Onderzoek in Utrecht: Harde kern van 300 jonge criminelen

UTRECHT, 3 FEBR. De stad Utrecht kent een harde kern van zo'n driehonderd jongeren die zich herhaaldelijk schuldig maken aan middelzware criminaliteit. Van hen is bijna de helft van Marokkaanse afkomst.

Dit blijkt uit onderzoek dat gisteren door de Utrechtse burgemeester I. Opstelten is gepresenteerd. Vooral in de leeftijd van 12 tot 18 jaar is het aandeel van Marokkaanse criminelen groot. Op die leeftijd blijkt ook meer recidive voor te komen dan in later jaren. In beperkte kring waren de cijfers al bekend, maar politie en justitie hebben nu besloten de gegevens openbaar te maken, om een openbare discussie mogelijk te maken over het probleem. Opstelten sprak van een 'schokeffect'.

Politie en justitie hebben een overzicht gemaakt van de 'hot spots' in de stad, waar jongeren zich schuldig maken aan overlast of middelzware criminaliteit. In het laatste geval gaat het om inbraken in woningen, bedrijven en auto's, geweldpleging, bedreiging, heling en oplichting. Onder meer op basis van 120 interviews met politiemedewerkers zijn de verschillende groepen in kaart gebracht met hun onderlinge relaties.

Het gaat om een harde kern van zo'n driehonderd jongeren, die allemaal in een half jaar tijds minimaal twee zware delicten hebben gepleegd waarvoor proces-verbaal is opgemaakt. Het hoge aandeel van de Marokkaanse jongeren kan onder meer verklaard worden uit het feit dat Utrecht van de grote steden naar verhouding de grootste Marokkaanse gemeenschap heeft. Niettemin wordt het aandeel van de Marokkaanse jongeren in de criminaliteit 'buitenproportioneel' genoemd. De jongerenoverlast concentreert zich vooral in de wijken Zuilen, Kanaleneiland en Hoograven. In Hoograven opereert een groep van zo'n honderd jongeren van 14 tot 30 jaar, van wie 95 procent van Marokkaanse afkomst is. Van hen behoren vijftig jongeren tot de harde kern.

Het onderzoek geeft geen opheldering over de vraag of de jeugdcriminaliteit toeneemt. Er zijn aanwijzingen dat de criminaliteit in de leeftijd van 18 tot 25 jaar afneemt en dat het aandeel van minderjarige daders stijgt. Bovendien is het beleid al enkele jaren gericht op het voorkomen en bestrijden van criminaliteit door minderjarigen, waardoor jeugdige daders eerder in het vizier van de overheid komen. Maar het grote aandeel van minderjarigen in de criminaliteit wordt toch zorgwekkend genoemd, omdat een 'doorschuivingseffect' naar de toekomst kan optreden.

Gemeente, politie en justitie presenteerden gisteren een nieuw actieplan ter bestrijding van de jeugdproblematiek. De energie wordt nu vooral gericht op de 12- tot 17-jarigen. Ook komen er projecten om te voorkomen dat kinderen van 8 tot 12 jaar in aanraking komen met oudere criminelen. Voor de aanpak is jaarlijks vijf miljoen gulden beschikbaar.

Opstelten zei hoge verwachtingen te koesteren over het 'Marco Poloteam', waarbij jongeren worden ingeschakeld bij het toezicht in onder meer winkelcentra.