Suor Angelica met een sterke sopraan

Concert: Suor Angelica van G. Puccini door het Radio Symfonie Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Eri Klas. Gehoord: 1/2 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Radio-uitzending: 3/2 Tros Radio 4 14 uur.

Slechts bij leven en welzijn kan de dood smaken als een esthetisch genoegen. Puccini wist dat als geen ander. Hij gaf in zijn opera's de dood een oneindig veel mooier aanschijn dan zij op het heure suprême ooit zal zijn. In Manon Lescaut, in La Bohème, in Madama Butterfly, in Tosca, in Suor Angelica - de dood die verlossing brengt van geestelijk of lichamelijk lijden wist Puccini te vatten in de troostrijkste toonconstellaties.

Suor Angelica, dit weekeinde uitgevoerd door het Radio Symfonie Orkest en leden van het Groot Omroepkoor onder leiding van Eri Klas, verhaalt van de tragische lotgevallen van zuster Angelica, die penitentie doet nadat zij in de onbezonnenheid van haar jeugd een kindje ter wereld bracht. Door haar adellijke familie bruusk van haar baby gescheiden, wordt zij veroordeeld tot het kloosterleven. Als Angelica na jaren via een tante verneemt dat haar zoontje is gestorven, bereidt zij een gifdrankje, en smeekt Maria om een teken van genade voor haar zelfgekozen dood. Engelen verschijnen en Angelica sterft onder de prachtigste klanken, in zekere afwachting haar kind tegemoet te treden.

In 1917 werd Suor Angelica voltooid als tweede opera van het drieluik Trittico, waartoe ook de eenakters Il Tabarro en Gianni Schicchi behoren. Begin 1930 was Suor Angelica voor het eerst in ons land te zien bij de Italiaanse Opera van Arturo Borin. In de decennia daarna volgden slechts enkele geënsceneerde opvoeringen. De laatste keer werd Suor Angelica gebracht door het Operalab, een kleine tien jaar geleden.

Hoewel in deze concertante uitvoering de psychologische uitbeelding van de rollen door het ontberen van een vastomlijnde regie-opvatting wat eendimensionaal uitpakte, en de orkestrale begeleiding meer volgzaam dan bespiegelend was, werd de opera gedragen door de twee belangrijkste solisten: de Poolse sopraan Izabelle Klosinska in de rol van Suor Angelica, en de Duitse mezzo Ruthild Engert als haar tante, de prinses.

In het 'Bloemenduet' uit Madama Butterfly, dat samen met een instrumentaal tussenspel uit Manon Lescaut aan de opera voorafging, dreigde de casting met deze twee solisten nog op een mislukking uit te lopen. Maar gaandeweg de opera Suor Angelica overtuigden zij steeds meer. Hun stemmen bleken zelfs uitstekend te mengen, en met name Klosinska ontpopte zich als een formidabele zangeres, met een hoog register dat messcherp is. Een Angelica, met een ingetogen bewogenheid; een sterke vrouw als het er echt op aan komt. Naast haar vielen de andere (uitsluitend vrouwelijke) solisten in het niet.

Dirigent Eri Klas opteerde voor een gecontroleerde opbouw: wat gedistingeerd, maar ook met enkele opengewerkte momenten vol spanning. En het waren juist deze momenten waarop Izabelle Klosinska de gelegenheid kreeg te groeien in haar rol, waardoor zij uiteindelijk die wonderschone doodscène kleur, emotie en diepgang kon geven.