Geen barrières voor superfusie in farmasector; Reuzen schuwen gooi- en smijtwerk niet

Nederlandse bedrijven kochten vorig jaar voor 42 miljard gulden buitenlandse bedrijven op. Intussen woedt de fusie- en overname-orkaan onverminderd voort, deze week vooral in de farmaceutische sector. Azië bankroet? Crisis, what crisis?

AMSTERDAM, 3 FEBR. De fusie- en overname-orkaan trekt zich niets aan van kalenders. Alleen met de feestdagen valt het geweld van de internationale strategospelers even stil. Terug op kantoor pakken de managers, de makelaars, de financiële adviseurs, de juristen, de rainmakers en de mannetjesmakers hun lopende zaken gewoon weer op. Azië bankroet? Crisis, what crisis?

Bijna dertig jaar geleden zagen de Britse anti-kartelautoriteiten niets in een overname van farmaciebedrijf Glaxo door concurrent Beecham, maar nu lijken zij voor de superfusie van SmithKline Beecham en Glaxo geen barrières op te werpen. De farmaceutische industrie is, met de telecommunicatie en de financiële bedrijfstak, een van de levendigste sectoren.

Vorige week was de Belgische financiële wereld het toneel van een fusie van vier partijen. De Lichtensteinse vermogensbeheerder LGT werd voor 3 miljard gulden verkocht aan een Amerikaanse concurrent. In Londen zijn maar liefst drie partijen in de markt om een groot elektriciteitsbedrijf te kopen.

De fusie der farmagiganten is een nieuwe mijlpaal in de wereldwijde wedren om financiële accumulatie waar Karl Marx in de vorige eeuw al een voorgevoel van had. De twee reuzen verdringen Microsoft van de derde plaats als de onderneming die beleggers de meeste waarde toekennen. Alleen twee reuzen uit het ijzer- en staaltijdperk, de Amerikaanse General Electric en Koninklijke Shell, staan nog hoger genoteerd op het lijstje favorieten van de almachtige professionele beleggers, die de (pensioen)besparingen van de vergrijzende bevolking moeten beheren.

De financiële markten in Europa en Amerika beleefden gisteren weer een manic monday, zoals op maandagochtend 13 oktober vorig jaar, toen achter elkaar vijf grote Europese fusies en overnames, waaronder die van Reed Elsevier en Wolters Kluwer, werden aangekondigd. Nu schoot de Britse beurs naar een nieuw record, Wall Street was uitgelaten, terwijl de koersen van de twee fusiepartners 21 procent (Glaxo) en 8 procent (SmithKline) omhoogschoten.

De ontdekking, ontwikkeling en afzet van geneesmiddelen is een van de heetste fusie- en overnamemarkten. Het is een wereld waarin onderzoek en marketing van nieuwe producten miljarden opslorpen, waarin patenten slechts tijdelijk beschermen (maar wel superieure winsten bieden) en waarop een constante druk staat van overheden om de prijsstijgingen voor de consument te drukken. Diezelfde consument leeft langer, en gebruikt langer geneesmiddelen. De pressie op de prijzen gaat gepaard met een formidabele vergroting van de afzetmarkt.

Beleggers betalen op de effectenbeurzen hoge prijzen voor de almaar stijgende winststroom van de farmaproducenten. De grote concerns op hun beurt jagen op kleinere bedrijven met interessante producten in de 'pijplijn'. De koopkracht der giganten, de ambitie van topmanagers om niet achterop te raken bij concurrenten en de inzet van dealmakers die vette provisies kunnen verdienen doen de rest.

Gooi- en smijtwerk schuwen de giganten niet. SmithKline Beecham was in fusiebesprekingen met de Amerikaanse concurrent American Home Products, die ruwelijks langs de kant van de weg is achtergelaten. Twee jaar geleden greep Glaxo concurrent Wellcome, een bedrijf dat immuun leek voor een overname tegen de zin van de directie. Wellcomes bescherming was een pakket van 40 procent van de aandelen, dat in handen was van een stichting voor medische research. Na het vijandige bod (met 40 procent premie boven de beurskoers) vonden de beheerders van de Wellcome stichting dat hun taak beter gediend was met het accepteren van een bom duiten dan met dwarsliggen en de zelfstandigheid garanderen van het erfgoed.

Dankzij de versmelting van de financiële markten kan Nederland zich aan de samenklonteringen niet onttrekken. Als farmabedrijven zoveel waard zijn, moet Akzo Nobel dan nog wel verder gaan met verven en lakken?, zal menig belegger zich gisteren - niet voor het eerst - hebben afgevraagd. Moet Akzo Nobel verder alles verkopen en doorgaan met Organon (met de anticonceptiepil en andere medicijnen)? Of juist Organon aan de hoogste bieder verkopen, en blijven ondernemen in lakken en verf?

Andere bedrijfstakken voelen een vergelijkbare druk. Het doorhalen van nationale regels in de telecomsector en de privatisering van de PTT's ploegt het veld om. De komst van de euro zal tot nu toe nationaal gevormde markten (bank- en verzekeringen voor de massamarkt, detailhandel) onherkenbaar veranderen. Vorig jaar was er, voor het eerst, bijna een evenwicht in de bedragen die Nederlandse bedrijven als ING, VNU, Unilever en Koninklijke Shell in het buitenland spenderen aan overnames (42 miljard gulden), en het bedrag dat buitenlandse bedrijven hier uitgeven (36 miljard). De Duitse detailhandelsgigant Metro kocht Makro; ICI de chemiebedrijven van Unilever.

De buitenlandse kooplust voor Nederlandse waar lijkt nog niet gestild. Tegenover de Nederlandse reuzendoders die in het buitenland toeslaan staan de nationale bedrijven die geen Europese schaalomvang konden bereiken. KNP BT breekt zichzelf in tweeën. BolsWessanen heeft nog een drankendivisie in de aanbieding. Sphinx, Grolsch en KBB zagen expansie over de grenzen mislukken en kwamen de afgelopen maanden terug bij af: lokale partijen in een groot Europa.