Zes uur is niet genoeg voor verpletterend stuk Jelinek

Voorstelling: Ein Sportstück, Burgtheater, Wenen. 5,6,10, 13,14,15 februari. Reserveringen: (0043) 15 14 44/22 18 (alleen met creditcard).

Ein Sportstück van Elfriede Jelinek is een prachtige tekst om te lezen. Het is een sarcastische afrekening met de betekenis die de sport in Oostenrijk 'en andere kleine landen' toebedeeld krijgt: sport als alternatief voor oorlog. Als toneelstuk plaatst het de regisseur echter voor een probleem, omdat er geen handeling is.

Einar Schleef, enfant terrible van het Duitse theater en volgens Jelinek het enige genie dat Duitsland na 1945 heeft voortgebracht, nam de uitdaging aan en ensceneerde Sportstück in het Burgtheater. Het resultaat was letterlijk en figuurlijk verpletterend. Zeseneenhalf uur mooie beelden en een tekst die een hoge mate van concentratie vereist vragen veel van publiek én acteurs. Ondanks een vuurwerk van ideeën zakte de spanning regelmatig weg. En nog kwam Schleef tijd te kort. Uitgerust met een scheidsrechtersfluit had hij al aan het begin van de avond duidelijk gemaakt dat er geen tijd te verliezen was “want” - hulpeloos gebaar - “hier valt om 23 uur het doek”. Hij doelde hiermee op het rigide vakbondsregime binnen de Oostenrijkse staatstheaters.

In het stuk klaagt 'de vrouw' op een leeg toneel over de snelheidswaanzin van haar zoon, zijn sportmanie en zijn obsessie met spieren. Het koor roept haar tot de orde, het land kan niet zonder helden en waar behalve in de sport kan een man nog held zijn? Dan komen de fans het toneel op, altijd bereid in gewelddadigheid uit te barsten. In tegenstelling tot Jelineks tekst, waarin het hele stuk door een bloedige lap - het slachtoffer - door alle deelnemers wordt geschopt, volstaat Schleef met een enkele gewelddadige scène. Binnen seconden ligt één man weerloos op de grond, zijn dood zal volstrekt willekeurig en zinloos zijn. Het slachtoffer weet dat maar al te goed en vertelt dat hij liever dader geweest zou zijn. Helaas, voor hem was deze verrukkelijke rol nooit weggelegd. De daders relativeren zijn rooskleurige voorstellingen. Moorden is heus niet alleen lol maken en vaak krijg je achteraf nog problemen ook.

Schleef maakt van Jelineks tekst een esthetisch genoegen - vaak duidelijk geïnspireerd door Peter Greenaway - dat in scherp contrast staat met de wrange tekst. Tijdens de eerste twee bedrijven werkt Schleef voornamelijk met oogstrelende kostuums. Het koor, in witte korte broeken en shirts, declameert op ritmische bewegingen - een toespeling op de rol van de Duitse turnverenigingen in de jaren dertig. 'De vrouw', in zwart gehuld, steekt er met kop en schouders boven uit. Een eenzame domina, die zich scherp bewust is van haar eigen bijdrage - verstikkende moederliefde - in het drama van haar door sport bezeten zoon. Veel naakte mannen bevolken het toneel, een keer hangen ze zelfs met een been in een vleeshaak.

Na vijf uur speeltijd, slechts onderbroken door een korte pauze om acht uur 's avonds, verscheen Schleef weer om geëmotioneerd uit te leggen dat het stuk nog lang niet afgelopen was, maar dat 'men' hem wilde dwingen op te houden. Het publiek, dat tijdens het drie uur durende tweede bedrijf vergeefse pogingen had ondernomen een pauze af te dwingen, liet zich nu niet kennen en eiste de voortzetting van het spel. Directeur Claus Peymann probeerde Schleef tot bedaren te brengen en riep vanuit zijn loge: “Als u mij voor de 1500 hier aanwezigen belooft morgen wél op tijd op te houden, mag u vanavond doorgaan. Ik betaal de kosten uit eigen portemonnee.” Schleef nam het aanbod aan, maar beloofde niet het stuk in te korten.

Het laatste bedrijf speelde zich af tegen een decor dat sterk aan de film Prospero's books van Greenaway deed denken. Dat was een lust voor het oog, maar de band tussen tekst en beeld was daar wel definitief zoek. En toen verscheen de regisseur zelf weer op het toneel, ging op een doek met een tekst staan en riep de hulp van de schrijfster in. “Deze tekst is heel moeilijk”, zuchtte hij. “Frau Jelinek, lassen Sie uns Hand in Hand durch diesen Text gehen!” Schleef heeft zijn stuk niet gekort en Jelinek kwam hem te hulp. De volgende avond stond ze zelf op de planken en sprak de slotmonoloog.