Journalistieke top verlaat Independent

De Britse krant The Independent ontstond in 1986 uit frustratie van een groep journalisten over de machtsconcentratie in de Britse pers. Intussen balanceert de krant op de rand van de afgrond.

LONDEN, 2 FEBR. Haalt The Independent, de jongste kwaliteitskrant van Groot-Brittannië, het jaar 2000? Die vraag is acuut geworden na het ontslag van de tweede hoofdredacteur in evenzovele jaren. De 38-jarige Andrew Marr kreeg eind vorige week per mobiele telefoon te horen dat hij niet meer gewenst was op de redactieburelen van Canary Wharf. Ook zijn rechterhand Colin Hughes hoeft niet meer te verschijnen. Beide journalisten waren erbij toen The Independent eind 1986 werd gelanceerd.

Het ontslag van Marr heeft de krant in een crisis gestort. Al weten de lezers nog van niks. Zij vonden zaterdag op de voorpagina alleen het bericht dat hoofdredacteur Rosie Boycott van de zondagskrant Independent on Sunday voortaan ook het dagblad leidt. Dat de journalistieke top van The Independent verdwijnt, met in zijn kielzog enkele van de meest prominente verslaggevers en columnisten, konden ze alleen bij de concurrentie lezen. Independent-columnist Polly Toynbee schrijft vanaf vandaag voor The Guardian.

Ook gezichtsbepalende journalisten als Suzanne Moore en David Aaronovitch overwegen het zinkende schip te verlaten. Twintig tot dertig van hun collega's krijgen niet eens die keus. Zij worden ontslagen in het kader van een bezuinigingsoperatie die de krant op jaarbasis 3,6 miljoen pond, bijna 12 miljoen gulden, moet besparen. Een ingreep die Marr niet voor zijn rekening wilde nemen, hetgeen hem zijn kop heeft gekost. Als onderdeel van de bezuinigingsoperatie wordt de buitenlandse berichtgeving drastisch teruggebracht.

Redacteuren van The Independent klagen dat de krant wordt uitgekleed. Ze zeggen dat het dagblad al jaren kampt met gebrek aan fondsen voor marketing en versterking van de journalistieke formule. Toen de hoofdredactie in september de neergang van de oplage probeerde te keren met een gedurfde modernisering van de opmaak, was er nauwelijks geld voor een reclamecampagne. De twee grootaandeelhouders, de Mirror Group Newspapers en de Ierse zakenman Tony O'Reilly, die ieder een belang van 46 procent in de krant bezitten, vonden dat ze al genoeg miljoenen in een bodemloze put hadden gestort.

The Independent werd ruim elf jaar geleden opgericht door een groep journalisten uit frustratie over de machtsconcentratie in de Britse pers. Mediamagnaten als Rupert Murdoch en Conrad Black controleren nog steeds tweederde van de landelijke kranten. The Independent moest een tegenwicht vormen. Door zich niet te binden aan de gevestigde orde, wat ongebruikelijk is in een land waar elke krant partij kiest en zonder gêne politiek bedrijft. Ook in inhoud en vorm wilde The Independent nadrukkelijk vernieuwend zijn.

Het plan van Andreas Whittam Smith en consorten was zo overtuigend dat de financiers in de rij stonden om de achttien miljoen pond startkapitaal te verstrekken die voor verwezenlijking noodzakelijk was. Het eerste nummer sloeg in als een bom. Artikelen ademden een frisheid en onconventionaliteit die ingeslapen dagbladen als The Times en The Daily Telegraph jammerlijk misten. Toch zag de krant eruit alsof ze al honderd jaar bestond: overzichtelijk, betrouwbaar, degelijk.

Binnen een jaar boekte The Independent winst. Eind 1989 was de krant met een oplage van 423.000 bijna net zo groot als The Times. Maar daarna kwam de recessie, juist op een moment dat The Independent ook met een zondagskrant begon. In 1994 werd een prijzenoorlog, ingezet door Rupert Murdoch, het dagblad bijna fataal. Het afgelopen jaar is de oplage van The Independent opnieuw met acht procent gedaald tot 227.000, een historisch dieptepunt.