D66'er Dittrich wil mediahype evalueren

Het Tweede-Kamerlid voor D66 en oud-rechter Dittrich wil dat deskundigen de rol van de pers in belangrijke kwesties gaan bekijken. De bond voor journalisten vindt het idee 'geraaskal'.

DEN HAAG, 3 FEBR. Heeft de pers de afgelopen weken tijdens het rumoer rondom justitie gewoon zijn werk gedaan of was er sprake van een 'mediahype' waar journalisten in hun jacht op primeurs de zorgvuldigheid uit het oog verloren? Dit is nou typisch een vraag voor een nieuw forum dat, als het aan D66-Kamerlid Boris Dittrich ligt, de rol van de pers bij belangrijke kwesties gaat evalueren.

Dittrich, oud-rechter, wil een discussie op gang brengen over de vraag wat journalistiek al dan niet acceptabel is. In een ingezonden stuk vandaag in het dagblad Trouw, getiteld 'Wie bewaakt de waakhond van de democratie', vraagt hij zich af waarom er geen televisieprogramma of krantenrubriek is waarin een forum de rol van de media bij aandachttrekkende gebeurtenissen ontrafelt. Gezagdragers leggen politieke verantwoording af, schrijft Dittrich, “maar aan wie legt de pers verantwoording af?”

Aanleiding voor zijn pleidooi is de rol die de pers heeft gespeeld bij de problemen met justitie in Groningen en het daaropvolgende conflict tussen minister Sorgdrager en de procureurs-generaal. “De pers werd door de wijze van berichtgeving een speler in het conflict”, schrijft Dittrich, die erop wijst dat één van de strijdende partijen “gedacht moet hebben voordeel te halen uit grootschalige media-aandacht”.

“Analyse en beoordeling door een forum van deskundigen kunnen door journalisten, maar ook door politici en ambtenaren ter harte worden genomen”, schrijft hij. “De 'jurisprudentie' van dit forum kan een bijdrage betekenen aan een bezinning, die mij noodzakelijk lijkt. Bezinning over fenomenen als mediahypes, en het lekken van vertrouwelijk informatie. Onderzoeken door de Rijksrecherche om erachter te komen wie gelekt heeft, zijn symptoombestrijding.”

In een toelichting zei het Tweede-Kamerlid vanmorgen dat het forum geen rapportcijfers moet uitdelen, zoals in het televisieprogramma Netwerk met betrekking tot bewindslieden gebeurt. “Er moet achteraf worden geoordeeld op een beschouwende manier. Het gezag dat de forumleden bij hun respectievelijke beroepsgroepen hebben, moet genoeg zijn om mensen aan het denken te zetten.” Dittrich denkt als formumleden aan een gezaghebbende (oud-)journalist, een vermaard jurist en een wijs (oud-)politicus.

Mensen die ontevreden zijn over de wijze waarop over hen wordt bericht, kunnen al om rectificatie vragen, naar de rechter stappen of een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek, een adviescollege dat geen sancties kan opleggen. Maar bij rectificaties of klachten gaat het altijd om de berichtgeving door een bepaalde journalist in een concrete kwestie, luidt het bezwaar van D66'er Dittrich. Ze bieden geen antwoord op een 'mediahype', waarbij vele media betrokken zijn en de pers de uitkomst van de gebeurtenissen beïnvloedt.

Hoe ontstaat zo'n hype? “De eerste slag is een Euro waard. Wie meteen met zijn lezing van de feiten in de publiciteit komt, zet het beeld naar zijn hand. Blijkt later dat feiten anders liggen, dan is het moeilijk dat beeld recht te zetten. (...) De kwestie ontrolt zich al. (...) Betrokkenen moeten snel reageren om erger te voorkomen. De kans is groot dat zij in die mediadruk ondoordacht reageren. Een rel is geboren. Geen medium kan achterblijven. Journalisten buitelen over elkaar heen”, schrijft D66'er Dittrich, die aan het Binnenhof geldt als iemand die vaardig met de pers omgaat.

“Vlak voor de deadline kan belangrijke informatie gelekt worden”, zo beschrijft hij het gebruiken van de pers tijdens 'hypes'. “De journalist wordt voor het blok gesteld: neem ik het nieuwsfeit mee en ben ik de eerste, of begin ik met controleren of het wel klopt. Het risico de primeur te missen is niet denkbeeldig. Politici en ambtenaren speculeren hierop en werken actief mee aan het lekken van informatie, die vaak onvolledig is, want het gaat hen erom zo sterk mogelijk naar voren te komen.”

Bij de voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), A.I. Abram, valt het pleidooi voor een forum niet in vruchtbare aarde. Abram, oud-hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad en oud-voorzitter van de stichting Raad voor de Journalistiek, spreekt van “geraaskal van Dittrich”. Het D66-Kamerlid “klaagt al langer over de rol van de pers die de politiek beschadigt. Toevallig doet hij dat steeds als er weer eens iets met een partijgenoot van hem aan de hand is, meestal minister Sorgdrager”.

Volgens voorzitter Abram biedt de democratie genoeg mogelijkheden om de macht van de media te controleren: de rechter, de Raad voor de Journalistiek en niet te vergeten de kijkers en lezers. Hij wijst erop dat de Raad tegenwoordig ook algemene discussies aangaat. “Enige tijd geleden hebben we bijvoorbeeld een uitgebreid debat georganiseerd over de vraag of de media gebruik mogen maken van gestolen informatie. Dat heeft geleid tot een levendig debat binnen en buiten de journalistiek en is volgens mij precies het soort onderwerp dat de heer Dittrich kennelijk ook aan de orde wil stellen.”