de docent de rol krijgen van studiebegeleider. Die uitdaging moeten leraren en schrijvers van methodes op een creatieve wijze aangaan. Het nieuwe lesmateriaal zal fundamenteel moeten verschillen van het oude door de leerling te sturen. Het gaat om een nieuwe langetermijninvestering in het onderwijs. Zo zullen de vernieuwingen het onderwijs niet vernietigen, maar juist stimuleren.