Wanbeheer door zwarte directeur richt JCI te gronde; Mijnbedrijf Zuid-Afrika op de fles

Een van de oudste mijnhuizen van Zuid-Afrika, JCI, is op de fles als gevolg van wanbeheer. Tot voor kort werd JCI geleid door Mzi Khumalo, een van de uithangborden van 'black empowerment'.

JOHANNESBURG, 31 JAN. Deze week ging een van de oudste mijnhuizen van Zuid-Afrika, JCI, op de fles. Wegens wanbeheer, zeggen analisten. De waarde van de aandelen was in driekwart jaar gedaald met meer dan de helft, de positie van het bedrijf, dat goud, kolen, ijzererts en andere metalen mijnde, was onhoudbaar geworden.

Het bijzondere is dat JCI tot voor kort werd geleid door Mzi Khumalo, een van de uithangborden van 'black empowerment', het streven zwarten sleutelposities te geven in de economie. Khumalo wordt nu verweten door zijn onervarenheid JCI te gronde te hebben gericht.

De 41-jarige Mzi Khumalo was ooit een gevreesd lid van Umkontho we Sizwe (Speer van de Natie), de gewapende tak van het ANC. Voor zijn aandeel in de strijd tegen de apartheid zat hij twaalf jaar gevangen op Robben Eiland, van 1978 tot 1990. In het 'nieuwe Zuid-Afrika' van na 1994 steeg de ster van Khumalo als zakelijk bestuurder snel tot grote hoogte. In april 1997 kocht de zwarte investeringsgroep African Mining Group Consortium onder Khumalo's leiding een meerderheidsbelang in het mijnhuis JCI, daterend uit 1889 op, voor een prijs van 54,50 rand per aandeel. Dat deed toen al de wenkbrauwen fronsen, was de prijs niet veel te hoog geweest? Maar het enthousiasme over black empowerment en de politieke correctheid ervan legde critici het zwijgen op. Khumalo trad als directeur de openbaarheid tegemoet in prachtig gesneden pakken. Zijn gebrek aan ervaring zou geen beletsel zijn voor een goed bestuur van de firma, zo redeneerde hij.

Maar het liep anders. Binnen de raad van bestuur bestond regelmatig grote onenigheid, soms langs de zwart-blank lijn. Volgens de oude (blanke) garde wilde Khumalo te veel bereiken in korte tijd. Ervaren bestuursleden stapten op, of werden, in het geval van de managing director, Bill Nairn, door Khumalo aan de kant gezet. Het bedrijf ging beoordelingsfouten maken en de notering aan de beurs van Johannesburg zakte langzaam maar zeker weg.

Vorige maand kocht Khumalo voor een vorstelijk bedrag een belang van 20 procent in een ander mijnhuis Southern Mining. De andere directieleden had hij niet bij het besluit geraadpleegd. Toen naderhand bleek dat Khumalo zelf een belang had in Southern Mining en dus een vestzak-broekzak transactie had uitgevoerd, dwong de directie zijn aftreden af. Khumalo werd gedegradeerd tot gewoon lid van de directieraad en Vaughan Bray nam de directiehamer over. Maar Bray kon het bedrijf niet meer redden. Deze week werd aangekondigd dat het bedrijf in onderdelen zal worden opgesplitst die worden verkocht aan andere ondernemingen, onder meer aan Anglo American. Een dag voordat de aandeelhouders op donderdag bijeen kwamen trad Mzi Khumalo af als directielid van JCI. Hij verscheen niet meer op de vergadering.

“De verbrokkeling van JCI is de jongste waarschuwing dat het besturen van een grote onderneming uitzonderlijke vermogens vereist, die gewoonlijk pas na jaren van zakelijke ervaring worden verkregen”, zo schreef de analist Curt Von Keyserlingk in het dagblad Beeld. Volgens Von Keyserlingk breekt de snelle uitvoering van positieve discriminatie Zuid-Afrika op. De ondergang van JCI was namelijk niet de eerste grote mislukking van black empowerment. Vorig jaar ging het geheel door zwarte managers geleide New Age Beverages, het bedrijf dat ondermeer Pepsi Cola voor Zuid-Afrika bottelde, op de fles. Volgens het liquidatierapport was het faillissement het gevolg van “bestuursfouten door mensen die onbevoegd waren om te besturen”. De zwarte bierbrouwerij National Sorghum Breweries verging het precies zo.