Seksenstrijd

In een 'battle of the sexes' verloren de tennissters Serena en Venus Williams met 6-1 en 6-2 van Karsten Braasch, de nummer 203 van de wereldranglijst bij de mannen. Een vernedering?

Stanley Franker, oud-bondscoach: “Braasch heeft gezegd dat de zusjes Williams geen man uit de top-500 kunnen verslaan. Misschien heeft hij gelijk, alleen kan de baansoort nog een rol spelen. Er zijn spelers die alleen op gravel uit de voeten kunnen en van zo'n tennisser kan iemand uit de vrouwentop op een snelle baan misschien winnen. Hoewel het om dezelfde sport gaat, kun je mannen- en vrouwentennis niet met elkaar vergelijken. Dat geldt voor iedere sport waarin fysieke kracht belangrijk is. Maar stel dat we terug zouden kunnen in de tijd: een goede speler als Rod Laver zou het met zijn tennis heel moeilijk krijgen tegen bijvoorbeeld Venus Williams. Toen het vorig jaar zo regende op Wimbledon kreeg je op televisie oude finales te zien. Je zag dat de vrouwen van vandaag sneller spelen dan de mannen van toen.”

Jan Hof, korfbalbondscoach: “Aangezien je het belang van fysieke kracht niet moet onderschatten, verrast de uitslag me niet. Ik hoorde zelfs dat Braasch voor de wedstrijd bier en sigaretten nuttigde. Dat is geen ideale voorbereiding, maar een topsporter kan na een paar glazen bier nog prima uit de voeten hoor. Vrouwen zullen zeker beter gaan spelen als ze vaker tegenover mannen staan. Dat merk je goed bij korfbal, omdat ze met en tegen elkaar spelen. Ze gaan mee in het hogere tempo, zetten meer kracht achter de pass en krijgen een groter loopvermogen. De mannen kunnen ook iets leren van vrouwen die tactisch sterk zijn, dus het werkt twee kanten op.”

J. Bienemann, woordvoerder emancipatiezaken van het ministerie van Sociale Zaken: “Wat wil die Braasch nou bewijzen? Dat hij fysiek sterker is? Om dit soort wedstrijden hangt een grote sensatiezucht. Het feit dat Braasch ook nog eens bier op had, bewijst alleen maar dat hij een enorme patjepeeër is. Ik heb Bobby Riggs wel eens geïnterviewd, de speler die ooit van Billy Jean King verloor. Hij liep altijd schreeuwerig rond op Wimbledon en deed alles om aan publiciteit te komen. Toen hij verloor was ik daar best blij om, maar zo'n wedstrijd zegt natuurlijk niets. Het heeft niets met gelijkwaardigheid van de vrouw te maken. Ik zit momenteel tegenover een vrouwelijke collega. Als wij tegen elkaar zouden judoën, zou ik waarschijnlijk winnen. Maar zij kan haar werk tien keer zo goed doen als ik.”

Cisca Dresselhuys, hoofdredactrice van het feministisch tijdschrift Opzij: “Afschuwelijk, heeft die man echt gewonnen? Heeft hij soms vergif in het drankje van die meisjes gedaan? Eigenlijk zouden mannen en vrouwen veel vaker tegen elkaar moeten spelen. Op alle gebieden in de maatschappij proberen we vrouwen te laten integreren, alleen in de sport is nog sprake van gescheiden werelden. Als de tijd er rijp voor is, moeten alle sporten gemengd worden, hoewel echte sportmensen korfbal als de meest melige sport beschouwen. Ik heb laatst Michael van Praag geïnterviewd en hem gevraagd of meisjes ook in de jeugd van Ajax kunnen spelen. Hij zei dat het niet verboden was, maar dat ze nooit het gewenste niveau zullen halen. Het zal wel, hij heeft er meer verstand van dan ik. Maar het is wel jammer.”

Judit Polgar, de enige vrouwelijke schaker in de toptwintig. Haar zusjes Sofia en Zsuzsa schaken ook: “Natuurlijk doen die tennispartijtjes van de zusjes Williams me denken aan onze situatie. Wij kregen ook steeds te horen dat we nooit zo goed konden schaken als mannen. Maar ik ben opgevoed met de gedachte dat vrouwen niet minder zijn dan mannen. Bij schaken is dat volgens mij ook zo, maar bij lichamelijke sporten zijn er natuurlijk verschillen. Maar ook die kan je verkleinen door gerichte training. Misschien zijn die Williams-meisjes niet zo goed. Ik had in ieder geval niet verwacht dat het verschil met Braasch zo groot zou zijn. Toch begrijp ik die meisjes wel, het is tenslotte een uitdaging. Wat die man betreft, dat lijkt me een enorme... eh, bedenk daar zelf maar een diplomatiek woord voor.”