Staatstelevisie Italië blijft in greep van politiek

De Rai, de Italiaanse publieke omroep, slaagt er niet in los te komen van de politiek. De commerciële tegenhangers doen het op alle fronten beter.

ROME, 3 FEBR. De omroepsters zien er niet uit, de techniek gaat vaak mis, de journalisten praten hun partijbaas naar de mond, de spelprogramma's zijn belegen en de lamlendigheid binnen het bedrijf is legendarisch: met de Italiaanse publieke omroep wil het maar niet lukken.

Toen vorig voorjaar een centrum-links kabinet aan de macht kwam, beloofde vice-premier Walter Veltroni, de man die media in zijn portefeuille heeft, een ingrijpende vernieuwing. Er kwam een nieuwe raad van bestuur, met links-culturele kopstukken als de schrijver Enzo Siciliano en regisseur Liliana Cavani. Vorige maand bekenden ze publiekelijk hun onvermogen door af te treden. Ook de politieke nieuwkomers Veltroni cum suis hebben de traditionele reflex om de publieke omroep naar hun hand te willen zetten, niet kunnen onderdrukken. Zonder succes.

De tv-zenders van mediamagnaat Silvio Berlusconi daarentegen doen wat hun baas als rechtse oppositieleider niet lukt: de regeringspartijen verslaan. De commerciële zenders winnen op vrijwel alle fronten. Het journaal van TG5 trekt meer kijkers dan dat van Rai Uno, het vlaggeschip van de staatsomroep. Op twee hoofdthema's van het nieuws van vorige maand kwam de beste verslaggeving en de meeste achtergrond van de commerciële zenders. Zowel de bevrijding van een Sardijnse vrouw die acht maanden ontvoerd is geweest, als de discussie rondom een arts die claimt een kostbare maar effectieve kuur tegen bepaalde vorm van kanker te hebben, zijn veel beter behandeld op de zenders van Berlusconi.

Die claimen nu de ware publieke omroep te zijn, qua dienstverlening en informatievoorziening aan de kijkers. “Wij zijn meer dan ooit de waakhond tegenover andere machten, door onze absolute vrijheid om televisie te maken”, zei Fedele Confalonieri, de president van Berlusconi's tv-houdstermaatschappij Mediaset, vorige maand uitdagend. “Daarom zijn we meer dan ooit nodig voor het land.”

Vanaf vandaag gaat de Rai het opnieuw proberen. Vorige week is een nieuwe raad van bestuur benoemd en vanmiddag zou de hoogleraar rechten Roberto Zaccaria, die ook eerder in de raad van bestuur heeft gezeten, worden gekozen tot president van de Rai.

Buitenstaanders zijn buitengewoon sceptisch. “De Rai is een soort themapark van het oude bestel”, zei de journalist Rodolfo Brancoli, die het twee maanden heeft geprobeerd als hoofdredacteur van het journaal van Rai Uno maar gillend is weggelopen. “Daar is de tijd stil blijven staan”, zei hij. “Alle slechte gewoontes, ondeugden, intriges, subculturen en hypocrisie van de degeneratieve fase van de Eerste Republiek zijn daar in het echt te zien.” Met de Eerste Republiek wordt het oude bestel bedoeld waarin de christen-democraten een halve eeuw lang de dienst hebben uitgemaakt, het laatste decennium met de socialisten als partner in corruptie.

Vroeger was een partijkaart de beste manier om carrière te maken bij de Rai. Dat is nog steeds zo, al is de kleur van de partij veranderd. Het gebeurt openlijk. Brancoli heeft verteld dat van kader wordt bijgehouden bij welke partij of zelfs partijstroming hij of zij hoort. En als een journalist ruzie heeft met een collega, vecht hij dat uit via Kamervragen van een bevriende parlementariër.

De greep van de politieke partijen op de Rai zit ingebakken in de manier waarop de top wordt benoemd: de raad van bestuur wordt aangewezen door de voorzitters van Kamer van Afgevaardigen en Senaat. Het kabinet werkt aan een plan om deze kolos, met 10.000 vaste werknemers en nog eens 15.000 losse medewerkers, ingrijpend te herstructureren. Eén van de drie netten zou moeten worden verkocht en van de resterende twee zou er één helemaal zonder reclame moeten uitzenden. Voorlopig blijft dit toekomstmuziek. Het enige lichtpuntje van de afgelopen jaren, is dat de enorme schuldenlast is gesaneerd, maar dat is ironisch genoeg gebeurd onder een voorzitter die is aangewezen toen Berlusconi premier was.