Herkomst onduidelijk; Sotheby's stelt onderzoek naar foto's in

ROTTERDAM, 3 FEBR. Het veilinghuis Sotheby's stelt een onderzoek in naar de omstreden herkomst van de hooggekwalificeerde fotocollectie van Helene Anderson, die vorig jaar mei voor ruim 5,5 miljoen gulden in Londen onder de hamer kwam.

De verzameling behoorde niet aan 'Anderson', maar aan Kurt Kirchbach uit Dresden toe, destijds een nazi-partijlid, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung die op 29 januari een onderzoek naar de herkomst publiceerde.

Kirchbach zou in de jaren twintig en dertig foto's hebben aangekocht van onder anderen Man Ray, Moholy-Nagy, Rodtsjenko, Umbo, Albert Renger-Patzsch, Friedrich Vordemberge-Gildeward en Hill-Adamson. Werk dat destijds nauwelijks op waarde kon worden geschat, maar dat nu garant staat voor zeer hoge opbrengsten. De veiling van de 220 opnamen bracht vorig jaar het drievoudige op van de catalogus-schatting.

Sotheby's vermeldde in de catalogus dat de in Bunzlau, Silezië geboren Helene Anderson als welgestelde vrouw geboeid raakte door de fotografie, die zij vooral tussen 1925 en 1932 bijeenbracht. Omstreeks 1995, zo'n 25 jaar na haar dood, zou haar zoon bij toeval de collectie op zolder hebben ontdekt. Hoewel er inderdaad een Helene Anderson heeft bestaan, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung, bleven vreemd genoeg zowel de vrouw als haar collectie ook in fotografenkringen een halve eeuw lang volstrekt onbekend.

De ondernemer Kirchbach verzamelde in diezelfde Anderson-tijd schilderijen van onder anderen Corinth, Nolde en Marc. Bij een bezoek aan de tentoonstelling Film und Foto van de Deutsche Werkbund in 1929, stelde een vriendin hem voor ook eigentijdse fotografie aan te kopen. Het werden in totaal vierhonderd foto's, tentoongesteld in 1932 in Hamburg. Na de opkomst van de nazi's verdween de verzameling in de anonimiteit, vermoedelijk omdat de nazi Kirchbach niet met deze 'entartete' kunst geassocieerd wilde worden.

Pas in april 1945 dook Kirchbach weer op. Wegens zijn nazi-sympathieën vluchtte hij uit Dresden westwaarts voor het oprukkende trekkende Rode Leger. Hij stierf in 1967 en in 1995 kwam zijn vrouw te overlijden in een verzorgingstehuis in Bazel.

Het toeval wil dat de in 1970 overleden Helene Anderson door haar huwelijk destijds de naam Burdack kreeg en dat de directrice van het Zwitserse verzorgingstehuis waar Kirchbachs weduwe stierf, eveneens Burdack heet. Mogelijk besloot de weduwe Kirchbach de collectie destijds te schenken aan het tehuis, mogelijk werden haar foto's door een van de Andersons gestolen. Zowel Sotheby's als de advocaat die de nalatenschap van de weduwe Kirchbach beheert gaan nu op zoek naar de identiteit van de verkoper, die zichzelf Burdack noemt.