De neus van Cleopatra

Er bestaat een gewichtigdoenerij die echt bij mannen hoort. Het is een manier van aanwezig zijn, op vergaderingen bijvoorbeeld, die voortdurend onderstreept: ik ben er en dat is niet mis. Dat betekent bijvoorbeeld: het woord niet snel loslaten als je het eenmaal hebt. Dus nooit een vraag eenvoudigweg met 'ja' beantwoorden, maar er altijd een volzin tegenaan gooien.

Nooit veronderstellen dat de anderen ook niet gek zijn en wel weten waar het over gaat, maar altijd voorgeschiedenis, eigen visie op de zaak, en niet te vergeten, de eigen rol en de omvang daarvan, even meenemen in het antwoord. “Is aan de voorwaarden voldaan om het nieuwe systeem in te voeren?” Iemand die niet hogerop wil komen zal eenvoudigweg antwoorden: 'ja'. Of 'nee', met een korte toelichting. Maar een man met (aanstaand) gewicht structureert zijn antwoord zo: “Om het nieuwe systeem in te voeren was het nodig om a, b en c. te regelen. Aan a was eenvoudig te voldoen door x. B en c kostten meer inspanning. Ik heb gezorgd dat 1 en 2, daarna heb ik kunnen regelen dat 3. Overigens moet ik opmerken dat het van enig belang is om niet te vergeten bij dit alles dat ook d en e tezijnertijd geregeld moeten worden.” Enzovoort enzoverder.

Een man die gewichtig wil zijn zal bovendien vaak achterovergeleund in zijn stoel blijven zitten terwijl hij het woord voert. Niet gretig, niet zich uitslovend om de aandacht te trekken, maar ervan overtuigd dat hij de aandacht heeft.

En mocht er kans bestaan dat men het belang van de gewichtige man toch niet helemaal goed in ziet, dan wijst die man daar gewoon zelf op. Zoals de Groningse burgemeester Ouwerkerk bij zijn vertrek deed: “Ik maak het mezelf moeilijk, ik maak het u moeilijk, maar het is wel hartstikke zuiver.” En: “Verantwoordelijkheid leg je af in de gemeenteraad - dat is bestuurlijk karakter.”

Vrouwen zie je dit zelden doen. Waarom niet, weet ik niet. Niet omdat vrouwen nooit eens hogerop willen. Ik kan ook niet geloven dat een aangeboren afkeer van gewichtig doen ze verhindert dergelijk gedrag ten toon te spreiden. Vrouwen hebben over het algemeen de neiging tot een informelere manier van doen, ook als ze de baas zijn. Het zal wel weer iets met de ooit zo veelbesproken 'socialisatie' te maken hebben, het tot vrouw (of tot man) opvoeden van kinderen.

Zouden al dit soort gedragsverschillen meedoen in de plotseling weer uitgebroken oorlog tussen de seksen? Want dat die weer woedt, staat wel vast: prinses Sorgdrager en de afgewezen prinsen, de dorpsmeisjes die koket met hun rokken zwierend Clinton onderuit proberen te halen, en in het gewonere leven worden vrouwen bij de politie in hun billen geknepen of op andere manieren zo geinig seksueel bejegend dat velen besluiten toch maar een andere werkkring te zoeken, zoals afgelopen zaterdag uitvoerig in deze krant beschreven werd.

In al zulke gevallen worden de hoofdrolspelers, noodgedwongen, teruggebracht tot hun sekse, en voelen ze die zelf noodzakelijkerwijs ook heel duidelijk. Dat bleek bijvoorbeeld goed uit een van de politie-anekdotes. Mirjam Elias, een journaliste die anderhalf jaar lang bij een politiekorps meeliep om de daar heersende omgangsvormen te beschrijven, schreef dat ze een keer een elleboog in haar borst kreeg van een politieman die ze vervolgens tegen zijn collega's hoorde zeggen: “ja hoor, ze zijn echt”. Het is een vrij ruwe manier om iemand bewust te maken van haar vrouwelijkheid - want tot die tijd had Elias vast niet almaar gedacht dat ze oh ja, borsten had en die mannen niet.

Bestaat vrouwelijkheid dan uit borsten? Charlotte Mutsaers heeft wel eens met kracht van argumenten beweerd dat de mens zijn hoofd is, en daar is veel voor te zeggen. Maar het geval van Elias maakt duidelijk dat dat ook níet waar is. Het lichaam doet nu eenmaal mee, het is niet anders, en het gevoel over het lichaam ook. Dat geldt zowel voor vrouwen als voor mannen. Onlangs werd dat nog schrijnend duidelijk uit een reportage over gemengd-gehuwde joodse mannen die tijdens de oorlog in Westerbork voor de keuze gesteld werden om zich te laten steriliseren en daarmee de vrijheid te verwerven, of het risico te lopen doorgestuurd te worden naar Polen. Er kwam een man aan het woord die vertelde hoe hij en zijn zwager daar niet lang over na hadden hoeven denken: natuurlijk deden ze het niet. Want wat voor man zouden ze zijn voor hun vrouw, als ze geen kinderen meer konden maken? Dan liever dood. Het was een extreem voorbeeld van hoe sekse-identiteit op een bepaald moment het hele leven kan overschaduwen. Het liet zien hoe belangrijk het is om samen te vallen met het feit dat men man is, of vrouw - wat dat dan ook precies mag betekenen. Onder druk van omstandigheden betekent het iets, en dat 'iets' is heel sterk en door geen emancipatie of gelijkheidsgedachte weg te poetsen.

Er zijn, toen in het geval-Sorgdrager werd verondersteld dat deze hele kwestie ook wel eens iets met man-vrouwverhoudingen te maken zou kunnen hebben, natuurlijk meteen vrouwen geweest die zeiden: 'Mij flikken mannen zoiets niet. Ik maak meteen duidelijk dat ik eigenlijk geen vrouw ben.' Zo zeiden ze het niet, maar daar kwam het wel op neer. Een vrouw die in zulke moeilijkheden raakt heeft dat aan zichzelf te danken. Hanja Maij-Weggen vond dat het 'de zaak van de vrouwen' geen goed deed om Sorgdragers vrouw-zijn in het geding te brengen.

Daarin heeft ze in zekere zin gelijk: zolang dat een onderwerp is, is de emancipatie niet voltooid en wie er steeds weer een onderwerp van maakt, houdt de ongelijkheid in stand. Aan de andere kant: als je er niet over mag praten omdat je dan 'de zaak' geen goed doet kunnen allerlei ongewenste toestanden maar doorwoekeren, zoals bij de politie zo duidelijk gedemonstreerd wordt, waar vrouwen over veel minder schimmig seksistisch gedrag niet durven klagen uit angst om voor 'matennaaier' of 'tutje' te worden versleten.

Het lastige van de ruzie op het ministerie van Justitie is dat het allemaal als de neus van Cleopatra wordt: als Sorgdrager een man was geweest, als ze ouder was geweest, minder aantrekkelijk, minder vrouwelijk, dan.... Ja dan. Dan was alles anders, dat is zeker. Misschien geldt iets dergelijks trouwens ook wel voor Clinton: hij is betrekkelijk jong, aantrekkelijk, charmant, hij heeft een informelere stijl dan enige president voor hem. Net zoals mannen vrouwen op hun sekse pakken zien we hier, - emancipatie! - , vrouwen een man op dat punt aanvallen.

Dat gewichtig doen in een stoel, vormelijk zijn in dikke zinnen, dat dient ook allemaal een doel. Het is het driedelige pak van de psyche, onpersoonlijk, en wat eronder zit doet er niet toe. Alleen de belangrijkheid telt. Toch moet die stijl verdwijnen, ten gunste van het persoonlijkere en echtere. Opdat elk mens zijn of haar hoofd kan worden. Ondanks, ja zelfs met inbegrip van, die borsten.