Psalm 90

Bij zo'n gelegenheid. Waarover zou een dominee dan kunnen spreken? Bij een zogeheten 'gewone' kerkdienst ter gelegenheid van de verjaardag van het staatshoofd. Wat zal het worden? Houdt de predikant in de Amsterdamse Westerkerk zich aan het rooster van de landelijke Raad van Kerken en leest hij uit het oud-testamentische boek Job over het onverdiende lijden of wordt het iets anders?

Dominee N.M.A. (Nico) ter Linden koos voor wat anders. Bovendien: het moest een korte dienst met een niet al te lange preek worden. En dus werd het ook één in plaats van zoals gewoonlijk twee bijbelteksten. Maar wat dan? Een psalm. En welke dan? Psalm 90 over God als “de eeuwige toevlucht voor de vergankelijke mens”.

Heel toepasselijk. Tal van dichters hebben zich door dit lied uit het oude Israel laten inspireren en diverse kerkelijke gezangen waaronder het beroemde Oudejaarsavondlied 'Uren, dagen, maanden, jaren, vlieden als een schaduw heen', zijn er van afgeleid.

Voor prekenmakers zit psalm 90 ook in de categorie van de begrafenisteksten. Behalve psalm 90 lenen ook de psalmen 23 (De Heer is mijn herder) en 121 (Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen?), zich heel goed voor rouwplechtigheden. En dus vroeg menig predikant zich gisteren af waarom collega Ter Linden uitgerekend deze tekst had gekozen.

Psalm 90 begint met de woorden:

HEER, gij zijt ons een toevlucht geweest

van geslacht tot geslacht;

eer de bergen geboren waren

en Gij aarde en wereld hadt voortgebracht

ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.

Gij doet de sterveling wederkeren tot stof

en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen.

Want duizend jaren zijn in Uw ogen

als de dag van gisteren, wanneer hij voorbijgegaan is

en als een nachtwake.

Een opgewekte psalm is het niet. Mooi, maar wel erg ernstig, heette het in een van de commentaren, gisteren na de kerkdienst. Tot tweemaal toe is daarin sprake van Gods toorn, zijn verbolgenheid en zijn grimmigheid. Volgens dominee Nico ter Linden die de feestdienst leidde, schrikt hij altijd van die woorden en was hij eerst van plan ze over te slaan. Maar bij nader inzien vond hij ze toch heel mooi en hoopte hij maar dat zijn gehoor van zulke donkere woorden niet zou schrikken.

Dus bleef het bij psalm 90 en bij de prediking naar aanleiding van die tekst. Leek het er aanvankelijk op dat het echt om een gewone dienst ging, zo werd na een derde van de preek toen de dominee zich direct tot de 'lieve jarige' richtte, wel duidelijk dat het toch om een gelegenheidspreek ging. “U hebt hier veel voetstappen liggen en u was hier met name op de bijzondere dagen van uw leven: de dag van uw huwelijk kwam u hier om te bidden, de zondag voor u in deze stad het koningschap op uw schouders nam, de zondag dat u mocht vieren dat u samen vijfentwintig jaar lief en leed deelde. En nu wilt u ook dit kroonjaar hier in ons midden voor Gods aangezicht vieren en wij bidden het met u mee: dat wij het mogen leren, voor Gods aangezicht, om zo onze dagen te tellen, dat wij een wijs hart bekomen.”

Voortdurend wijst psalm 90 de mensen erop dat zij aan de tijd gebonden zijn, dat hun dagen 'geteld' zijn, dat bij God duizend jaar als één dag zijn en dat één dag is als duizend jaar. Een sterveling zou daar wijzer van moeten worden, een 'wijs hart' van moeten krijgen.

Dominee Ter Linden die als schrijver en verhalenverteller zoveel succes heeft bij het navertellen en verhelderen van bijbelse verhalen, maakte van het wijze hart het thema van zijn verhaal van gisteren. En hij hield de bijzondere gemeente van gisteren met de woorden van de cantate die de koningin had uitgekozen, voor dat verdriet in vreugde zal verkeren, omdat God dat beloofd heeft en Christus “ons bijstaat van dag tot dag” en “mij helpt om de goede strijd te strijden”.