Alleen VN mogen paleizen niet in

Irak organiseert uitstapjes naar de 'presidentiële plaatsen' die voor de wapeninspecteurs van UNSCOM verboden terrein zijn. Zo wil Bagdad verwarring zaaien.

AMSTERDAM, 3 FEBR. Het was vorige week, na afloop van de vastenmaand Ramadan, drie dagen lang feest voor de in Irak gestationeerde buitenlandse diplomaten. Zij mochten een aantal paleizen bezoeken van president Saddam Hussein in en buiten Bagdad. Daar wandelden zij onder geleide van hun Iraakse gastheren (onder anderen de minister van Buitenlande Zaken) vrij rond en deden zij zich te goed aan de meest verrukkelijke maaltijden die hun werden aangeboden.

Een van de 'presidentiële plaatsen' die zij bezochten, was een luxueus villapark. Daar werd in september een Amerikaanse inspecteur voor de ontwapening van Irak, Scott Ritter, tegengehouden toen hij een kazerne van de Republikeinse Garde probeerde binnen te gaan. Ritter, die duidelijk iets op het spoor was, werd daarna door de Iraakse overheid als “agent van de CIA” tot ongewenst persoon verklaard.

De diplomaten waren verrukt, hoewel ze niet helemaal begrepen wat het doel van die uitstapjes was. Kennelijk wilde de Iraakse top daarmee nog eens aantonen dat Richard Butler, het hoofd van de door de Verenigde Naties ingestelde Speciale Ontwapeningscommissie voor Irak (UNSCOM), alleen maar leugens verspreid had in dienst van de Amerikanen en de zionisten om een voorwendsel te hebben het Iraakse volk opnieuw aan te vallen. Want volgens de officiële lezing van Bagdad heeft Irak in die 'presidentiële plaatsen', - ook wel aangeduid als 'gevoelige plaatsen' of 'soevereine plaatsen' - niets te verbergen, al mag UNSCOM ze onder geen beding inspecteren.

Na afloop van de uitstapjes vertelden de diplomaten hoe weelderig en indrukwekkend de door hen bezochte plekken waren. Ze hadden inderdaad niets opgemerkt van aldaar verborgen chemische en biologische wapens. Maar daar hadden ze ook geen verstand van. Eén van hen zei even beleefd als diplomatiek: “Ik weet niet wat zij (de Irakezen) van deze bezoeken verwachtten. Maar ik complimenteer hen met hun gastvrijheid.”

De Iraakse overheid lijkt tot een grootschalig toeristisch programma te hebben besloten. De buitenlandse journalisten in Bagdad openden de rij; zij mochten nog vóór de diplomaten naar een aantal 'presidentiële plaatsen'.

En nu hebben de Irakezen alle vijftien leden van de Veiligheidsraad van de VN uitgenodigd om elk vijf mensen naar hun keuze naar Bagdad te sturen - in totaal 75 personen. Zij zullen dan begeleid worden door nog eens 42 mensen, die door de 21 lidstaten van UNSCOM worden uitgezocht (voor elk UNSCOM-lid twee man). Deze delegatie van 117 mag zo lang zij wil, zelfs gedurende een maand, de 'presidentiële plaatsen' inspecteren, aldus het voorstel van minister van Buitenlandse Zaken Mohammed Said al-Sahhaf. Gisteren volgde een nieuwe uitnodiging door de Iraakse ambassadeur bij de VN, Nizar Hamdoon: een delegatie van het Amerikaanse Congres mag met eigen adviseurs en bewapeningsexperts naar Irak komen om na te gaan of daar nu wèl of geen verboden wapens zijn.

Al die invitaties zijn bedoeld om zoveel mogelijk verwarring te zaaien en tijd te winnen. Maar ze moeten nòg meer dan voorheen tegenover de publieke opinie in de wereld duidelijk maken dat Irak het slachtoffer is van machinaties door UNSCOM, waarachter zich de Amerikanen, Britten en zionisten verschuilen. UNSCOM moet met andere woorden zoveel mogelijk verdacht worden gemaakt.

Hoe meer legitimiteit UNSCOM verliest, des te minder kan zij het Iraakse programma voor massavernietingswapens controleren.

Pagina 5: Saddam ziet in elke wapeninspecteur een doodsvijand

Waarmee op den duur haar werkzaamheden onmogelijk worden gemaakt.

Vandaar dat de Irakezen hun offensief gingen richten op de Amerikaanse en Britse wapeninspecteurs, die inderdaad in UNSCOM oververtegenwoordigd zijn. De reden daarvoor is heel simpel. Volgens dr Koos Ooms, die Nederland in de UNSCOM vertegenwoordigt, wil iedereen in UNSCOM eveneens dat er meer landen in de commissie zouden zitten en dat er meer inspecteurs uit andere landen beschikbaar zouden zijn.

“Ook wij willen graag specialisten uit bij voorbeeld Samoa of Botswana, maar die zijn er domweg niet. Ons belangrijkste criterium is deskundigheid. Feit is dat landen als de VS meer van die deskundigen hebben. Ook de kosten zijn een probleem. UNSCOM heeft nauwelijks geld. We worden uiteindelijk betaald uit een deel van de opbrengsten die de voedsel-voor-olie-overeenkomst oplevert. Maar er zijn nog zoveel wachtenden voor ons, die eerst betaald willen worden. De Koeweiti's bij voorbeeld. Dat betekent dat UNSCOM momenteel bijna geen van zijn mensen uit eigen zak kan betalen. De twee top-Russen, die wij hebben, worden door UNSCOM betaald. Maar de Irakezen haten hen net zozeer als de Amerikanen, omdat zij hun werk goed doen.”

“We hebben bij voorbeeld dringend proces-ingenieurs nodig. Dat zijn specialisten op chemisch en biologisch gebied, die in de fabrieken kunnen nagaan wat er wel en niet hoort. Maar die mensen komen uit het bedrijfsleven. Wij moeten hun vier maanden salaris uitbetalen en aan hun werkgever nog eens geld voor een vervanger geven. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag zegt dat ze daarvoor geen geld hebben. De Amerikanen daarentegen zijn bereid om hun deskundigen zèlf te betalen.”

Maar in werkelijkheid gaat het de Irakezen helemaal niet om te veel Amerikanen of Britten. UNSCOM zelf is te gevaarlijk geworden. Na een aanvankelijke periode van naïveteit, waarin men veronderstelde dat de Irakezen het in hun eigen belang achtten om zo snel mogelijk verlost te raken van hun massa-vernietigingswapens - en daarmee van het olie-embargo - zijn de deskundigen van UNSCOM een stuk wijzer geworden. Zij weten, met hulp van Westerse geheime diensten en Iraakse overlopers, veel meer dan voorheen waar Irak zijn verboden wapens, de daarvoor benodigde machinerieën, alsmede de documentatie daarover verborgen houdt. Vandaar dat het aantal botsingen met UNSCOM steeds groter werd en de commissie nu als Iraks grootste vijand wordt voorgesteld.

Niet ten onrechte. Want UNSCOM is er de afgelopen jaren ook in geslaagd vrijwel het gehele netwerk te ontrafelen van de naar schatting 1.000 man sterke groep, afkomstig uit de Revolutionaire Garde en de Iraakse geheime diensten, die Saddam in 1992 in leven riep om de werkzaamheden van UNSCOM op alle mogelijke manieren tegen te werken.

Deze groep moet UNSCOM zoveel mogelijk op een dwaalspoor brengen. Door middel van leugens, intimidaties en regelrechte sabotage. Dienstauto's van de inspecteurs die het even niet doen. Kroonluchters die in hun hotel opeens naar beneden vallen. Begeleiders die opeens ziek worden. Sleutels van te inspecteren ondernemingen die zoek zijn geraakt. Tapes die worden weggehaald, terwijl de inspecteurs aan de voordeur “nog even moeten wachten”. Met name Scott Ritter heeft zich verdienstelijk gemaakt bij het in kaart brengen van deze geheime sabotage-organisatie - reden waarom de Irakezen zijn bloed wel kunnen drinken.

Voor Saddam is elke ontwapeningscommissie van de VN die haar werk naar behoren doet, per definitie een doodsvijand. Daarom probeert hij nu op alle mogelijke manieren de ontwapening van Irak met politieke middelen te omzeilen. Hij tracht de ervaren technici te laten vervangen door diplomaten of door politieke figuren, die van de materie geen verstand hebben. Zijn obstructie blijkt resultaten op te leveren omdat hij zich gesteund weet door Rusland, Frankrijk en China, alle permanente leden van de Veiligheidsraad, die elke gespierde resolutie tegen hem tegenhouden.

Het gevolg is dat UNSCOM zich steeds minder beschermd voelt door haar opdrachtgever, de Veiligheidsraad. Daardoor ontstaat er een sfeer van: wat doen we hier nog? Het aantal 'gevoelige plaatsen', waar UNSCOM wordt tegengehouden, neemt toe. De UNSCOM-inspecteurs hebben het gevoel tegen een muur op te lopen.

Het doel van een eventuele Amerikaanse actie is dan ook niet om vanuit de lucht Iraks massa-vernietigingswapens voorgoed uit te schakelen. Dat is - zo heeft zelfs minister van Defensie William Cohen toegegeven - onmogelijk. Het doel is om Saddam Hussein het gebruik van echt gevaarlijke wapens zolang mogelijk te ontzeggen. Niet meer en niet minder.

Voorlopig reageert Saddam op de Amerikaanse dreigementen met een stalen gezicht en een reeks uitnodigingen. Maar vele van zijn landgenoten in en buiten Irak geloven dat hij bluft - en op het allerlaatste moment toch toegeven zal. Niet voor lang, maar om de zeer zware bombardementen, die de Amerikanen hem in het vooruitzicht stellen, even te ontlopen. Waarna het spel van tegenwerking en sabotage weer hervat zal worden.