Twee mislukte middenstanders op los drijfzand

Voorstelling: Prinsenhof van Filip Vanluchene door theater De Korre. Regie: Bob de Moor; decor: William Phlips; spel: Ianka Fleerackers, Jan Steen, Erik van Herreweghe, Rita Wouters. Gezien: 28/1 Theater a/h Spui Den Haag. Tournee t/m 28/2. Inlichtingen: (020) 6 26 45 45.

Sjacheraars zijn het, de kleine middenstanders van Prinsenhof 10 die in weerwil van hun mooie plannen en idealen hun leven verknoeien. Hun gerommel biedt een armzalige aanblik: ruzie, leugens, bedrog, van 't een komt 't ander en wie eenmaal op drijfzand is beland zakt steeds dieper weg.

Wat er precies gaande is horen we bij stukjes en beetjes: Prinsenhof, geschreven in opdracht van theater De Korre in Brugge door de Vlaming Filip Vanluchene, is een puzzel waarvan je sommige stukjes zelf moet invullen. Het is een impressionistische tekst die in 21 korte fragmentarische scènes zijn beslag krijgt.

In de eerste scène staan twee personages front-zaal, alsof ze derden toespreken. Misschien vertellen ze hun verhaal in de rechtszaal, ze richten zich tenminste af en toe tot een onzichtbare rechter. Ze zijn broer en zus. Hij, de schlemiel met de mentaliteit van een boekhouder, woont in bij zijn zuster en haar man.

De mannen zijn zakenpartners: Seetje, de schlemiel, doet in vuurwerk, zijn aan drank en vrouwen verslingerde zwager heeft een verhuisfirma. Hun zakelijke belangen raken hopeloos verstrikt als ze op hetzelfde moment besluiten hun slag te willen slaan: de een met de inkoop van een enorme partij vuurwerk ter ere van het 500-jarig bestaan van de stad, de ander met een verhuisopdracht van het stadsbestuur.

Ze zoeken naar een uitweg in hun armetierig bestaan, maar daarvoor is daadkracht nodig en geld. Bovendien ontbreken de noodzakelijke offertes en stempels van bevoegde instanties. Vercaemer, de verhuizer, bluft over grote transacties met Zwitsers geld en internationale reizen, maar strandt telkens in een café vlakbij huis en Seetje moet machteloos vaststellen dat zijn zorgvuldig opgemaakte bestek op mysterieuze wijze is verdwenen.

Er komt, kortom, niets van hun mooie dromen terecht. De personages doorzien elkaars zwakheden en maken er misbruik van. De vrouwen in het stuk - de echtgenote van Vercaemer en de vriendin van hun zoon die op een dag met ruzie het ouderlijk huis heeft verlaten - liegen en bedriegen als het zo te pas komt.

Ondanks deze treurigheid is Prinsenhof geen loodzwaar stuk, maar wel wat monotoon en soms moeilijk toegankelijk door het verhullende Vlaamse taalgebruik. Ook is het niet makkelijk tot de voorstelling door te dringen. Regisseur Bob de Moor heeft afgezien van realistisch huiskamerdrama. Regie en spel zijn strak en ingehouden. Emoties zijn afgezwakt en komen slechts een enkele keer naar buiten.

De speelruimte, met twee verhogingen, wordt aan drie zijden begrensd door naast elkaar geplaatste stoelen. De reden hiervan is onduidelijk, moeten we hier misschien inderdaad een rechtszaal in herkennen? Maar het voornaamste bezwaar is dat de voorstelling door de al te grote soberheid een spanningsboog mist; de concentratie van de toeschouwer wordt al te lang op de proef gesteld.