Zand of veen; Geologische kaarten worden gedigitaliseerd

DE GEOLOGISCHE kartering in Nederland staat op een keerpunt. De afdeling Geokarteringen van het Nationaal Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen (NITG-TNO) verandert de komende jaren van kartografisch instituut tot digitaal archief.

De gebruiker kan dan op verzoek bepaalde informatie over een gebied opvragen. “De kaart-oude-stijl moest het volledige verhaal vertellen. Alle informatie werd op zo'n kaart verzameld. Het duurt lang voordat een geologische kaart getekend is en als er nieuwe gegevens komen moet je nieuwe tekeningen maken. De moderne, digitale kaart geeft alleen de informatie die de gebruiker vraagt. Feiten als zand ja dan nee, hoe dik, hoe grof en dergelijke. Door de digitalisering zijn de gegevens meteen beschikbaar en je kunt nieuwe gegevens meteen verwerken. Binnen een dag heb je de kaart klaar”, zegt drs. M.M. Fisscher, hoofd afdeling Geokartering ondersteuning en Ontwikkeling.

Het NITG-TNO ontwikkelt methoden om geologische kaarten volledig automatisch te vervaardigen. Er is een speciaal programma ontwikkeld voor het tekenen van de concept-kaarten. Door de digitalisering zijn deze binnen een mum van tijd klaar. “Uiteindelijk moet iemand bijvoorbeeld kunnen vragen naar een kaart met 'oeverwallen' of 'strandwallen'. Leg je daar overheen de tracés van HSL en Betuwelijn, dan zie je de plaatsen waar je onderzoek moet doen”, aldus geoloog dr. W. de Gans, hoofd Geokartering West-Nederland.

Deze veranderingen betekenen bijvoorbeeld het einde van de geologische kaart 'Nieuwe Reeks 1:50.000' die in de jaren zestig op de markt kwam. Binnenkort verschijnen waarschijnlijk de laatste bladen Den Haag -Oost en -West en Rotterdam Oost. Gans: “Ze zijn te duur en niet digitaal opvraagbaar.”

ZIJRIVIERTJE

Het verrichten van boringen zal nodig blijven. Want ondanks de ruim 400.000 metingen die opgeslagen zijn in het archief van de Rijks Geologische Dienst in Haarlem, zitten er nog steeds hiaten in de kennis. Zo was het bijvoorbeeld tot voor kort de vraag of De Meije ten noorden van Bodegraven oorspronkelijk een zijriviertje van de Rijn was of een kreek van de Noordzee. Dat maakt verschil voor de kartering. Zeeklei is namelijk kalkrijk terwijl rivierklei kalkarm is. Ter plaatse werden daarom bodemmonsters genomen. Bij de boringen kwam kalkarme klei naar boven. Daaruit werd geconcludeerd dat de Meije een zijriviertje is van de Rijn. Bovendien kwamen er verzonken landschappen naar boven, zoals in het veen bewaarde resten van rood elzenhout dat op enige afstand van de rivier groeide - een aanwijzing voor bosveen - en van riet dat ooit langs open water stond. Ook dit soort gegevens wordt verwerkt.

De digitale informatie uit al die 400.000 metingen komt ook voor 'gewone' wegenaanleg en woningbouw beschikbaar. Dat heeft zijn nut. In Rotterdam is er bijvoorbeeld een getijdengebied met oost-west lopende geulen van de Rijn en Maas, en een noord-zuid lopend veenriviertje de Rotte. De grondmonsters van de getijdenmonding krijgen een andere code dan die van de Rotte. Het tekenprogramma kan nu, in combinatie met een data-selectie-systeem, een concept-kaart produceren waarbij beide processen uit elkaar worden gehouden. Dit kan van belang zijn bij de bouw van bijvoorbeeld ondergrondse stations. Om de verankeringspalen op de juiste diepte te kunnen slaan en de opwaartse druk van het grondwater te weerstaan, is een grondige kennis nodig van de doorlatendheid van de bodem. De oevers van het noord-zuid lopend riviertje bestaan uit sponzig veen, terwijl de oost-west lopende geulen veel rijker zijn aan zand en klei. Het noord-zuid lopende riviertje is tijdens drainage veel gevoeliger voor inzakking. Snel opvraagbare gedigitaliseerde kaarten vertellen de ingenieurs welke grondsoorten ze op welke diepte tegenkomen.

Op dezelfde manier onderscheidt het programma bijvoorbeeld een stuwwal uit de ijstijden van een rivier die erlangs stroomt zoals dat bijvoorbeeld bij de Amerongse Berg het geval is. Dat kan van belang zijn voor een hydroloog.

De digitale 1:50.000 kaarten zullen helaas alleen voor het bedrijfsleven betaalbaar zijn. Nu kosten de traditionele kaarten 1:50.000 nog ƒ 50,- à ƒ 60,- maar de prijs van de digitale kaarten zullen daar ver boven liggen. Hoeveel is nog niet duidelijk. Fisscher: “Maar binnenkort beginnen we met een betaalbare reeks 1:200.000 kaarten die geheel Nederland bedekken. Die is speciaal bedoeld voor publiek en onderwijs.”