Misschien is Bruil wel een laatbloeier

Het stempel van eeuwig talent achtervolgt badmintonner Chris Bruil (27) al jaren. Het deert hem niet, net zomin als hij gisteren treurde over zijn nederlaag in de finale van het NK.

DEN BOSCH, 2 FEBR. Nee, spijt heeft hij niet. Ook al was hij ooit de nummer veertien van de wereld, werd hij twee keer Europees kampioen bij de junioren en voorspelden kenners en volgers hem jaren geleden een gouden toekomst in het badminton. Winst of verlies, frustraties zijn anno 1998 niet aan Chris Bruil besteed. “Als de laatste shuttle valt, is mijn bovenkamer schoon. Ik ben een tevreden mens.”

Bruil staat te boek als een eeuwig talent. Op zijn negentiende bemachtigde hij voor de eerste keer de nationale badmintontitel. Een internationale doorbraak leek slechts een kwestie van tijd, gelet op zijn exceptionele talenten. Maar acht jaar later moet de 27-jarige Amsterdammer genoegen nemen met een plaats in de grijze middenmoot, getuige de 39ste plaats die hij momenteel inneemt op de wereldranglijst. “Maar misschien ben ik wel een laatbloeier. Wie zal het zeggen?”

Ook in eigen land is Bruil naar het tweede plan verwezen. In zijn derde optreden in de finale van het NK moest hij gisteren, net als twaalf maanden geleden, in twee games (18-13 en 17-15) het hoofd buigen voor Jeroen van Dijk die sinds jaar en dag heer en meester is bij de mannen. Bruil, de nummer twee van de plaatsingslijst, zocht de oorzaak van zijn nederlaag vooral bij zichzelf. “Mijn temperament gaf vandaag de doorslag. Ik wilde te graag, waardoor hij niet van mij heeft gewonnen, maar ik van hem heb verloren.”

Het was een openhartige constatering van Bruil, die gisteren de lachers op zijn hand kreeg toen hem werd gevraagd het belang van het NK onder woorden te brengen. “Een positief kuttoernooi”, sprak hij onomwonden, tot zichtbaar ongenoegen van de aanwezige bestuurders van de Nederlandse badmintonbond (NBB). “Op vrijdag is iedereen al met de finale van zondag bezig. Niemand stijgt boven zichzelf uit. Diegene die zeventig procent van zijn kunnen weet op te roepen, wint het toernooi.”

Van Dijk liet zich niet verleiden tot boude uitspraken, al bestempelde hij de finale na afloop als “een aardige tussendoortje om weer ritme op te doen voor het Grand-Prixcircuit”. Die woorden stonden op gespannen voet met de realiteit, want de titelverdediger wist Bruil maar ternauwernood van het lijf te houden. Bovendien wierp hij de vraag op waarom hij de moeite had genomen om naar Den Bosch te reizen. “Zuiver voor de eer”, luidde het antwoord van Van Dijk, die gisteren een zesde nationale titel toevoegde aan zijn erelijst.

Van Dijk (26) is een koele prof, een globetrotter die zijn leven volledig in dienst stelt van de topsport. Badminton is heilig voor de Rotterdammer en dat valt aan zijn spel af te lezen. Van Dijk hanteert zijn racket met veel gevoel en souplesse, maar tot subtiele frivoliteiten laat hij zich zelden of nooit verleiden. Op de baan is hij een rekenmeester die zijn tegenstanders tot fouten dwingt en zelf weinig risico's neemt.

Bruil daarentegen speelt op intuïtie. Hij beschikt over meer talent dan Van Dijk, een speler die het vooral van veel trainingsuren moet hebben. Bruils impulsieve reflexen zijn vaak een lust voor het oog, maar effectief zijn de atletische hoogstandjes meestal niet. Bruil wisselt briljante momenten te vaak af met onbegrijpelijke blunders. Het is een van de redenen waarom hij, in tegenstelling tot Van Dijk, tot dusverre geen aansprekende successen heeft behaald.

Van Dijk zegt baat te hebben bij het spelen van (lucratieve) toernooien in het buitenland, met name in Azië waar de internationale elite vandaan komt. Bruil beperkt zijn uitstapjes over het algemeen tot Duitsland, waar hij in de competitie uitkomt voor Uerdingen. “Dat bevalt goed, dus waarom zou ik dat veranderen”, zo vroeg hij zich gisteren hardop af. “Mijn manier van topsportbeleving is niet die van Jeroen.”

Bruil hecht naar eigen zeggen aan zijn sociale leven en weigert daarom de grenzen over te gaan. Liever in vertrouwde omgeving dan ergens ver weg op jacht naar computerpunten voor de ranking. “Ik heb een harde kern van vrienden en familie, en die zijn mij meer waard dan ergens in Azië in mijn eentje tegen een shuttle te slaan.”

Toch beweert Bruil, getrouwd met oud-topspeelster Eline Coene, een ander mens te zijn sinds hij vijf maanden geleden de samenwerking met trainer Rob Sanders intensiveerde. Onder leiding van de voormalige legerofficier maakt hij meer trainingsuren en is het accent verlegd naar fysieke training. “Mijn talent is altijd mijn grootste tegenstander geweest. Mijn leerschool deugde niet. Het ging altijd als vanzelf. Trainers werden na verloop van tijd mijn vrienden en konden mij daarom op gegeven moment niets meer leren.”

Nee, dan Sanders. “Die zegt recht in mijn gezicht: je bent een lul. Dat heb ik nodig.” Met Sanders aan zijn zijde hoopt Bruil over twee jaar op een optreden bij de Olympische Spelen in Sydney, nadat twee eerdere pogingen (Barcelona 1992 en Atlanta 1996) op niets uitliepen. “Beter laat dan nooit. Ik kan nog veel winst boeken en bovendien hecht ik niet aan de factor tijd.”