Sportvrouwen in Nederland raken koppositie kwijt

ROTTERDAM, 2 FEBR. Januari was een succesvolle maand voor de Nederlandse sport. Het regende wereldtitels voor Oranje. Biljarter Dick Jaspers, darter Raymond van Barneveld, zwemmer Marcel Wouda en schaatser Jan Bos behaalden gouden medailles. De vier hoofdprijzen bevestigen een trend die al enige tijd geleden is ingezet: het zijn de Nederlandse sportmannen die momenteel op het internationale strijdtoneel de boventoon voeren.

Tot 1990 waren het vooral vrouwen die internationaal furore maakten. Nederland stond in de sport bekend als een vrouwennatie. In de periode van 1948 tot en met 1988 presteerden Nederlandse vrouwen bij de Olympische Zomerspelen relatief beter dan de mannen. Er werden minder vrouwen naar de Spelen afgevaardigd, en toch wonnen ze meer gouden medailles. De Olympische Spelen van 1984 vormden het hoogtepunt van die ontwikkeling. De Nederlandse vrouwen waren in Los Angeles met 55 deelnemers aanwezig, de mannen met 89. De vrouwen wonnen elf medailles (ondermeer viermaal goud) en de mannen twee.

De verandering in de onderlinge verhouding in de Nederlandse sport is ingezet bij de laatste Zomerspelen. In Atlanta werden in 1996 de vier gouden medailles van Nederland gewonnen door mannen. Bij de laatste twee Winterspelen (1992 en '94) werden zelfs alle medailles door mannen naar huis meegenomen.

Sportsocioloog M. van Bottenburg schrijft de terugval van de vrouwelijke Nederlandse sporters toe aan de emancipatie in andere landen. “Vroeger was de sport bij de vrouwen lang niet overal goed georganiseerd en had Nederland als welvaartsstaat een voorsprong. Nu zijn de verhoudingen genormaliseerd”, aldus Van Bottenburg.

Sportpsycholoog P. Blitz vraagt zich af of het verschil niet verklaard kan worden door het dopingbeleid. “Misschien zijn wij in Nederland schoner dan in andere landen. We zijn hier wel vaker roomser dan de paus. En dat heeft dan veel meer invloed op de resultaten bij de vrouwen dan bij de mannen. Met doping valt gewoon meer succes te boeken bij de vrouwen. Dat zag je in de vroegere DDR.”

Volgens oud-wielrenster Ingrid Haringa, tegenwoordig assistent-bondscoach, worden vrouwelijke sporters in Nederland nog steeds achtergesteld, en dat wreekt zich nu extra. “We krijgen minder materiaal, minder begeleiding en minder sponsoring. Ik ben vijfvoudig wereldkampioen op de baan. Als ik een man zou zijn geweest, dan was ik nu binnen. Maar ik ben een vrouw en dat is in de sport niet zo slim.”