Omstreden curatele

ZEVEN JAAR NA de Golfoorlog heeft de wereld een paar dingen geleerd: sancties werken niet of nauwelijks, inspecties zijn allesbehalve waterdicht. Na de bevrijding van Koeweit werd Irak niet bezet maar werd het wel onder curatele geplaatst - met een sterke arm in de buurt voor het geval het regime in Bagdad zich tegen de curatele verzette of tot nieuwe avonturen wilde overgaan.

Dit scenario heeft resultaten opgeleverd maar is nu uitgeput. Om tot een definitieve en geloofwaardige vernietiging van alle massavernietigingswapens in Irak te komen is meer nodig. Eigenlijk kan niet met minder worden volstaan dan de absolute medewerking van de heersers in Bagdad. Iedere andere aanpak heeft zijn risico's en sluit sabotage niet uit.

Dat bepaalt het dilemma voor de Verenigde Staten. De Amerikaanse regering laat nog steeds ruimte open voor diplomatie van derden, maar zij gelooft er niet meer in. Zij heeft de ervaring van de aanloop naar de Golfoorlog toen Russische en Franse demarches in Bagdad, bemiddeling door de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en Amerikaanse dreigementen Saddam Hussein evenmin tot inkeer brachten. Het grote verschil is dat er toen een militair haalbaar doel was: het ongedaan maken van de Iraakse overval op het emiraat Koeweit. De vraag is nu of met militaire middelen de zekerheid kan worden verkregen dat Iraaks potentieel voor het vervaardigen van strijdgassen en van epidemieën veroorzakende wapens voorgoed zal zijn uitgeschakeld.

DE AMERIKANEN zinnen ook op iets anders: een harde slag tegen Saddams elitetroepen die niet alleen de plaatsen (de inmiddels beruchte “presidentiële paleizen”) afgrendelen die de VN willen inspecteren, maar die ook zijn regime schragen tegen iedere echte of vermeende dissidentie die ergens maar de kop opsteekt. In 1991 werden die troepen gespaard en Saddam gebruikte ze vervolgens om opstanden van Koerden en shi'ieten neer te slaan. Maar als de Amerikaanse luchtmacht er nu in slaagt de garde te verlammen zou er in Irak een nieuwe situatie kunnen ontstaan. Helaas wel een toestand die meer weg zal hebben van anarchie dan van de nieuwe orde die de VS en de VN nodig hebben om hun doelen te bereiken.

Saddam Hussein is niet de enige grillig-gevaarlijke leider in de wereld. Hij is ook niet de enige leider die over massavernietigingswapens beschikt. Maar hij is wel de enige die ze heeft gebruikt, tegen de Koerden. Tijdens de Golfoorlog heeft hij met raketaanvallen op Israel en op Saoedi-Arabië duidelijk gemaakt dat buurlanden op zijn wraak mogen rekenen. Ook nu weer heeft Saddam gesuggereerd dat aanvallers en hun helpers een speciale behandeling te wachten staat. Saddams onberekenbaarheid, zijn bereidheid om, zoals in de zomer van 1990, va banque te spelen en zijn neiging tot megalomanie - het in brand steken van Koeweits oliebronnen bijvoorbeeld - is voor Washington de belangrijkste reden om opnieuw met militair ingrijpen te schermen.

TEGENOVER DE Amerikaanse aanpak staat die van Russen en Fransen. (De Britten steunen, als het zover komt, de VS militair, de rest van de Europese Unie is muisstil.) Door vroegtijdig voor beperking dan wel opheffing van de sancties te pleiten hadden Moskou en Parijs vorig jaar de indruk gewekt zakelijk belang te willen laten prevaleren boven veiligheid. Inmiddels hebben zij als permanente leden van de Veiligheidsraad Bagdad duidelijk gemaakt dat obstructie van de internationale inspectie ontoelaatbaar is. Nog steeds distantiëren beide mogendheden zich van het Amerikaanse voornemen om militair in te grijpen. Maar nu hun overredingskracht zonder resultaat blijft - een Russische melding dat Irak tot concessies bereid was, werd gisteren in Bagdad onmiddellijk tegengesproken - is de bewijslast dat er nog alternatieven zijn bij het Kremlin en het Elysée komen te liggen.

Anders dan in de laatste fase van de Koude Oorlog ontbreekt in deze crisis de tegenspeler die zijn grenzen kent. Zelfs als Saddam Hussein alsnog inbindt, schept hij slechts een pauze voor een hernieuwde poging tot uitbraak. Zijn persoonlijke geschiedenis maakt dat tenminste aannemelijk. In 1991 heeft de internationale gemeenschap haar kans om aan het verschijnsel Saddam Hussein een einde te maken voorbij laten gaan. Daarvoor betaalt zij nu een hoge prijs. Ook of juist wanneer een militair ingrijpen achterwege blijft.