In Die Walküre ontrolt de 'Ring' zich als eeuwig ronddraaiend

Voorstelling: Die Walküre van R. Wagner door de Nederlandse Opera en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen. Decor: George Tsypin; kostuums: Eiko Ishioka; regie: Pierre Audi. Gezien: 31/1 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: t/m 25/2.

De productie van Wagners vierdelige operacyclus Der Ring des Nibelungen muteert bij de Nederlandse Opera per onderdeel. Na de 'Vorabend' Das Rheingold in september, biedt nu Die Walküre, de 'erster Tag' van de tetralogie, een volkomen ander beeld van de lotgevallen van de goden. Zij gaan in het Amsterdamse Muziektheater via Siegfried (juni) definitief op weg naar hun teloorgang, waarbij aan het slot van Götterdämmerung, in september, het Walhalla zal worden verteerd door vuur. Juni 1999 volgen vier complete cycli.

De Ring van regisseur Pierre Audi en dirigent Hartmut Haenchen ondergaat hier een totale metamorfose. Na de zowel theatraal, muzikaal en vocaal nogal timide uitvoering van Das Rheingold bewijst Die Walküre - een van de beste opera's ooit geschreven - zich hier in alle opzichten op enerverende wijze.

De imposante voorstelling biedt intrigerend theater, meeslepend drama, geloofwaardige personages, zinderende muziek, vurig spektakel in de Walkürenritt èn intens gedreven zangkunst, als men niet de onmogelijke eis stelt dat de solisten zich alle bij voortduring kunnen meten met de beste Wagnerzangers dezer eeuw.

De vijf uur durende voorstelling vliegt voorbij en was bij de première een enorm publiek succes met staande ovaties na elk van de drie actes. Dit is èchte Wagner en John Bröcheler blijkt hier een goede opvolger van Anton van Rooy, de beroemde Hollandse Wotan die 101 jaar geleden debuteerde in Bayreuth.

Anders dan bij de meeste Ring-producties, die worden uitgevoerd in een gelijkblijvend basis-decor, wisselt de Ring bij de Nederlandse Opera per keer van perspectief, uiterlijk en theatrale werking. Terwijl Das Rheingold zich goeddeels duister, mythisch en mystificerend voordeed, is Die Walküre helder, conceptueel en expliciet symbolisch. Die Walküre heeft dan ook een geheel ander decor dan Das Rheingold. Een aantal van de nu gebruikte elementen, zoals de 'adventure seats' waarin een aantal toeschouwers zich hoog boven de scène bevinden als in een 'super-Walhalla', zijn wel herkenbaar van de vorige keer. Maar ook die zijn er nu in een nieuwe vorm, dit keer van blank hout.

Hout overheerst de reusachtige scène, die over de verdwenen orkestbak heen tot in de zaal reikt en ver naar achteren wordt afgesloten door stalen wanden. We zien een enorme houten schijf, opgebouwd uit ringen. Het ziet eruit als een zwevende wielerbaan of als het ringenstelsel rond de planeet Saturnus. De negen Walküren bewegen zich daarover als doodsengelen met chromen vleugels. Die zijn met hun flitsende stroomlijn ontworpen in de stijl van de Amerikaanse vormgever Raymond Loewy.

Die Walkürenritt is een van de hoogtepunten van de voorstelling, mede door de plaatsing van dirigent Hartmut Haenchen en het op zijn top spelende Nederlands Philharmonisch Orkest. Zij bevinden zich in een uitgezaagd deel van de houten schijf, die hier soms hallucinerend lijkt te draaien als een vliegwiel met het orkest als motor. In Das Rheingold klonk vooral de vroege, nog lichte en bijna 'Italiaanse' Wagner, in Die Walküre geeft Haenchen de Duitse Wagner zijn volle expressieve gewicht, met veel lyriek in een open en helder klankbeeld.

Na het chaotische decor van Das Rheingold, waarbij op deconstructivistische wijze een nieuwe wereld leek te ontstaan op de puinhopen van een apocalyps, lijkt hier vooral orde te heersen. Maar alles is hier óók dubbelzinnig. We zien in Die Walküre niet alleen het resultaat van de laatste mutatie van de Ring-wereld. Ondertussen blijven de vorige verschijningsvormen aanwezig, fysiek waarneembaar of in de geest herinnerbaar.

Zo ervaren we tegelijkertijd verschillende stadia van deze godengeschiedenis, die sinds de genesis van Das Rheingold in Die Walküre al ver is voortgeschreden in de richting van de fatale jongste dag. Pierre Audi interpreteert in deze Ring het heden, waarin de handeling plaatsvindt, als een punt waar verleden en toekomst samenvallen. Het is vooral dit aspect dat deze eerste Nederlandse Ring-productie bijzonder maakt.

Die aanpak weerspiegelt niet alleen de teksten in de Ring, die vooral terugzien en vooruitblikken. Het uitschakelen van het tijdsverloop herinnert ook aan het uitgangspunt van de romancyclus De tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden: 'het leven in de breedte'. Bij Audi is die breedte zelfs eindeloos: zijn Ring is een cirkel zonder begin en eind. Die visie staat haaks op de lineair verlopende historie die regisseur Harry Kupfer in Bayreuth toonde. Hij liet zijn Ring spelen op de 'Strasse der Geschichte', die eindigde in hoop op beter. Bij Audi gloort aan het eind van Götterdämmerung vast geen nieuwe wereld. Alles lijkt wel te veranderen, maar ondanks die mutaties blijft alles uiteindelijk hetzelfde. De Ring-geschiedenis beschrijft kringen met alleen de herhaling van het verleden in het verschiet.

De houten schijf lijkt een plak, gezaagd uit een dikke boom met jaarringen. Het is een verwijzing naar de 'Weltesche', de 'wereld-es', de oerboom, waaruit de wereld voortsproot. Ooit sneed Wotan zijn speer uit die boom, een daad die op één lijn staat met het kwaad dat de slang aanricht bij Adam en Eva in de hof van Eden. Wotan schond daarmee de paradijselijke natuur en hij verstoorde met de schepping van dit geweldsmiddel de vreedzame wereldorde. Wat is er veel bos gekapt voor het tonen van die wandaad!

Later plantte Wotan tijdens het huwelijk van Hunding en Sieglinde een zwaard in een eik, die er alleen door een held kon worden uitgetrokken. Die schending van de natuur zien we hier letterlijk verbeeld: het hout wordt doorkliefd door vijf machtige stalen pinnen. Eén ervan muteert aan het eind in het zwaard Nothung, dat de held Siegmund eruit zal trekken. Op al dat bedreigende staal bevindt zich de hut van de onverzettelijke Hunding. Hij heeft de gedaante van een vervaarlijke samoerai, en wordt ook vocaal met de vereiste onoverwinnelijkheid getypeerd door Kurt Rydl.

In Hundings hut vindt de volgende mutatie plaats: Wehwalt verandert daar in Siegmund, zo genoemd door zijn tweelingzuster Sieglinde, die hij daar hervindt. In de vertolking van John Keyes is Siegmund een onstuimig zingend personage in de duetten met Sieglinde, de al even prominent zingende Nadine Secunde.

Wagners Ring-verhaal vloeit telkens in nieuwe beddingen. Ook Wotan muteert steeds opnieuw in deze Ring in allerlei gedaanten. Zijn speer is er in verschillende uitvoeringen, dat is maar goed ook, want hij breekt er een. Zijn kostumering varieert van de geharnaste heerser tot de ontwapenende softie, een goeroe in een jasje waarop de wereldboom is geschilderd.

De god Wotan was bereid voor de machtige ring van het Rijngoud zijn ziel te verkopen aan de duivel - hij is Faust in het kwadraat. Hij ontdekt dat hij in feite geen werkelijke macht bezit. Wotan is het slachtoffer van zijn eigen wetten, waaraan hij wordt gehouden door zijn echtgenote Fricka - een fascinerende rol van een onverbiddellijk zingende Reinhild Runkel.

Ook Fricka muteert: van een oude vrouw die steunt op stokken met ramskoppen wordt ze een furie, die Wotan in een geweldige speelscène dwingt tot wat hij niet wil: Siegmund door Hunding te laten doden. Zelfs zijn lievelingsdochter, de Walküre Brünnhilde, gehoorzaamt zijn geboden niet.

Wotan voorziet niet alleen de apocalyps, hij verlangt zelfs naar zijn eigen ondergang: 'Nur eines will ich noch: das Ende, das Ende!' Ondanks die zwakte toont Wotan zich in Die Walküre als een krachtige persoonlijkheid. Al is zijn situatie allengs treuriger geworden, uiterlijk is zijn houding omgepoold.

De sterk en gezagsvol zingende John Bröcheler lijkt hier in niets meer op de Wotan in Das Rheingold, toen hij als de jonge ambitieuze god zijn nieuwbouw-Walhalla betrok. Daar zag Wotan eruit als een verliezer met het uiterlijk van een geslagen hond, een thuisloze zwerver, een god in de goot van de geperverteerde samenleving. Het was toen al de vooruitblik op de komende mutatie van Wotan: in Siegfried is hij nog slechts de dolende Wanderer.

In Die Walküre vlamt Wotan, die hier ook wordt gezien als 'Walvater' en 'Kriegsvater', voor de laatste maal in zijn monologen en de duetten met Fricka en Brünnhilde. De titelrol is voor de fantastisch zingende Jeannine Altmeyer, jaren geleden ook al de opmerkelijk veerkrachtige Brünnhilde tijdens de door Edo de Waart gedirigeerde Ring van de Matinee op de Vrije Zaterdag in het Concertgebouw. De Amsterdamse Brünnhilde is tof en OK. In deze huiveringwekkende wereld op weg naar het einde is zij als enige een voorbeeldige positiviste: een vrouw vol gevoel voor rechtschapenheid en mededogen. Dat blijkt uit ook haar roerende zorg voor Sieglinde, die na de dood van Siegmund achterblijft met het gebroken zwaard Nothung en met in haar schoot de incestueus verwekte vrucht van Siegfried.

Het slot van Die Walküre, waarin op verzoek van Wotan de vuurgod Loge een brandende rode ring rond Brünnhilde ontsteekt, loopt alweer ver vooruit op het slot van de Ring - de brand van het Walhalla. Maar vooralsnog veranderde dit vuur in een wal van kruiend ijs - de meest extreme van alle mutaties.