St. Petersburg wint race om botten tsaar

MOSKOU, 31 JAN. De vraag luidde niet wie de zoveelste Olympische Spelen mag organiseren, maar was minstens zo spannend: Welke stad mag de botten van de laatste tsaar van Rusland begraven? Moskou, met zijn uit de Sovjet-as herrezen Christus-de-Verlosser kathedraal? Of Jekaterinenburg, waar Nicolaas II en zijn gezin in 1918 waren vermoord? Het wordt: St. Petersburg. De datum: 17 juli 1998. Precies 80 jaar na de door Lenin bevolen fusillade van de gehate monarch, zijn vrouw, hun vier kinderen, lijfarts, kok, bedienden. Een door president Jeltsin benoemde commissie heeft dat gisteren besloten. Het keizerlijke gebeente zal worden bijgezet in de familiecrypte van de Romanovs in het Peter en Paul fort.

Jammer voor de gouverneur van Jekaterinenburg, die zijn industriestad in de Oeral graag in een bedevaartsoord had zien veranderen. In 1977 had ene Boris Jeltsin, als lokale partijbons, de sloop bevolen van het huis waar de moord zich had voltrokken. Op die kale plek had de huidige gouverneur een kerk met een praalgraf gedacht, maar misschien trok Jekaterinenburg juist daarom aan het kortste eind: Jeltsin wilde niet aan dat veldje herinnerd worden.

St. Petersburg was slimmer door alvast te oefenen met parades. Ook kreeg de stad steun van de 17-jarige troonpretendent Georgi en zijn moeder, groothertogin Maria, die willen dat hun familieleden netjes naast hun voorouders in de keizerlijke residentiestad worden begraven. Nu de race gelopen is, lijkt ook het jarenlange debat over de authenticiteit van de botten ten einde. De commissie heeft het definitieve zegel van echtheid aan de broze beenderen gehecht. “Zelfs de grootste sceptici moeten nu overtuigd zijn”, aldus hoofdonderzoeker Solovjov.