De VVD oogst

MET DE BIJBEHORENDE triomfmuziek betraden afgelopen zaterdag aan het eind van de tweedaagse algemene ledenvergadering van de VVD de net verkozen kandidaten voor de Tweede-Kamerfractie het podium. Tot en met plaats vijftig werd er geglunderd. Als de VVD dit weekeinde iets uitstraalde, was het wel het gevoel dat de electorale buit al binnen is.

Bijna algemeen was de verwachting dat de liberalen zowel een forse slag bij de verkiezingen gaan maken als versterkt in het kabinet zullen terugkeren. Beide verwachtingen zijn verre van illusoir. In de peilingen blijft de VVD het onverminderd goed doen. En voor zover programmatische overwegingen nog een rol spelen bij de kabinetsformatie, hebben enkele wijzigingsvoorstellen van de ledenvergadering in de sociale paragraaf de vorming van paars II zeker niet moeilijker gemaakt.

De VVD is niet conservatief, niet progressief, maar realistisch, aldus lijsttrekker Bolkestein zaterdag in zijn slottoespraak tot de ledenvergadering. De wijze waarop de leden het programma amendeerden had inderdaad veel te maken met politiek realisme. De liberale achterban keerde zich tegen de in het ontwerpverkiezingsprogramma voorgestelde verlaging van het minimumloon en de beperking van de aanspraken op de WW. Vooral de discussie over het wettelijk minimumloon is in Nederland een theoretische. Het aantal kostwinners dat daadwerkelijk het minimumloon verdient is verwaarloosbaar klein. De meeste CAO-schalen kennen flink hogere aanvangssalarissen dan het minimumloon. Dat de VVD-achterban zich niet te veel 'sores' op de hals wilde halen, zeker in een tijd waarin het economisch goed gaat, is dus begrijpelijk.

MAAR DAARMEE heeft de VVD nog geen antwoord gegeven op de analyse die stelt dat bepaalde vormen van arbeid in Nederland onbetaalbaar zijn geworden. De structurele problemen op de arbeidsmarkt doen zich nog steeds voor aan de onderkant. Bepaalde vormen van werk worden pas weer aangeboden als de prijs van arbeid wordt verlaagd. Een verlaging van het minimumloon (met financiële compensatiemaatregelen voor kostwinners) is daartoe een geëigende methode. Nu de VVD dit heeft afgewezen doet de partij op dit punt geen recht aan de eigen verkiezingsleuze die zegt dat de VVD werkt.

Binnen de smalle marges die het huidige politieke landschap kenmerken is het overdreven te stellen dat de VVD met het amenderen van het programma nu plotseling een 'ruk naar links' heeft gemaakt. In wezen heeft de partij al vier jaar geleden gekozen voor het sociaal-liberalisme toen de coalitie met PvdA en D66 werd aangegaan. Het afwijzen van de verlaging van het minimumloon en van de bezuiniging op de WW kan dan ook eerder worden beschouwd als een uitvloeisel van de paarse samenwerking.

Interessant is wel dat er binnen de VVD over deze zaken een inhoudelijk debat is gevoerd. Het klassieke verwijt luidt immers dat binnen de VVD slechts wordt gediscussieerd over personen. Nu leiden twee aanvaarde wijzigingsvoorstelllen vanzelfsprekend nog niet tot een cultuuromslag, maar het hoopgevende begin is er in elk geval. Hoe belangrijk personen nog steeds zijn bewezen trouwens de beraadslagingen over de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. In totaal besteedde de ledenvergadering hier zes uur aan. De uitkomst was geheel conform de afspraken die de in de VVD nog steeds oppermachtige voorzitters van de Kamercentrales eerder die week met elkaar waren overeengekomen. De factor Bolkestein en het daarbij behorende electorale succes overschaduwt hun invloed, maar als het er binnen de partij op aankomt hebben zij het nog steeds voor het zeggen, zo is wederom gebleken.

DE VVD BLAAKT momenteel van zelfvertrouwen. Daartoe heeft de partij alle reden. Maar de grens tussen zelfvertrouwen en zelfgenoegzaamheid is flinterdun. De wijze waarop VVD-leider Bolkestein de successen van het paarse kabinetsbeleid voor zijn partij afgelopen zaterdag opeiste, kwamen dicht in de buurt van dat laatste. Als zelfgenoegzaamheid de overhand krijgt, kunnen de formatiebesprekingen na de verkiezingen opeens omslaan in zeer moeizame onderhandelingen. De VVD zal niet de eerste partij zijn die een klinkende verkiezingsoverwinning ziet omslaan in een nederlaag bij de formatie.