Bijbaan wint het van school

De helft van alle scholieren verdient aardig wat bij met een baantje, aldus een recent onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.

UTRECHT, 3 FEBR. In een hoekje van de kantine van het Utrechtse College Blaucapel (950 leerlingen op Mavo, Havo, VWO) staat een groepje leerlingen achter een pilaar. In het tussenuur nemen ze nog even wat Latijnse grammatica door. De helft van hen heeft een bijbaantje. Van het verdiende geld kopen ze dure sportschoenen, gaan ze uit en roken ze sigaretten.

Dirk Saenen, 16 jaar, zit in de vierde klas VWO. Hij rookt een pakje sigaretten per dag, en in het weekeinde vlot twee pakjes op een avond. Voor iedere trek die hij neemt, heeft hij hard moeten werken. Op maandag-, woensdag- en vrijdagmiddag pakt hij cd's uit bij V&D in Utrecht. In totaal staat hij minstens tien uur per week op de cd-afdeling van het warenhuis. Soms wordt hij ook opgeroepen voor een koopavond, of voor zaterdag of zondag. “Als je veel uitgaat zoals ik, moet je wel”, zegt hij.

Voor huiswerk heeft Dirk geen tijd. De drumles op donderdag en de zeeverkenners op zaterdag wil hij daarvoor niet laten schieten. Dirk: “Als het er echt op aankomt, leer ik tot elf uur 's avonds in bed.”

Dit schooljaar zal dat niet meer baten. Bij zeven van de tien vakken staat hij onvoldoende. De toets Frans heeft hij vanochtend leeg ingeleverd. Misschien mag hij die vrijdagmiddag opnieuw maken. “Maar dan kan ik niet, want ik moet werken”, zegt hij laconiek.

Het baart E. Huygen, conrector voor de bovenbouw van Havo en VWO, zorgen dat de school het steeds vaker moet afleggen tegen de werkgevers van de jongeren. Hij hoort vaak van leraren dat zij vermoeide leerlingen meemaken die ook hun huiswerk niet afhebben. “We moeten ervoor waken dat ze school als een tussendoortje gaan beschouwen”, vindt de conrector.

College Blaucapel is geen uitzondering. Uit het Nationaal Scholierenonderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) blijkt dat bijna de helft van alle scholieren (47 procent) na schooltijd of in het weekeinde een extra zakcentje verdient. Dit onderzoek wordt elke twee jaar gehouden onder tienduizend jongeren op meer dan 120 scholen voor het voortgezet onderwijs.

Scholieren werken gemiddeld 8,6 uur per week, jongens iets meer dan meisjes. In 1994 lag het nog onder de zeven uur per week. Ze verdienen daarmee gemiddeld 280 gulden per maand, waarvan 170 gulden direct wordt uitgegeven. Maandelijks geven alle scholieren samen 27 miljoen gulden uit aan kleding, ruim 18 miljoen aan uitgaan (exclusief consumpties) en meer dan 17 miljoen gulden aan alcoholische dranken. De meesten hebben een baantje in een winkel, bezorgen de krant, passen op kinderen, werken in de horeca of bij een boer. Doordat de leeftijdsgrens is versoepeld, werken er nu ook meer 14- en 15-jarigen.

Maar sommige scholieren vinden dat ze niet vroeg genoeg kunnen beginnen met een bijbaantje. Dertien jaar nog maar is Wim Visser (tweede klas Havo/VWO) en hij werkt iedere doordeweekse avond een uurtje in de supermarkt bij hem in de buurt. Tussen zes en zeven zit hij achter de kassa, vult hij de schappen of werkt hij in het magazijn. Aan het eind van de week krijgt hij handje-contantje 37,50 gulden. Ongeveer hetzelfde bedrag verdiende Wim ook al toen hij, acht jaar jong, reclamefolders bezorgde voor de kruidenier.

Zijn schoolwerk lijdt niet onder z'n baantje bij de supermarkt, zegt hij. Maar samen met drie klasgenoten kijkt hij in een van de 'studienissen' nog even in zijn lesboek Frans.

Conrector Huygen vindt dat jongeren te vroeg beginnen met werken. “Laat ze nu eerst maar hun volle aandacht geven aan school, het grote geld komt later wel.” Leerlingen uit de examenklassen van College Blaucapel wordt aan het begin van het schooljaar nadrukkelijk aangeraden geen bijbaantje te nemen. Zij die extreem veel werken, worden er door de leerlingbegeleiders uitgepikt.

Anne Beijl (17 jaar en 6 VWO) moest bij de leerlingbegeleider komen. Dit jaar doet ze examen. Per week werkt ze twee à drie avonden (drie tot zes uur per avond) in een restaurant. In de vakanties werkt ze vrijwel dagelijks. Daarnaast past ze elke dinsdagmiddag vier uur op kinderen. Iedere maand vangt ze zo'n zeshonderd gulden. Bovendien krijgt ze nog tweehonderd gulden kleed- en zakgeld. Ze spaart voor een werkvakantie van acht maanden naar Australië. Maar ze geeft alleen aan sigaretten al honderd gulden per maand uit. “Huiswerk maak ik vaak niet en leren komt op het laatste moment”, bekent ze.

Volgens conrector Huygen kan de school nooit concurreren met de werkgevers. “De leerling heeft verschillende bazen en school is er daar één van. Alleen kunnen wij hun geen salaris bieden”, zegt hij.

Een van de grootste werkgevers van de jongeren zijn de dagbladuitgevers. Kranten kunnen niet zonder de jeugdige bezorgers. J. Gast, secretaris van de Nederlandse Dagblad Pers (NDP) erkent dat een baantje verplichtingen schept en veel tijd van de scholieren vraagt. Maar volgens hem gaan vooral de uren die ze besteden aan uitgaan, sport en tv-kijken ten koste van school.

Terwijl veel scholieren op het College Blaucapel nog les hebben of wat rondhangen, is Dirk Saenen de school alweer vergeten. Bij V&D wachtte een grote vracht cd's om uitgepakt te worden.