Doopceel lichten na de dood

Om fraude met levensverzekeringen tegen te gaan willen verzekeraars het recht om medische dossiers op te vragen na overlijden. Artsen en politici zijn van mening dat de omvang van de fraude niet overtuigend is aangetoond en waarschuwen voor inbreuk op de privacy.

DEN HAAG, 3 FEBR. Niemand verwacht van een verzekeraar dat hij een inboedelverzekering afsluit voor een huis dat al in brand staat. Net zo min willen verzekeraars een levensverzekering afsluiten voor mensen met een ongeneeslijke ziekte of suïcidale neigingen. Vraag is wel: wanneer ontstaat een fatale ziekte en hoe komt een verzekeraar dat te weten?

Uit een onderzoek van het Verbond voor Verzekeraars (VvV) bij een aantal aangesloten levensverzekeraars zou blijken dat er op grote schaal gefraudeerd wordt met levensverzekeringen. Het verbond spreekt over “honderden gevallen en tientallen miljoenen guldens”. Reden voor de verzekeraars om de regels rond levensverzekeringen aan te scherpen.

Per 1 maart dit jaar wil het VvV potentiële verzekerden dwingen een machtiging te tekenen die het mogelijk maakt na het overlijden van een verzekerde inzage te krijgen in het medische dossier. Zo kan gecontroleerd worden of er bij het aangaan van de verzekering al sprake was van een ongeneeslijke ziekte en of er zodoende recht is op uitkering van het verzekerde bedrag. Wie niets te verbergen heeft, stellen de verzekeraars, heeft geen moeite met een dergelijke machtiging.

De verzekeraars zijn niet scheutig met informatie over hun onderzoek. Een woordvoerder van het Verbond zegt desgevraagd dat het aantal sterfgevallen van net-verzekerden drie maal zo hoog ligt als op basis van het landelijk gemiddelde zou mogen worden verwacht en dat ook de verzekerde bedragen significant hoger zijn. Meer geeft hij niet prijs. “Die gegevens zijn vertrouwelijk. We sturen ze deze week naar de minister, maar ze zijn niet bedoeld voor publicatie”, aldus de woordvoerder.

Artsen, verenigd in artsenorganisatie KNMG, en Kamerleden eisen evenwel openheid. D66-Kamerlid R. van Boxtel: “De verzekeraars moeten eerst maar eens inzicht geven in dat onderzoek zodat wij kunnen zien hoe erg de fraude is. Bij levensverzekeringen boven de drie ton mogen ze altijd keuren, dus het gaat om de kleine bedragen”.

Hij meent wel dat, als er sprake van fraude is, die aangepakt moet worden, maar vraagt zich af of het middel dat de verzekeraars voor ogen staat wel het juiste is. “Via een civielrechelijke procedure kan ieder vermoeden van fraude aan de kaak gesteld worden. Dat gaat weliswaar een stuk langzamer, maar ik vind dat zorgvuldigheid in deze boven snelheid moet gaan”.

Ook Minister Borst (Volksgezondheid) heeft zich gisteren in een eerste reactie negatief uitgelaten over het voorstel van de verzekeraars. Ze zegt te twijfelen aan de representativitet van het onderzoek waar de verzekeraars mee schermen. Ook haar is de privacy van de verzekerden een groot goed. “Men dient terughoudend om te gaan met inzage in medische dossiers”, aldus een woordvoerder van de minister.

De artsenorganisatie KNMG vindt het voorstel van het Verbond van Verzekeraars om fraude bij het afsluiten van levensverzekeringen tegen te gaan “disproportioneel”. Volgens hoofd juridische zaken van de KNMG, P. Rijksen, is het niet nodig om voor “een paar gevallen per jaar”, zo'n zware maatregel in te zetten.

De KNMG zegt begrip te hebben voor de wens van de verzekeraars om fraude adequaat te bestijden, maar zij vreest onder meer voor de gevolgen van de regeling voor de gezondheid van de verzekerden. De KNMG denkt dat patiënten nu eerder informatie over hun gezondheid zullen verzwijgen tegenover artsen omdat zij vrezen geen verzekering meer uitgekeerd te krijgen. Rijksen: “Fraude moet bestreden worden, maar dit voorstel gaat echt te ver. Wij vrezen dat mensen niet meer met klachten naar een arts zullen gaan, omdat zij bang zijn dat zij in de toekomst hun uitkering mislopen”, zegt Rijksen. Daarnaast denkt de KNMG dat de verzekeraars de verkregen informatie zullen gebruiken om op termijn nieuwe uitsluitingsgronden voor verzekerden op te stellen. Enkele jaren terug speelde eenzelfde discussie rond het al dan niet melden van seropositiviteit. Ook toen wilden de politiek en de artsen niets weten van een verplichte melding van HIV-besmetting, de verzekeraars echter wel.

De onwil van de artsen om mee te werken aan de informatieverstrekking zorgt volgens de verzekeraars bovendien voor een verslechterde concurrentiepositie. De Belgische verzekeraar CIGNA die op de Nederlandse markt opereert werkte vorig jaar al met een machtiging bij de verzekering van leden van de Diners Club. Dat bleek toen niet in strijd met de Nederlandse wetgeving. Het VvV heeft haar voorstel dan ook gebaseerd op het Belgische systeem. De KNMG voelt zelf meer voor het Franse systeem. In Frankrijk kunnen verzekeraars in geval van twijfel naar de rechter stappen om inzage in het medisch dossier af te dwingen.

Volgens hoogleraar gezondheidsrecht B. Sluyters proberen de artsen hun beroepsgeheim te veel te beschermen en verliezen ze daarbij andere maatschappelijke problemen uit het oog. Sluyters onderzocht afgelopen zomer de door de verzekeraars voorgestelde machtigingsconstructie en kwam tot de conclusie dat het “juist en aanvaardbaar” is om verzekerden tijdens hun leven om een machtiging te vragen waamee inzage in hun medische dossier na hun dood mogelijk wordt. De bezwaren van de KNMG vindt hij dan ook onbegrijpelijk. “Dat heeft te maken met gelijkheid van informatie, dat is hier het uitgangspunt. Als de verzekeraar alle gevallen van overlijden zou moeten laten voorkomen bij de rechter om erachter te komen of er gefraudeerd is, lijkt me dat geen werkbaar systeem”, aldus Sluyters. Het gebruik van de medische gegevens moet echter wel aan banden gelegd worden, meent hij. “Het mag niet leiden tot het opstellen van nieuwe uitsluitingsgronden. Maar daar zijn afspraken over te maken.”

De Registratiekamer, belast met bewaking van de privacy, onderschrijft deze stelling. Er moeten duidelijke beperkende regels gesteld worden aan het gebruik van de medische gegevens en aan het tijdsbestek tussen het afsluiten van de verzekering en het aflopen van de machtiging, stelt een woordvoerder.

Volgende week zullen de artsen het voorstel van de verzekeraars bespreken met minister Borst. Overleg tussen artsen en verzekeraars onderling liep eind vorig jaar vast. Het VvV heeft overigens al laten de plannen hoe dan ook door zullen te zetten. De verzekeraars hebben voor het invoeren van een machtiging geen toestemming nodig van de minister, het betreft immers een afspraak tussen verzekeraar en individuele klanten. De verzekeraars zijn wel bereid om over andere vormen van fraudebestrijding te spreken.