De beste 100

Henk Spaan, die zijn persoonlijke lijst van beste 100 Nederlandse voetballers voor Het Parool heeft samengesteld, erkent volledig dat hij subjectief is te werk gegaan - anders zou de lijst ook niet mogelijk zijn geweest. Hij heeft uiteraard zijn voorkeuren. Vorige week betrapte ik hem op overgrote waardering voor Peet Petersen. Ditmaal koos hij enigszins tot mijn verrassing Cor Veldhoen, een goede linksback van Feyenoord in de jaren zestig en zeventig, als nummer 78.

Wat mij een beetje tegenvalt van de samensteller is dat hij zich af en toe met een geintje afmaakt van zijn verplichting om duidelijk te maken waarom hij iemand op die plaats verkozen heeft. Over Veldhoen deelt hij slechts mee dat die wel eens gewenkt werd door Coen Moulijn om mee naar voren te komen. En als Veldhoen dan het halve veld oversprintte om Coen terwille te zijn, dat Moulijn dan zijn linksback opzettelijk buiten de combinatie hield. Grappig, maar wat voor speler was die Veldhoen om in Spaans Gideonsbende te worden verkozen?

Tscheu-la Ling was blijkbaar meer hennepgebruiker dan voetballer en volgens Spaan vaak “zo stoned als een aap”. Het zal wel naïef van mij zijn, maar als ik aan deze laconieke buitenspeler terugdenk, herinner ik mij hem vooral vanwege zijn fantastische passeerbewegingen. Henk Wery, ooit in Utrecht en Rotterdam tot volle wasdom gekomen, komt op 74 om de hoek kijken, Tscheu-la Ling op 72 en tussen hen in staat Edgar Davids. Een licht ontvlambaar kereltje, maar aanzienlijk beter dan Ling en Wery. Wat er ook wellicht over de mens Davids kan worden gezegd in kritische kanttekeningen, als voetballer is hij een klasse beter dan die beide anderen die zo dicht in zijn buurt zijn geklasseerd. Of zie ik dat verkeerd?

Soms gaat Spaan sterk op andermans oordeel af. Zo heeft hij van trainer Aad de Mos te horen gekregen dat Mick Clavan zo goed kon voetballen. Dat is ongetwijfeld juist, maar dat Clavan met Carel Schuurman en Theo Timmermans een “legendarisch Haags middentrio” heeft gevormd is maar betrekkelijk waar. Ik denk dat een gemiddelde Haagse voetbalkijker van vrij kort na Wereldoorlog II zich eerder de linkervleugel Bertus de Harder-Mick Clavan spelend voor Holland Sport herinnert.

Het is ook moeilijk en dus vaak arbitrair. Zo staat Jaap Stam van PSV op een 80ste positie. Ik kan er vrede mee hebben, want inderdaad is hij zuiver verdedigend nog niet volleerd, maar offensief al heel goed. Coen Dillen, een Eindhovenaar van vrij lang geleden, staat 77ste. In het veld zag je hem zelden aan de bal, hij scoorde niettemin met verbluffend gemak. Geen grote speler om te zien, maar in het seizoen 1956-'57 scoorde hij 43 keer, een record.

Epi Drost ontbreekt evenmin. Spaan heeft onderkend dat hij een uiterst riskant verdediger was die zich gaarne pingelend in zijn eigen strafschopgebied bewoog, maar over dat bezwaar stapte hij heen, want Epi had een geweldig afstandsschot. Een milde opstelling van Spaan, die Ronald Spelbos niet in zijn lijst opnam, maar Hans Eijkenbroek wel. Een bijzonder aardige man, die Eijkenbroek, en hij moet het daarom Spaan week om het hart hebben gemaakt.

Zijn lijst van 80 tot 70 ziet er als volgt uit: Jaap Stam (80), Michel van de Korput (79), Cor Veldhoen (78), Coen Dillen (77), Epi Drost (76), Dick Nanninga (75), Henk Wery (74), Edgar Davids (73), Tscheu-la Ling (72) en Mick Clavan (71). Ik blijf de lijst volgen, maar komend weekeinde beleven we het herbegin van de voetbalcompetitie, dus ik zal niet elke week gelegenheid hebben om deze boeiende classificatie op de voet te volgen.