Korda wil na grandslamtitel alleen nog leren vliegen

MELBOURNE, 2 FEBR. Met de galgenhumor van een hypochonder had Petr Korda aangekondigd dat hem nog vijf minuten restten in zijn tennisleven. Zo lang had de 30-jarige Tsjech gewoekerd met zijn talenten dat hij zichzelf slechts ten doel had gesteld te genieten van de tijd die hem gegeven was. Die houding bracht Korda gisteren eindelijk de verlossing waar hij al een decennium lang naar had verlangd. In extase zonk de artistieke baseliner op zijn knieën, kuste zijn racket en barstte in tranen uit, nadat de onherkenbare Marcelo Rios hem zijn eerste grandslamtitel op een presenteerblad aanbood.

Korda raffelde de groteske finale in drie sets (6-2, 6-2 en 6-2) en welgeteld 1 uur en 24 minuten af om vervolgens ontroerd zijn leven aan zich voorbij te laten trekken. In gedachten keerde de kampioen van de Australian Open terug naar het communistische Tsjechoslowakije, waar hij ooit als tiener te laat terugkeerde na het spelen van een satelliettoernooi. Voor straf kreeg hij zes maanden lang geen gratis maaltijden uit de gaarkeukens van de regering. Maar toen had vader Petr zijn zoon al “goud in zijn handen gelegd”, zoals Korda jr. het omschreef, door het kind een racket te geven.

“Ik ben mijn vader dankbaar voor zijn opvoeding op de tennisbaan”, vertelde Korda. “Mijn ouders zijn gescheiden. Mijn moeder bracht me groot, mijn vader was mijn gids in de sport. Ik kan me nog herinneren hoe hij ballen over het net speelde en ik ze over de omheining sloeg.” Toch werd tijdens die sessies de basis gelegd voor een carrière die al vorm kreeg toen Korda de ballenjongen was van Ivan Lendl in een heroïsche Davis Cup-wedstrijd tegen Björn Borg. “Ik heb veel geleerd door beroemde tennissers te observeren tijdens hun partijen”, zei Korda. “Maar ik heb me altijd voorgehouden dat ik niemand wilde imiteren. Ik wilde als puber al mezelf kunnen zijn.”

Achter het ijzeren gordijn was zelfontplooiing geen usance en het heeft lang geduurd voor Korda de grillen in zijn karakter heeft weten te bedwingen. Ondenkbaar was het vroeger dat juist de introverte Korda het publiek zou vermaken met de radslagen en de schaarsprongen die hij uiteraard ook na de finale tegen Rios demonstreerde. “Als ik het nummer had van de Chicago Bulls zou ik meteen Michael Jordan bellen met het verzoek of hij mij kan leren vliegen”, vertelde Korda. “Air Korda, dat lijkt me wel wat.” Zo heeft de menselijke tandenborstel, zoals hij in het circuit wegens zijn piekhaar wordt genoemd, zich tevens ontwikkeld als entertainer.

Maar hoe diep was het moeras waardoor Korda heeft moeten waden? Drie jaar geleden overwoog hij nog serieus met tennis te stoppen, omdat zijn tanige lichaam de fysieke inspanningen niet aankon. In de eregalerij van mensen die hem op zijn lijdensweg hebben begeleid, nemen zijn vrouw en dochter een voorname plaats in. “Mijn vrouw heeft haar tenniscarrière voor mij opgeofferd”, zei Korda. “Zij had wellicht nog betere handen dan ik. Als ze niet haar knieschijf had gebroken, zou Regina de toptien hebben bereikt. Zij heeft veel ups en downs met mij meegemaakt, maar zonder haar steun had ik het niet gered.”

Korda beschouwt zichzelf met Jana Novotna als de laatste producten van de ooit befaamde Tsjechoslowaakse tennisschool. “Topspelers als Kodes, Lendl, Mecir en Navratilova vormden een bron van inspiratie in onze jeugd. Ik hoop dat ik op mijn beurt iets kan betekenen voor de nieuwe generatie, want het gaat niet goed met het tennis in Tsjechië.” Niet goed? Korda is na zijn triomftocht op Melbourne Park gestegen van de 7de naar de 2de plaats op de ATP-ranking. “Maar leg mij geen strijd op voor de eerste plaats”, smeekte Korda.

Al zoveel dromen zijn afgelopen jaar uitgekomen dat hij het noodlot niet wil tarten. En mag Korda eerst genieten van het uitzicht nu hij eindelijk de top heeft bereikt? Vijfeneenhalf jaar geleden verscheen hij op Roland Garros voor het eerst in een grandslamfinale. Maar de ambiance rond het duel met de toenmalige titelverdediger Jim Courier was zo overweldigend voor Korda dat hij als verlamd de baan betrad.

Zou Rios zich gisteren net zo hebben gevoeld als zijn geroutineerde tegenstander in juni 1992? Het machismo van de 22-jarige Chileen staat geen openlijke bekentenis toe en zeker niet het tonen van zijn zwakheden. Na zijn zege in de halve finales op Nicolas Escude biechtte Rios op wat iedereen allang wist: hij had vroeger inderdaad partijen 'getankt' (tennisjargon voor weggeven) en was te lui geweest om zich druk te maken over een futiliteit als het verschil tussen winnen en verliezen.

Gisteren leek Rios weer verdacht veel op het arrogante straatschoffie van weleer. Hij speelde zonder passie en liet zich als een dreinend kind afvoeren. Zonder enig respect voor Korda (“Hij kan tien games goed spelen en tien games slecht, ik heb dus altijd een kans tegen hem”) en zijn publiek, dat alleen maar afzwaaiers van zijn racket zag komen, verliet Rios het snikhete Melbourne Park. “Ik ben nu eenmaal een betere vechter dan Marcelo”, had Korda zichzelf voorgehouden op momenten dat de zenuwen door zijn keel gierden. Korda kon gisteren alleen zichzelf verslaan. Maar met veel flair werkte hij op 3-1 en 4-2 in de derde set drie breakpoints voor Rios weg.

Zijn befaamde scissor kick reserveerde Korda voor John McEnroe, in Melbourne aanwezig als gastcommentator voor Channel 7, omdat juist Big Mac de boodschap van Korda het beste had begrepen. “Ik zei voor de partij tegen John dat we niet langer voor ons bestaan hoefden te vechten. Daarom wilde ik in de finale van elke seconde genieten. McEnroe was het roerend met me eens. Volgens hem was dat de juiste benadering.” Dat richtsnoer zal Korda blijven volgen in wat wellicht zijn afscheidstournee zal blijken te zijn. Eind dit jaar beslist de Tsjech of hij zijn loopbaan zal voortzetten.

En hoe wil Korda de geschiedenis ingaan als hij de hem resterende vijf minuten heeft geconsumeerd? Hij lachte verlegen en sloot ootmoedig achteraan in de rij van tennisgrootheden. Korda: “Rod Laver vroeg me ooit beleefd of ik met een balletje wilde slaan. Ik was bloednerveus! Rod toonde zijn complete arsenaal aan slagen, die man kon nog steeds alles. Toen realiseerde ik me plotseling dat ik met een levende legende op de baan stond. Wellicht zal ik ook als een legende worden beschouwd als ik met tennis stop. Maar dan wel één die zijn eigen principes trouw is gebleven.”