ETA wil Madrid dwingen tot concessies

De Baskische afscheidingsbeweging ETA raakt met meedogenloos geweld de achillespees van het democratie in de hoop concessie af te dwingen.

MADRID, 3 FEBR. “ETA probeert ons anti-terreurbeleidondraaglijk te maken. Dit zal een zwaar jaar worden.” Minister van Binnenlandse Zaken Jaime Mayor Oreja wond er gisteren geen doekjes om. De dubbele moord in Sevilla van afgelopen vrijdag is zeker niet de laatste terreurdaad die de Baskische afscheidingsbeweging in petto heeft. Maar Spanje mag zijn hoop niet verliezen: de regering zal niet zwichten en geen concessies doen, met de wet in de hand.

Met zijn oproep probeerde Mayor Oreja - met zijn kalme, weloverwogen optreden veruit de meest populaire minister van het conservatieve kabinet van premier Aznar - de groeiende wanhoop over ETA-terreur te bezweren. Steeds luider vroegen Spanjaarden zich de afgelopen dagen af hoe het in hemelsnaam verder moet met de strijd tegen het terrorisme. Op straat en in de kroeg, bij de praatprogramma's op de radio en tijdens de talloze protestdemonstraties valt behalve woede een groeiende moedeloosheid te bespeuren.

En dat laatste, zo weet de uit Baskenland afkomstige Mayor Oreja, is precies wat ETA wil. De beweging hanteert immers de klassieke terreur-strategie: strak georganiseerd meedogenloos geweld raakt de achilles-pees van een democratisch systeem. Onder druk wordt alles vloeibaar.

Het cynisme van ETA mag daarbij niet onderschat worden, de moordcommando's kiezen hun slachtoffers met zorg. Vorige zomer was het de aanslag op het jeugdige raadslid Miguel Angel Blanco die een golf van afschuw opwekte. Nu is het de 37-jarige loco-burgemeester van Sevilla, Alberto Jiménez-Becerril en zijn even oude echtgenote Ascensión. Een onbezorgd en vrolijk model-echtpaar -hij carrière-politicus, zij een juriste werkzaam bij de rechtbank - ouders van drie jonge kinderen, beiden geliefd in brede kring. Ballistisch onderzoek rechtvaardigt de verdenking dat Ascensión doelbewust werd omgebracht en niet omdat zij zich tegen de moordenaars van haar man zou hebben verzet, zoals aanvankelijk werd aangenomen.

Net als ETA in het begin van de jaren tachtig met een golf van geweld trachtte de pas aangetreden socialistische regering van ex-premier Felipe González tot wanhoop probeerde te brengen, is het nu de vuurproef voor de conservatieve Partido Popular van premier Aznar. Doel is daarbij de regering murw te maken en aan de onderhandelingstafel te dwingen.

Dat laatste is evenwel weinig realistisch. Achter zijn beheerste optreden verbergt Mayor Oreja de vaste wil om zonder enige concessies ETA te demoraliseren en op zijn beurt de ruggegraat van ETA te breken. Daarnaast combineert de regering dit - evenals zijn socialistische voorgangers - met een strategie om steeds meer concessies te doen aan de Baskische regioregering die wordt overheerst door de “gematigde” Baskisch-nationalistische PNV.

Dat betekent evenwel niet dat de geweldsstrategie van ETA niet zijn vruchten afwerpt. Na iedere aanslag volgt steevast het ritueel dat alle democratische politieke partijen het voornemen uitspreken om nu eindelijk alle meningsverschillen opzij te schuiven en gemeenschappelijk een vuist te maken tegen ETA. Om vervolgens - doorgaans even nadat de slachtoffers begraven zijn - elkaar andermaal in de haren te vliegen.

Ook dit maal werd het vaste patroon gevolgd. Vermoedelijk tot grote vreugde van ETA vloog de Partido Popular gisteren de socialistische PSOE in de haren, naar aanleiding van een incident tijdens de zitting van de gemeenteraad van de Baskische stad San Sebastián. Volgens het vaste ritueel hadden aanhangers van Herri Batasuna - de politieke tak van ETA - portretten van hun inmiddels in het gevang verblijvende politieke leiders en terroristen in de raadszaal geplaatst. Na de moordaanslag van afgelopen vrijdag werd dit beschouwd als een provocatie, waarvan de portee de collega-raadsleden van de Partido Popular niet ontging. Deze stapten woedend op, toen bleek dat de portretten-galerij niet verwijderd werd. “Ze kunnen me in de rug schieten, dat is makkelijk, maar ik verdraag niet dat ze me in mijn gezicht uitlachen”, aldus de geëmotioneerde woordvoerder María José Usandizaga voor haar vertrek uit de zaal. Even later werd de socialistische burgemeester in felle bewoordingen ervan beschuldigd dat hij kennelijk minder respect had voor een democratische medepartij dan voor de politieke handlangers van een terreur-bende.

Het incident voedt in hoge mate de irritatie bij de socialisten, die zelf dertien jaar lang doelwit nummer één van ETA waren en geen lesje nodig hebben van hun conservatieve tegenhangers. De socialisten riepen gisteren op tot eenheid en “discretie” waar het mogelijke meningsverschillen betreft. Maar binnenskamers wordt gemopperd dat de Partido Popular de slachtoffers van de afgelopen maanden publicitair uitbuit voor electorale doeleinden. “ETA vermoordt raadsleden van de PP niet vanwege een doeltreffend kabinetsbeleid, maar omdat ze tot de regeringspartij behoren”, aldus socialistische woordvoerder Eguiagaray gisteren.

Intussen is het een kwestie van tijd voordat de politieke verdeeldheid verder wordt aangezwengeld door de Baskisch-nationalistische PNV, de grootste partij binnen de regeringscoalitie in de regio Baskenland. Zoals gebruikelijk hield de nationalistische leider Xavier Arzalluz zich de afgelopen dagen opmerkelijk stil. Maar de PNV kreeg van vrijwel alle niet-nationalistische partijen te verstaan dat zij hun dubbelzinnige houding tegenover ETA moet laten varen. Het wordt de nationalistische voorman verweten te profiteren van de aanhoudende druk die ETA uitoefent. Het geweld van ETA permitteert de PNV zichzelf te presenteren als de gematigde variant van het nationalisme en het democratische alternatief voor de terreur. De PNV weet zich daarmee in een sterke onderhandelingspositie ten opzichte van de regering in Madrid. De eerste die een oplossing voor de terreur weet “mag zijn vinger opsteken”, repliceerde Arzalluz.

De burger moet vertrouwen hebben in het staatsveiligheidsapparaat, meent Mayor Oreja. De terreur van de afgelopen maanden heeft echter het besef doen groeien dat het onmogelijk is om de circa 25.000 raadsleden en wethouders van de PP door de politie te beschermen. Dat in de conservatieve partij plannen circuleren om particuliere beschermingsdiensten in te huren bewijst dat het vertrouwen in de politie zelfs onder de partijgenoten van de minister zijn grenzen kent.