Reliëfveranderingen van de aarde in drie dimensies bepaald

Tot nu toe konden verplaatsingen van ijsmassa's in gletsjers en de grote landijskappen alleen in twee dimensies worden gezien: aan de oppervlakte. Onderzoekers van de Technische Universiteit van Denemarken (in Lyngby) zijn er nu in geslaagd om, door combinatie van een aantal technieken, toch een beeld te krijgen van de processen in de diepte. Ze combineren satelietbeelden met SAR (synthetic-aperture-radar) tot interferogrammen, om zeer gedetailleerde topografische kaarten te maken (Nature, 15 januari).

Ze lieten de invalshoek van de opnames variëren door de baan van de satelliet nu eens hoger, dan weer lager te kiezen. Door het zo verkregen 'stereoscopisch' effect ontstaat een 3-D-beeld van stromingspatronen; de onderzoekers deden dat onder meer voor de Storstrmmen-gletsjer in het noordoosten van Groenland. Door dergelijke 3-D-interferogrammen voor een aantal achtereenvolgende tijdstippen te vervaardigen, is een beeld te krijgen van het verloop van de volumeverplaatsingen.

De techniek is ook te gebruiken voor het vaststellen van kleine veranderingen in het reliëf van het aardoppervlak in de nabijheid van vulkanen en actieve breukzones. Het is inmiddels bekend dat vulkaanuitbarstingen en grote aardbevingen vaak voorafgegaan worden door kleine opheffingen (meestal in de orde van enkele millimeters) in de nabijheid van de centrale locatie van een dergelijk proces.