Imia blijft spanningshaard in Egeïsche zee

Twee jaar geleden raakten Griekenland en Turkije bijna met elkaar slaags toen Turkse troepen een klein rotseilandje bezetten. Hoewel het afgelopen zaterdagnacht rustig bleef, is de spanning rond het eiland nog lang niet verdwenen.

ATHENE, 2 FEBR. Een Turks vrachtschip dat vorige week in moeilijkheden kwam ten noorden van het Griekse eiland Kos weigerde de Griekse autoriteiten om hulp te vragen. Het gebeurde namelijk niet ver van de eilandgroep Imia die twee jaar geleden het centrum was van een hevig Grieks-Turks conflict.

Het scheelde niet veel of in de nacht van 31 januari op 1 februari 1996 was tussen Griekenland en Turkije een oorlog uitgebroken nadat Turkse troepen op het kleinste van de twee rotseilanden waren geland. Grieken hadden hun vlag geplant op het grootste. Dankzij bemiddeling van president Clinton en diens onderminister van Buitenlandse Zaken Holbrooke werden diezelfde nacht beide initiatieven ongedaan gemaakt.

Dit jaar leek de herdenking van het incident van beide zijden meer aandacht te krijgen dan vorig jaar. Turkse vissersboten verschenen enkele dagen geleden ostentatief ten westen van de eilandjes, om door een Grieks oorlogsschip te worden verjaagd. En eerder deze week oefenden enkele kleine Turkse oorlogsbodems in de internationale wateren bij Imia waarbij met scherpe munitie werd geschoten. Het slechte weer en de oplopende spanning rond Irak afgelopen zaterdag hebben vermoedelijk zowel Turken als Grieken van verdergaande acties afgehouden.

Voorlopig althans, want de symboolfunctie van Imia is veelvoudig. Voor de Turken geldt dat er in de Egeïsche zee tussen Griekenland en Turkije geen duidelijke grens is maar een “grijze zone”, waar de territoriale rechten niet vaststaan. Imia is slechts een van vele rotseilanden die in geen enkel verdrag met name worden genoemd en waarvan de Grieksheid door Turkije wordt betwist. Athene noemt deze opvatting absurd en nodigt Ankara uit om zich te wenden tot het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.

Voor veel Grieken heeft Imia de klank van de nederlaag en men vreesde dat het incident dit jaar door de Turken als een overwinning zou worden gevierd. Dat was premier Kostas Simitis, die net was aangetreden toen de crisis rond Imia losbarstte, slecht uitgekomen. De premier heeft de laatste tijd, zowel bij zijn binnenlands als zijn buitenlands beleid, te kampen met toenemende tegenstand van wat wordt genoemd de “presidentiëlen”: de grote groep binnen de socialistische partij PASOK die de oude, overleden leider Papandreou maar niet kan en wil vergeten en die waarschuwen voor een “ont-papandreïsering”, zoals een van haar kopstukken, EU-commissaris Christos Papoutsis, het heeft genoemd.

Tot grote schrik van deze groep probeert de altijd onvoorspelbare minister van Buitenlandse Zaken, Theódoros Pángalos, intussen enige beweging in de Grieks-Turkse kwesties te krijgen met een ongewoon voorstel. In de Turkse krant Milliyet heeft hij vorige week verklaard dat wat hem betreft Ankara elke kwestie die Turkije dwarszit voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag kan brengen, mits het land de rechtskracht en de besluiten daarvan erkent. Tot nu toe gold de uitnodiging naar het Hof te gaan slechts voor de kwestie-Imia. Voor Pángalos zijn andere kwesties, zoals die van de territoriale wateren en het luchtruim dat door Turkije wordt geclaimd, alsmede die van de militarisatie van de Griekse eilanden vlak onder de Turkse kust, plotsklaps allemaal bespreekbaar. “Turkije kan dan ook duidelijk maken”, zei hij er ironisch bij, “waarom het langs zijn zuidwestkust 300 landingsboten onderhoudt.”

Griekenland staat in de zaak-Imia en ook in die van de eventueel door Turkije uit te roepen 12-mijlszone op zee juridisch bijzonder sterk, maar inzake de militarisatiekwestie minder. Een rechtse krant kwam met de kop “De helft van de Egeïsche zee wordt bruidsschat voor Turkije”. Turkije heeft vooralsnog terughoudend gereageerd.