Slachtoffers aardbeving vertrouwen op de partij

Drie weken na de aardbeving in het noorden van China kijken de boeren in het getroffen gebied reikhalzend uit naar de lente. Zodra de grond ontdooit, zullen de ingestorte huizen op kosten van de staat worden herbouwd. Zo is het althans beloofd.

NANGOUCUN, 2 FEBR. Klagen, klagen, klagen. Zhu Haofeng krijgt een klap op zijn kop van zijn vrouw, en hun dochter die de stoof in de tent permanent op temperatuur houdt, sist tussen haar tanden van afkeuring. “Dit zijn geen vrouwenzaken!” zegt Zhu. De boer doet zijn verhaal voor de vijfde keer. “Mijn vrouw behoort aan een ander! Eén tent voor zo'n grote familie. Dat kan toch niet! Mijn moeder verblijft hier omdat ze slecht ter been is. En ik houd de wacht bij het huis. De rest van mijn familie overnacht in een tent elders in het dorp omdat hier geen plaats is. Mijn eigen vrouw slaapt ergens anders. Dat kan toch niet!”

Blijkbaar zijn het toch vrouwenzaken die Zhu's humeur bepalen. Zijn huis ligt in puin, het gevolg van de aardbeving die dit district, 300 kilometer ten noorden van de Chinese hoofdstad, enkele weken geleden heeft getroffen. Zhu woont evenals zijn 327 dorpsgenoten in een zelfgefabriceerde tent. Zijn voorraad graan, de opbrengst van een jaar geploeter op de schaars bebouwbare grond, ligt bedolven onder een dikke laag zandsteen en dakpannen. En te eten is er slechts mondjesmaat. Maar daar valt allemaal blijkbaar mee te leven. De nacht doorbrengen zonder zijn vrouw, dat is waar de 50-jarige Zhu echt de pest over in heeft.

Het leven in Nangoucun, volgens een bord aan de ingang van het dorp het epicentrum van de beving in het Zhangbei-district, gaat gewoon door. Voor de meeste boeren in dit achtergestelde gebied betekent dat dat eenieder zich tracht te beschermen tegen de ijskoude wind die permanent over de kale vlakte dendert. Eigenlijk gaat het eraan toe zoals iedere andere winter in Zhangbei, want tijdens dit seizoen, wanneer 's nachts het kwik tot meer dan 20 graden onder nul daalt, staat de boeren weinig anders te doen. In de hutten van plastic, hout en riet, en de 17 tenten die het Volksbevrijdingsleger na de ramp heeft uitgedeeld, is het, gezien de omstandigheden in de buitenlucht, redelijk aangenaam vertoeven. Het is er klein en primitief, maar in iedere tent staat een stoof en een televisie en een enkeling geeft zelfs toe dat het, zo dicht op elkaar, zelfs warmer is dan in de huizen vóór de beving.

“We wachten tot mei, dan krijgen we hulp bij de herbouw van onze huizen”, zegt een jonge boer in sweater en op katoenen gymschoenen. Tot die tijd raakt hij dat wat van zijn huis is overgebleven met geen vinger aan. “Het leger, dat hier op de dag van de beving is geweest, heeft gezegd dat in het voorjaar hulp gestuurd zal worden.” En die toezegging van het Volksbevrijdingsleger stemt het hele dorp optimistisch. Want als de belofte van het leger waar is, dan is de aardbeving voor de inwoners van deze achtergestelde en vergeten uithoek van de provincie Hebei een geluk bij een ongeluk. Nog nooit is zoveel aandacht besteed aan dit onherbergzame gebied.

Tot dusver evenwel is voor de 106 families in Nangoucun de aandacht vooral beperkt gebleven tot een stapel plastic, de 17 tenten en een paar beloften. Ondanks het feit dat het hier een van de zwaarst getroffen dorpen in de omgeving betreft, heeft niets van de vele miljoenen Chinese yuans en hulpgoederen die de afgelopen weken zouden zijn ingezameld Nangoucun bereikt. Volgens Chinese berichten zouden de 44.000 daklozen, van wie 2.000 gewonden, worden bedeeld met financiële en materiële hulp met een totale waarde van 25 miljoen gulden. En de Wereldbank zou nog eens met een lening van 40 miljoen gulden over de brug zijn gekomen voor infrastructurele en economische herstelwerkzaamheden. Het Rode Kruis in China, Hongkong, het Internationale Rode Kruis, Oxfam en vele andere buitenlandse donateurs droegen alle hun steenje bij. En inzamelingspunten in Peking werden overspoeld door gulle gevers die, zo vlak voor het Chinese nieuwe jaar, wat goeds wilden doen voor de boeren in het getroffen gebied. Vandaar dat donateurs de afgelopen week te verstaan kregen dat de Chinese autoriteiten inmiddels over voldoende middelen beschikken en nieuwe giften bestemd zullen zijn voor toekomstige rampen.

Afgaande op de belofte van het leger zullen de vele extra miljoenen die de slachtoffers van de aardbeving nog niet hebben bereikt de komende tijd worden gebruikt voor de ontsluiting van het gebied. In Zhangbei en omgeving zijn slechts enkele wegen bestraat, is de toevoer van elektriciteit gebrekkig en biedt het leven niet veel meer dan agrarische activiteit op de arme grond. De lokale overheid droomt van betere irrigatiesystemen en een vervijfvoudiging van de graanopbrengst in het jaar 2000. Nu produceren de boeren met 80 kilo per 700 vierkante meter gemiddeld een kwart van hetgeen gebruikelijk is in China.

De centrale overheid onderwijl benut de aardbeving voor eigen, propagandistische doeleinden. Zoals gebruikelijk in China, wanneer sprake is van natuurrampen, doet de door de staat gecontroleerde pers hoofdzakelijk verslag van de inspanning van de partij en het leger, zonder wier hulp de slachtoffers er ongetwijfeld nog veel slechter aan toe zouden zijn geweest. De vele overstromingen, branden en bevingen die China jaarlijks teisteren - volgens een recent bericht van het Chinese persbureau Xinhua zouden vorig jaar maar liefst 478 miljoen Chinezen getroffen zijn door natuurrampen - bieden de autoriteiten telkens weer een kans de “onovertroffen inzet en zorg” van leger en partij voor volk en vaderland in het nieuws te brengen.

Exemplarisch hiervoor zijn de vele boeren uit het Zhangbei-district die de afgelopen weken verkleumd en uitgeput voor de camera's van China's centrale televisie mochten komen vertellen hoeveel dank zij de partij wel niet verschuldigd waren voor de snelle hulp die hun onmiddellijk na de ramp zou zijn geboden. Artikel na artikel verwijst in de tweede of derde alinea naar president Jiang Zemin, premier Li Peng of vice-premier Zhu Rongji, die “regelmatig telefonisch contact” zouden hebben gehad met het ministerie van Burgerzaken of de regionale autoriteiten “om te leren van de ramp”. En overal langs de weg richting het bevinggebied zijn spandoeken opgehangen waarop “de centrale overheid, het Volksbevrijdingsleger en de mensen uit het hele land” worden bedankt.

In Nangoucun evenwel is de partij op dit moment nog een abstract gegeven. Geen van haar regionale, laat staan nationale leiders heeft het dorp in het epicentrum van de beving bezocht en het enige dat de inwoners rest is het woord van de militairen van het Volksbevrijdingsleger. Het gesprek van de dag is blijven hangen bij de vier seconden, even voor het middaguur op de tiende januari: het 'goe-loe, goe-loe' geluid dat volgens sommigen leek op “het ontploffen van een atoombom”. Slechts een enkeling klaagt over te kleine tenten en eenzame nachten. De meeste dorpelingen troosten zich met het vooruitzicht van nieuwe huizen in de lente, verharde wegen en constante stroomvoorziening.