Romantisch Rotterdam

Dieuwke Grijpma schreef op 29 januari een boeiend artikel over 'romantisch Rotterdam'. Daarin komt de opmerking voor dat het met het verblijfstoerisme nog niet wil lukken. En de vraag werd gesteld hoe de stad van haar harde, zakelijke imago afkomt.

De vraag is of bezoekers niet door iets heel anders worden afgeschrikt. Ik leid veel studenten rond door de Rotterdamse binnenstad. Altijd is men opgetogen over de wonderschone architectuur die je er kunt tegenkomen. En altijd weer is men verbaasd over de verloedering die overal heeft toegeslagen: je breekt je nek over losliggende of verzakte straatstenen. Overal staan hekken of afrasteringen. Overal zijn dingen verroest, hangen goten los en is verf afgebladderd. Overal lijkt het of er net kleine bombardementen hebben plaatsgevonden.

De stad lijdt niet zozeer onder een imago van harde zakelijkheid, maar vooral onder politici en stemmingmakers zonder hart en ziel voor de stad. Rotterdam lijdt aan bestuurders die al jaren koketteren met troep en rotzooi. Ze associëren dat heel naïef met werk en wederopbouw, omdat ze zelf geen feeling hebben voor datgene wat de stad nu in de eerste plaats ontbeert: een verzorgd uiterlijk, beschaving, allure, een imago van savoir vivre en beminnelijkheid. Maar dat is het linkse stadhuis niet proletarisch genoeg. Het moet op een autosloperij blijven lijken. De romantisch ingestelde verblijfstoerist zoekt het dus elders.