Israel doet geen concessies, crisis of niet

De Amerikaanse minister Albright is gisteren met lege handen uit Israel vertrokken. Premier Netanyahu weigert concessies te doen aan de Palestijnen, ook al kunnen de VS die in de confrontatie met Irak goed gebruiken naar hun Arabische bondgenoten toe.

TEL AVIV, 2 FEBR. De Israelische premier, Benjamin Netanyahu, heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, het afgelopen weekeinde niets gegeven waarmee zij in de Arabische wereld meer begrip kan kweken voor een Amerikaanse militaire actie tegen Irak. Netanyahu liet haar na het falen van haar nieuwe bemiddelingspoging tussen Israel en de Palestijnen met volledig lege handen doorreizen naar Saoedi-Arabië en de Golfstaten.

Vorige maand lukte het ook de Amerikaanse president Bill Clinton niet Netanyahu en de Palestijnse leider Yasser Arafat weer op het Oslo-spoor te zetten. Nu kwam Albright naar Jeruzalem in de verwachting dat Netanyahu's veiligheidsconceptie onder druk van de Iraakse crisis en de Iraakse bio/chemische-wapendreiging voor de joodse staat wat zou inbinden. Netanyahu gaf echter niet thuis. Hij weigerde voor de Amerikaanse veiligheids- en strategische belangen in het Midden-Oosten met concessies aan de Palestijnen te betalen.

In feite maakte hij onderscheid tussen de Amerikaanse en Israelische veiligheidsbelangen in dit deel van de wereld, hetgeen regelrecht indruist tegen de ideeën waarop het na de Golfoorlog in 1991 geboren Israelisch-Palestijnse vredesproces stoelde. In die zin heeft Netanyahu in een werkelijke crisis-situatie laten blijken dat hij erop uit is het uit 1993 stammende autonomie-akkoord van Oslo te torpederen en absoluut niets wil weten van verdere territoriale concessies aan de Palestijnen die de stichting van een Palestijnse staat mogelijk maken. Het gekibbel met de Amerikanen en Palestijnen over de omvang van het gebied dat Israel volgens de akkoorden van Oslo en Hebron in de tweede fase van de terugtrekking aan de Palestijnen moet overdragen, is een middel om zich aan de verdragsverplichtingen te onttrekken. Dat gaat ook op voor de Netanyahu's vasthouden aan een herhaalde amendering van het Palestijnse handvest.

Albright verliet Jeruzalem uitermate gefrustreerd. Natuurlijk riep zij zowel Yasser Arafat als Netanyahu op eindelijk de zo broodnodige beslissingen te nemen om het vredesproces verder te kunnen stuwen. Zij waarschuwde dat er niet veel tijd meer is. Het deed Netanyahu niets. Want bij voorbaat kende hij de keerzijde van de medaille. Ondanks de diepgaande meningsverschillen met president Clinton en minister Albright over de Palestijnse kwestie kon hij op zijn vingers natellen dat de VS in de crisis over Irak volledig achter Israel zouden gaan staan. Minister Albright zei dan ook dat de VS niet zullen tolereren dat Irak Israel met bio-chemische wapens zal aanvallen indien de tweede Golfoorlog tegen Saddam Hussein uitbreekt. De strategische alliantie, over de hoofden van de Palestijnen heen, tussen Israel en de VS is nog steeds zo solide als een rots.

Dat heeft niet alleen te maken met de nog steeds sterke invloed van de joodse pressiegroepen in Washington maar ook met een historisch bepaald Amerikaans instinct voor het welzijn van Israel. Zolang daar geen verandering in komt heeft Israel betrekkelijk de vrije hand jegens de Palestijnen. Voor de Palestijnse leider Yasser Arafat moet het een somber vooruitzicht zijn dat Netanyahu zelfs in een crisis-situatie in het Midden-Oosten de Palestijnse eisen terwille van de Amerikaanse belangen kan negeren.