L. Newbigin (1909-1998); Pleitbezorger van de eenheid der kerken

ROTTERDAM, 3 FEBR. In Londen is eind vorige week de Noord-Engelse theoloog Lesslie Newbigin op 88-jarige leeftijd overleden.

Newbigin behoorde tot de grote christelijke denkers van de tweede helft van de 20ste eeuw. Op het gebied van de christelijke zending (missie) heeft hij een grote en verdienstelijke rol gespeeld. Ook streefde hij krachtig naar een vermindering van de verdeeldheid tussen de kerken.

Lesslie Newbigin werd in 1909 in Newcastle geboren. Het bedrijf van de familie leek zijn voorbestemming, maar tijdens zijn studie theologie in Cambridge werd hij actief in het christen-studentenwerk dat destijds - ook in Nederland - een belangrijke plaats innam bij de vernieuwing van het kerkelijk leven. Hij raakte daarbij zo betrokken, dat hij zich ten slotte fulltime aan deze zaak wijdde.

In 1936 werd hij aangesteld als predikant van de Schotse presbyteriaanse kerk en stuurde de kerk hem als zendeling naar Madras in Zuid-India.

Hij leerde er de inheemse taal spreken en was een van de 'founding fathers' van de verenigde kerken van Zuid-India. In 1947 werd hij benoemd tot bisschop van de Church of South-India (CSI).

Newbigin was niet alleen een gedreven zendingsman, maar ook een hartstochtelijk oecumenicus, bevorderaar van eenheid tussen de kerken. De verenigde kerk van Zuid-India die onder meer door hem tot stand was gebracht, stond geruime tijd model voor het idee van de Wereldraad van Kerken voor kerkelijke eenheid.

Toen de Wereldraad vijftig jaar geleden in Amsterdam werd opgericht, was bisschop Newbigin daarbij aanwezig én betrokken. De eerste secretaris-generaal van de Wereldraad, de Nederlander W. Visser 't Hooft, was een van zijn beste kerkelijke vrienden. Ze deelden de - uit de leer van de Zwitserse theoloog Karl Barth afkomstige - opvatting dat het christelijke geloof primair op Christus georiënteerd (christocentrisch) moest zijn, omdat in hem “alle heil voor de wereld” was te vinden.

Latere oecumenische theologen sloegen een andere weg in en pleitten vooral voor de dialoog tussen de wereldgodsdiensten. Newbigin en diens geestverwanten vreesden dat daardoor de exclusiviteit van het christelijk geloof op de achtergrond zou raken.

Van 1959 tot 1961 stond Newbigin aan het hoofd van de Internationale Zendingsraad in Londen, totdat die werd opgenomen in de organisatie van de Wereldraad van Kerken in Genève. De fusie betekende dat Newbigin deel ging uitmaken van de bureaucratie van het Oecumenisch Centrum in Genève, wat hem niet erg lag.

In 1965 keerde hij terug naar Zuid-India, waar hij bleef tot zijn pensionering in 1974. Eenmaal terug in Engeland vond hij dat zijn werk nog niet voltooid was. Hij vestigde zich in Birmingham, was daar actief was in de binnenstadszending en hij gaf er colleges in de missiologie.

Ook boog hij zich over de verhouding tussen de bijbelse boodschap en de westerse, van oorsprong Griekse, cultuur. Hij stelde scherpzinnig het falen van de westerse (kapitalistische) cultuur aan de orde. Tegendraads voor zijn tijd was ook de manier waarop hij alle ontwikkelingen bestreed die ertoe leiden dat het geloof naar de persoonlijke sector wordt verbannen en als een soort snoepgoed voor de enkeling wordt gezien.

Tot zijn bekendste publicaties behoren zijn autobiografie Unfinished Agenda (1985) en Dwaasheid voor de Grieken (1986) over de verhouding tussen het evangelie en de westerse cultuur.

Met bisschop Newbigin is, vlak voor het vijftigjarig bestaan van de Wereldraad van Kerken dat in september in Amsterdam wordt herdacht, een grondlegger daarvan heengegaan.