Collectieve vakantie in bouw op de tocht

AMSTERDAM, 3 FEBR. De druk om de collectieve bouwvakantie af te schaffen, neemt langzaam toe. Tweevijfde van de bouwbedrijven verwacht in de toekomst onder druk van opdrachtgevers ook in de zomerperiode de deur open te moeten houden. Het aantal bedrijven dat 's zomers doorwerkt neemt ook toe.

Momenteel sluit driekwart collectief de deur, 5 procent werkt gewoon door en 20 procent doet het met een minimale bezetting. In 1991 ging nog 82 procent van de bedrijven in de zomervakantie een aantal weken volledig op slot. Dit blijkt uit het onderzoek “De bouwvakantie” van het EIB (Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid).

Ruim 40 procent van de bouwbedrijven ervaart de collectieve vakantie als een knelpunt in de bedrijfsvoering. Het grote verlies aan productiedagen noemt 38 procent als een probleem. Het niet kunnen voldoen aan de wensen van de opdrachtgever vindt 32 procent een knelpunt. Een kwart noemt de verhoogde druk op de opleveringsdatum als een belangrijk bezwaar.

Uit het onderzoek blijkt dat de bedrijven elkaar een beetje in de greep houden en daarom niet staan te trappelen de collectieve vakantie af te schaffen. Het zijn met name de grotere ondernemingen die doorwerken. Als hoofdaannemers, onderaannemers, handel en toeleveranciers tegelijk de deuren sluiten, levert dat voor de betrokken bedrijven de minste afstemmingsverliezen op.

Bijna 20 procent van de bedrijven verwacht problemen met de materiaalvoorziening en beschikbaarheid van onderaannemers als zij in de vakantie wel doorwerken. In het verlengde daarvan verwacht 15 procent vertraging en verstoring van het bouwproces. Het EIB concludeert dat het daarom voor bedrijven economisch gezien een rationele beslissing kan zijn met het hele bedrijf tegelijk op vakantie te gaan. (ANP)