Verboden *piep*

KORTGELEDEN PLOFTE bij Ouders Online, de internet-site voor mensen met kinderen van nul tot ruim drie turven, per ouderwetse PTT een brief op de mat. Een dreigend schrijven van de firma Hunter-Douglas. Aanleiding was de rubriek in Ouders Online waar een kinderarts medische adviezen geeft. Bij die adviezen was er een aan de trotse ouders van een spruit die helaas allergisch was gebleken voor stofmijt. Doe de gordijnen de deur uit, ried de arts hun aan, en vervang ze door *piep*.

En dat veroorzaakte ten kantore van Hunter-Douglas grote consternatie. *Piep* was namelijk een merk van dat bedrijf. Daarmee was het woord *piep* van Hunter-Douglas alleen, en mocht het uitsluitend gebezigd worden door diegenen aan wie het bedrijf uitdrukkelijk toestemming daartoe verleende, en dan nog alleen op de door Hunter-Douglas voorgeschreven wijze.

Nu is het vervelende dat *piep* weliswaar inderdaad een productnaam is, maar tegelijkertijd al lang en breed is ingeburgerd als niet aan één merk gebonden soortnaam, net als bijvoorbeeld velpon, stanleymes, aspirientje, spa en cola. Het beste bewijs daarvan is dat u nu al weet wat *piep* is. Het woord komt dan ook op talloze plaatsen in kranten, tijdschriften en boeken voor, om nog maar niet te spreken van de duizenden keren dat het in Nederland in doodgewone huis-, tuin- en keukengesprekjes gebruikt wordt: 'doe jij de *piep* even omlaag', 'nou, en daar zat oma dan, hele dagen achter de *piep*'. Hunter-Douglas maakte zich daar nooit metterdaad druk over. Maar nu het woord ook en even onschuldig op het internet gebezigd wordt, is de beer los: in de eerste brief aan Ouders Online sloeg de dienstdoende bedrijfsjurist voor de zekerheid al meteen een onbeschaafde blaftoon aan, en al snel volgde daarop een brief van een heuse advocaat: *piep* weg, of er zwaaide wat!

De reden van die plotselinge ijver is nogal banaal. Wil je het gebruik van een woord uit de ouderwetse gedrukte media weren, dan moet je je werkelijk het schompes lezen. Maar het internet biedt, bij alle tekortkomingen die het heeft en ondanks zijn chaotische karakter, juist wel de mogelijkheid om snel en effectief alle plaatsen op te sporen waar een simpel woord voorkomt. Het internet is juist in die zin één groot en heel toegankelijk archief. Het is een kwestie van het woord opgeven aan een willekeurige zoekrobot, en de vindplaatsen rollen er binnen een paar seconden uit. Om precies te zijn: *piep* levert via het zoekprogramma Altavista 93 treffers op, merendeels van sites van of gelieerd aan Hunter-Douglas zelf, of van woninginrichters.

Zo comfortabel aan merkbescherming doen, dat kun je niet laten, moet men gedacht hebben. En dus werd Ouders Online spoorslags de wacht aangezegd, evenals het blad van de TU-Twente, waar het gewraakte *piep* bleek voor te komen in een artikeltje uit 1995, het blad Delta van de TU in Delft, waar het stond in een oude column uit datzelfde jaar, en de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), die huizenverkopers in spe onschuldig aanraadt potentiële kopers te ontvangen met 'de gordijnen en de *piep* open'. Het waren allemaal gevallen waarin *piep* gebruikt werd in een context waarin van commerciële bedoelingen of misleiding geen sprake kon zijn.

Gek genoeg heeft Hunter-Douglas bij al zijn waaksheid maar slordige bedrijfjuristen in dienst, want juist het enige bedrijf waar je in de verte zou kunnen spreken van mogelijke misleiding hadden ze kennelijk over het hoofd gezien: een verhuurder van kantoorruimte die 'units' aanbiedt voorzien van stoffering en *piep*. Je zal toch zo'n dure unit huren en dan ontdekken dat je niet comfortabel in de schaduw van echte *piep* zit, maar achter *piep* van een onbekend merk! Uitgerekend dit bedrijf had echter nog nooit van Hunter-Douglas gehoord.

De rest wel, en bijna allemaal zijn ze het over één ding eens: Hunter-Douglas slaat een onplezierig hoge toon aan, die het imago van het bedrijf bij de aangeschrevenen niet echt goed gedaan heeft. 'Ontzettend kinderachtig', vindt Bert Groenman, hoofdredacteur van UT-Nieuws uit Twente de actie. Maar 'uit tijdgebrek' is hij gezwicht, en heeft hij 'de *piep*' op de gewraakte pagina laten veranderen in 'het rolgordijn', wat toch echt iets anders is. Richard Meijer van het Delftse Delta is principiëler. Met alle begrip voor merkbescherming en het verschil tussen gesproken omgangstaal en geschreven taal - en minder voor het feit dat Hunter-Douglas zoveel geld aan zulke onzin uitgaf - kon van wijziging geen sprake zijn. Al was het maar omdat daarmee de integriteit van het archief aangetast zou worden. In nette landen herschrijven we de geschiedenis immers niet. Bij de NVM heeft men wél alle begrip (maar nog niets veranderd), maar dat berust volgens medewerkster Y. Geerts op de wens van de NVM om zelf het woord 'makelaar' te monopoliseren. Men wil serieus de KNVB aanpakken wegens gebruik van het woord 'voetbalmakelaar'. Liefhebbers van absurdistisch toneel kunnen uit die hoek dus nog wat verwachten.

Merkbescherming, dat is de grond waarop Hunter-Douglas het internet wil zuiveren van ijdel gebruik van het woord *piep*. Immers, een niet onderhouden merk verliest zijn bescherming. Maar is de actie terzake slim en haalbaar?

Haalbaar is 'ausradierung' van *piep* zeker niet. Al kun je natuurlijk commercieel misbruik bestrijden, eenmaal als soortnaam ingeburgerde woorden pak je de taalgebruiker met geen duizend dreigbrieven meer af. Maar het internet bevat naast reclame vooral uitingen van gewone taalgebruikers, die hun moerstaal bezigen, wat hun goed recht is. Zo komt *piep* op het net voor in een gedicht in zwaar Gronings dialect. Daar stuur je toch niet potsierlijk een advocaat op af?

Slim is het ook niet, Hunter-Douglas kweekt vooral kwaad bloed en imagobeschadiging bij potentiële kopers van *piep*, die immers niets van merkrecht weten. En het is al evenmin ter zake. Soortnaamschap tast de merkbescherming niet aan, getuige 'boter'. Dat betekent in de wandeling iets als gelig bak- en broodsmeervet, maar alleen echte boter mag als zodanig verkocht worden. De zuivelindustrie heeft daar met de kreet 'echte boter' creatief de boter uit gebraden.