Een organisch democraat

Het spreekt vanzelf dat Arthur Docters van Leeuwen even uit het lood was geslagen door de mokerslag die de minister van Justitie in de Tweede Kamer op zijn hoofd liet neerdalen, maar wie hem kent weet dat hij niet kleinzerig is. Een minder harde dreun was hem vast liever geweest, maar in beginsel paste die klap wel in zijn ideaalbeeld van de dynamische overheid.

In de Burgemeesterslezing die hij op 3 september vorig jaar in het Stadhuis van Den Haag hield, ontvouwde hij over die dynamische overheid een stelsel van belangwekkende gedachten die tot zijn verdediging zouden moeten strekken voordat hij als zondebok de woestijn in wordt gestuurd. Docters van Leeuwen sprak daar met verve over ondernemende bestuurders die voortdurend blijk gaven van dynamiek en initiatief. Voor de nadelen van zijn eigen systeem had hij wel oog. “Het bestuurlijk risico van dynamiek en initiatief is dat je iemand wordt aan wie fouten kunnen worden toegerekend.” Maar voor dat nadeel wilde hij de voordelen niet laten schieten. Zijn lezing bevatte ook een aantal geestige aforismen, waarvan ik er één woordelijk heb onthouden: “Fouten zijn door de vorm die het publiciteit/politieke bestel heden ten dage heeft aangenomen, zaken met een eigen belang geworden, zoals postzegels of munten.”

Minister Sorgdrager van Justitie moet zware uren hebben doorworsteld voordat zij vorige week publiekelijk het tafellaken tussen haar en Docters van Leeuwen doorsneed. Geen enkele minister doet zoiets met animo en het moet Sorgdrager extra zwaar zijn gevallen, omdat het hier ging om iemand die zij zelf in het zadel had geholpen om het openbaar ministerie in de door haar gewenste richting te reorganiseren, nog afgezien van de politieke geestverwantschap die er tussen hen bestond.

In staatsrechtelijk opzicht was de beslissing van de minister om de voorzitter van het college van procureurs-generaal in het parlement de wacht aan te zeggen niet verrassend. Door met de rechter te dreigen als zij het rapport over procureur-generaal Steenhuis niet 24 uur zouden mogen 'lezen' voordat de Kamer het kreeg, maakten de procureurs-generaal zich schuldig aan schending van het gezag van de minister en dat feit moest de voorzitter van het college van procureurs-generaal wel als eerste worden aangerekend.

Is Docters van Leeuwen daarmee ontmaskerd als Sorgdragers Paard van Troje, zoals sommige media menen? Of als de Raspoetin die de minister aan zijn touwtjes dacht te hebben? Ik heb daar nergens bewijzen van gelezen. Eerder het tegendeel: opvallend veel tegen de persoon gerichte vertogen die niet gedragen werden door argumenten. Docters van Leeuwen wekt in de media een zekere animositeit op, die ongetwijfeld te maken heeft met zijn wat gebrekkige 'contactuele' eigenschappen. Hij heeft niet veel met de media op, althans niet meer dan de media met hem. Over zijn staatkundige opvattingen zegt dat echter niets. En daar valt meer over te zeggen en ook wat beters dan in een deel van de media is gedaan.

Dat neemt niet weg dat Docters van Leeuwen zijn eigen glazen heeft ingegooid. De 'super-pg' heeft een cruciale beoordelingsfout gemaakt door persoonlijke belangen (van Steenhuis, die een arbeidsrechtelijk geschil met de minister had) te verwarren met de institutionele belangen van het college van procureurs-generaal. Die beoordelingsfout zal hem duur te staan komen, maar die fout maakt hem nog niet tot een Raspoetin.

Door zijn enigszins onbeholpen communicatieve vaardigheid mag hij de indruk wekken meer achterdocht tegen de buitenwereld te hebben dan goed is voor een man in zijn functie, maar ik ken hem als een man met een door en door democratische gezindheid. Ook zijn geschriften getuigen daarvan. In de lezingen die hij in de loop der jaren over het openbaar bestuur heeft gehouden, heeft hij zich altijd doen kennen als een vrijzinnig democraat die sterk beïnvloed is door Thorbeckes organische staatstheorie. Ook de minister van Justitie en het openbaar ministerie ontsnappen volgens Docters van Leeuwen niet aan Thorbeckes conceptie van het openbaar bestuur. Staatsrechtelijk mag er geen twijfel zijn wie verantwoordelijk is (de minister), ze vormen een dualistisch verband ('dualiteit'), dat zich heel goed met hiërarchie verdraagt.

“Kenmerk van zo'n dualiteit is, dat zij die erin geplaatst zijn, maar één optie hebben, namelijk overleggen.” Volgens Docters van Leeuwen behoort dat tot onze Nederlandse genen. “Het gemeen overleg zit ons in het bloed en is altijd veel dominerender geweest voor de resultaten van ons maatschappelijk bestel dan het exclusief macht en bevoegdheden toedelen aan de één over de ander.”

Het is moeilijk die vijf maanden geleden uitgesproken zin niet te lezen in het licht van het conflict dat vorige week op een vertrouwensbreuk met de minister van Justitie is uitgelopen. Hetzelfde geldt voor de ironie in de volgende volzin uit dezelfde rede: “Om te voorkomen dat u denkt dat dit betoog wegsterft in zalvende orgeltonen begin ik maar met de stelling dat ik gaarne zou zien, dat in het overleg openbaar bestuur/openbaar ministerie evenveel spanning zou komen te zitten als zich, bijvoorbeeld tussen ondernemingsraad en ondernemer of tussen werknemers en werkgevers voordoet.”

Wie zoveel emoties investeert in de cultuur van het overleggen binnen “de elkaar wederkerig beperkend verbanden” van het openbaar bestuur, kan brokken maken doordat hij op een dag de spanning te hoog opvoert, een Raspoetin kan hij nooit zijn. In Docters van Leeuwen kan ik dan ook geen kwaad zien als ik hem een beetje onvast over het Spui zie fietsen en de echo's hoor van zijn lofzangen op de “oernederlandse kunst van het schikken en plooien”.