Verantwoording

Ik heb me geërgerd aan de laatste alinea van het hoofdredactioneel commentaar van 17 januari. Daarin staat de zin: “Dé vraag van de twintigste eeuw - hoe is het toch mogelijk geweest dat miljoenen zich hebben laten verleiden door totalitaire en terroristische regimes - is nog niet serieus onder de loep genomen.”

NRC Handelsblad-medewerkers Hofland en Heldring hebben evenwel meermaals gewezen op een Nederlands boek dat die vraag wel degelijk - en op superieure wijze -behandeld heeft. In 1980 schreef Hofland hierover onder meer: “In dit boek wordt o.a. gezegd dat het niet voldoende is een vroom gezicht en goede bedoelingen te hebben voor wie zich tegen een verwerpelijke ideologieën en een daaruit voortvloeiend systeem verklaart.”

Het gaat hier om het boek van de politicus en essayist Jacques de Kadt dat heet Het facisme en de nieuwe vrijheid (1939). Vier jaar daarvoor had De Kadt al met het communisme afgerekend in zijn boek Van Tsarisme tot Stalinisme. Dat beide boeken, om niet te zeggen De Kadt's gehele oeuvre - dat één doorlopend bewijs vormt van diens superieure doorgronding van totalitaire en terroristische regimes - al dan niet moedwillig door duizenden zelfgenoegzame Nederlandse intellectuelen worden miskend, is waar. Maar dat neemt de pertinente onjuistheid van de bewering in het commentaar niet weg.

Toen de derde druk van Het fascisme en de nieuwe vrijheid in 1980 in Den Haag - in aanwezigheid van de schrijver - werd gepresenteerd, merkte niemand minder dan de onlangs nog alom bewierookte Joop den Uyl op dat er geen ander boek was dat hem in zijn jonge jaren zo goed de ogen geopend had als juist dit.