Advies VN: olie-geld Irak naar 5 miljard

ROTTERDAM, 2 FEBR. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, heeft gisteren geadviseerd Irak de komende zes maanden toe te staan voor 5,2 miljard dollar olie te verkopen voor extra levensmiddelen, medicijnen en andere doeleinden. In het 'olie-voor-voedsel programma' mag Irak nu elk half jaar voor 2 miljard dollar olie verkopen.

Het programma staat op zich los van de doorlopende confrontatie tussen Irak en de VN en de Verenigde Staten over de ontmanteling van de Iraakse massa-vernietigingswapens.

Volgens Annan moet Irak voor 3,2 miljard dollar meer olie verkopen om om voldoende humanitaire goederen te kunnen aanschaffen. Ditmaal adviseerde hij dat Irak in dat kader ook infrastructurele reparaties zou moeten verrichten. Onder de uitgaven in die categorie noemde hij herstel van scholen, ziekenhuizen, waterzuiveringsinstallaties en dammen. Irak betoogt - met steun van internationale humanitaire organisaties - dat het huidige bedrag volstrekt onvoldoende is om de nood onder zijn bevolking als resultaat van het sinds 1990 geldende internationale handelsembargo te lenigen. Critici merken echter op dat de Iraakse autoriteiten na de Golfoorlog van 1991 wel in staat zijn gebleken om strategisch belangrijke installaties en het leger weer in goede orde te brengen. Een derde van het oliegeld moet overigens door Irak worden gebruikt om de VN te betalen voor de ontmanteling van de massa-vernietigingswapens en om oorlogsschade in Koeweit vergoeden.

Het voorstel van Annan moet nog worden goedgekeurd door de Veiligheidsraad van de VN, maar deze heeft in december al meegedeeld een - niet nader gespecificeerde - verhoging van het oliegeld welwillend te zullen bekijken. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, zei gisteren in Jeruzalem dat Washington uitbreiding van het olie-voor-voedsel programma in principe steunt, maar wilde zich niet over het bedrag uitlaten. Groot-Brittannië, dat zich inzake Irak over het algemeen aan de zijde van de VS bevindt, verwelkomde het advies van Annan.

Uitbreiding van het programma kwam aan de orde tijdens de vorige crisis tussen Irak en de VN en de VS over de Iraakse ontwapening, afgelopen najaar. Washington en Londen onderstreepten toen bij herhaling wel een conflict te hebben met het Iraakse leiderschap, maar niet met het Iraakse volk. Een Amerikaanse regeringsfunctionaris suggereerde indertijd dat verhoging van het oliegeld kon dienen als aanmoediging aan Irak om in te binden.

Irak moet het olie-voor-voedsel programma onder strikte controle van de VN uitvoeren, zodat de opbrengst daadwerkelijk aan de bevolking ten goede komt. Aan de andere kant kan het bewind nu eigen fondsen die tot dusverre aan de bevolking werden besteed, voor andere doeleinden aanwenden.