Weinig namen, weinig rugnummers

Farah Diba was al vanaf vrijdag in Nederland, en ik kwam er pas op zondagmiddag achter.

Dat ging zo. Een knappe, donkere dame van middelbare leeftijd kuierde naar de valreep van een rondbaartboot, die met koningin Beatrix en haar gezelschap over het IJ zou gaan toeren. “Dat is Farah Diba”, zei NOS-verslaggever Gijs Wanders alleen. Het klonk alsof hij op de directrice van het rondvaartbootbedrijf doelde, mevrouw Melissen, geboren Stehouwer, die erop toezag dat de hoge gasten heelhuids aan boord kwamen.

Farah Diba!

Hoeveel eeuwen leesplezier trokken daar wel niet aan ons voorbij? Onze moeders hebben er een belangrijk deel van hun leven in geïnvesteerd. Farah Diba stond al op de covers van de glossybladen toen de paparazzi nog nette jongens waren, die toestemming vroegen voor het maken van een plaatje.

Gijs Wanders zal het niet beseft hebben. “Onze royalty-verslaggever”, noemde presentator Joop van Zijl hem zaterdag. Bij de NOS waren ze vergeten dat royalty-watching een vak apart is.

Wat wil je als kijker naar die twee dagen durende optocht van 'hoge gasten'? Je wilt namen horen en rugnummers. Je leeft toe naar de momenten waarop ze aan de bussen van de firma Beuk ontstijgen om zich naar de volgende bezichtiging te begeven. Veel close-ups wil je, onmiddellijk gevolgd door pikante biografieën in een notendop.

Wie hoort bij wie, wie heeft bij wie gehoord, wie wil bij wie gaan horen en wie hoort nergens meer bij? Dat zijn de enige vragen die er op zulke dagen toe doen.

Maar Wanders bleek er niet veel meer van te weten dan wij thuis. De Scandinavische prinsen wist hij nog net te plaatsen, maar veel verder dan de koning van Bulgarije reikte zijn kennis niet. “Dit zijn vrienden en vriendinnen van de koningin, veel ook uit het huis van Beieren”, zei hij zaterdag hulpeloos.

Daar kochten we weinig voor. Waar was Emily? Dát wilden we bijvoorbeeld weten. Ze was er niet, meldde Wanders ons zaterdagavond, maar de volgende dag hoorden we in een van de uitzendingen dat Emily er wel zou zijn geweest - ze zou alleen niet hebben mogen meedansen en mee-eten. Ze zou in een 'aparte ruimte' hebben gezeten. Een bezemkast misschien, of moest ze met het personeel van cateringbedrijf Maison De Boer in de onderaardse gewelven blijven, wachtend op briefjes ('de parelhoenborst was reuze lekker, vette kusjes') die Alexander via de bedienden uit de koninklijke vertrekken smokkelde?

We kwamen het niet te weten. De tv-journalistiek registreerde, zoals gebruikelijk, meer meningen dan feiten. Ook de NOS-documentaire Een roeping als beroep stond bol van de meningen en indrukken. Over hoe solidair de koningin wel niet was, hoe leergierig, hoe volhardend, hoe perfectionistisch. Het zal waar zijn, maar we wisten het al allemaal. Nieuwe, harde feiten - zoals de constatering van Loe de Jong dat Cals de huwelijksplechtigheid in Amsterdam tegen de zin van Beatrix en Claus had doorgezet - waren dungezaaid.

Wat me nog het meest zal bijblijven, was het fragment uit een recent interview van de Duitse tv met Claus. “Ons leven speelt zich af tussen plicht... en vierentwintig uur in dienst zijn. We zitten in een glazen huis”, zuchtte de prins. Hij heeft zich vaker in die zin uitgelaten, maar hij doet nu werkelijk geen enkele moeite meer om de ontzaglijke spijt te onderdrukken dat hij er ooit aan begonnen is. Kan een mens aangrijpend zijn? Dan is prins Claus aangrijpend.

Dominee Ter Linden wilde het zondag in de Westerkerk ook zijn, maar het lukte hem niet, althans niet bij mij. De dominee probeerde het vorstelijke gezelschap de vergankelijkheid van het leven in te scherpen. Daar is niets op tegen, maar waarom moest dat met zo'n stortvloed van clichés gebeuren?

Het was alsof de dominee ter voorbereiding alleen wat door een naslagwerkje met Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen had gebladerd. “Waar blijft de tijd... wie uit de tijd is... wat is het leven kort... een mens wordt gauw oud... het leven is als het gras, de tand des tijds... De here God is niet aan tijd gebonden...”

Soms vliegt de tijd, maar in de Westerkerk stond hij behoorlijk lang stil.