Smart en geld

Het lot brengt je soms hardhandig in aanraking met werelden waar je liever buiten blijft. Je stapt op je fiets om poezenvoer te halen en wordt wakker op een brancard in een ziekenhuis. Waar ik pijn heb, vraagt een dokter. Overal. Of ik weet waar ik ben, wie ik ben. Mmm. Of ik weet wat er gebeurd is. Nee. U bent van uw fiets gereden. Oh. Er wordt in mijn benen en armen geknepen. Ja, ik voel. En ruikt u dit? Er wordt iets onder mijn neus gehouden. Nee. Kan er iemand gewaarschuwd worden? Graag.

Je gedraagt je op zo'n moment alsof het allemaal min of meer gewoon is. Tijdens de eerste nacht komt een zuster om het uur met een lampje in mijn oog schijnen. Om te kijken of ik er nog ben. Onderzoek en diagnoses volgen, alles met een alledaagsheid waar een verontrustend vertrouwen van uitgaat. Het was, zegt de neuroloog een paar dagen later, een heel harde klap - en na dat 'heel' laat hij een korte stilte vallen. Dan vullen zware medische termen de kamer. Maanden later toont de neuroloog me fotografische scans van mijn hersens. Het is een vreemde gewaarwording om zo in het eigen hoofd te staren. De medicus wijst naar een streepje op de scan. Kijk daar, ziet u? Dat is het litteken. Daar zaten hersens en nu groeit er bindweefsel.

Ondertussen heeft de advocaat 'de tegenpartij' aansprakelijk gesteld. In het begin heeft het iets kinderachtigs, dat 'tegenpartij'. Gaandeweg, door de jaren heen (schadeclaims duren lang) ga je aan die termen wennen. Letselschade, letselplicht, BI-percentage, derving inkomsten en natuurlijk smartengeld - al was dat in het begin nog zonder die pijnlijke tussen-n.

Van dat smartengeld, zo werd al snel duidelijk, moest ik mij vooral niet veel voorstellen. Het is immateriële schade en strikt genomen zijn smart en leed niet in geld uit te drukken. In Nederland derhalve geen 'Amerikaanse toestanden'. Hier geldt 'beter iets dan niets'.

Nu is er de laatste jaren weliswaar sprake van een zekere stijging in het toekennen van smartengelden, maar de tonnen vliegen je hier nog niet echt om de oren. Dat valt op te maken uit de Smartengeldgids, een handzaam driejaarlijks overzicht van recent uitgekeerde smartengelden. Lezing hiervan stemt niet vrolijk. Een jongetje van acht loopt bij een ongeval een zware hersenschudding op en een beenbreuk. Zijn been herstelt niet goed zodat hij voor de rest van zijn leven met een been zit dat 1 cm te kort is. De rechtbank vond 5.000 gulden aan smartengeld rechtvaardig. Daar kan hij later een mooie brommer van kopen.

Een jonge vrouw wordt in haar slaap door haar man met een bijl op het hoofd geslagen. Restverschijnselen: blijvend letsel aan de schedel, gelaat, linkeroor en vingers; hersen- en gehoorbeschadiging, geheugen- en concentratiestoornissen. Aan deze vrouw werd 50.000 gulden smartengeld toegekend.

Wie boven de 100.000 gulden wil komen, moet er wel heel erg aan toe zijn. Merkwaardig is dat een Mercedes E220 in smartengeld uitgedrukt meer waard is dan een leven lang blijvende invaliditeit. En een eenvoudig rijtjeshuis is meer waard dan uw leven. Verlies van het leven staat in Nederland namelijk gelijk aan een bedrag tussen de twee en drie ton smartengeld.

Hoe anders gaat dit in Amerika. Bij een verkeersongeluk vloog de achterklep van een Chrysler open, waarna een zesjarige jongetje uit de auto werd geslingerd en overleed aan een schedelbasisfractuur. Die klep had nooit open mogen gaan, meenden de advocaten van de ouders. Zij betoogden dat er meer dodelijke ongevallen waren wegens slecht functionerende sloten op die Chryslers. De jury stelde de eisers in het gelijk. Aan de ouders werd 20 miljoen gulden smartengeld toegekend. Geschrokken heeft Chrysler besloten bij al deze auto's de sloten te vervangen.

Kijk, denk je dan: het werkt dus wel. En stel nu dat de ouders van het eerstvolgende kindje dat op het fietspad door zo'n opgevoerd scootertje met 70 kilometer de dood in wordt gereden, de fabrikant van die scooter verantwoordelijk stellen. Immers: bromscooters mogen niet opgevoerd worden. Maar omdat het kán, gebeurt het. De detailhandel werkt er graag aan mee. Zo vallen jaarlijks tientallen gewonden en doden op de fietspaden. Stel nu dat het mogelijk is fabrikant en detailhandel verantwoordelijk te stellen, inclusief zo'n claim van 50 miljoen smartengeld? Dan is de kans groot dat scooters in korte tijd niet meer opgevoerd kunnen worden. Daar zorgen de fabrikanten dan wel voor.