'Proeftuin' Friesland wijst takenruil af

Friesland is proefgebied voor bestuurlijke vernieuwing, maar in het zicht van de haven lijkt het Project Bestuurlijke Vernieuwing te stranden. Veel Friese gemeenten hebben grote bezwaren.

LEEUWARDEN, 31 JAN. Gebrek aan bestuurlijke lef en aan consistent denken. L. Hermans, commissaris van de koningin in Friesland en voorzitter van de 'Stuurgroep Bestuurlijke Vernieuwing', geeft met die woorden blijk van zijn teleurstelling dat inmiddels zes Friese gemeenten het eindvoorstel van de stuurgroep hebben afgewezen. De colleges van B en W van Leeuwarden, Smallingerland (Drachten), Sneek, Ooststellingwerf, Tytsjerksteradiel en Franekeradeel hebben onoverkomelijke bezwaren tegen de voorgestelde herverdeling van taken tussen de provincie Friesland en de 31 Friese gemeenten. Zij stellen hun raden voor 'nee' te zeggen tegen de bestuurlijke vernieuwing.

Commissaris van de koningin Hermans vindt het 'vreemd' dat gemeenten een project afblazen waarmee ze zelf zijn begonnen. Hermans: “Het proces is in 1993 begonnen op verzoek van de gemeenten. De provincie werd gevraagd mee te doen met de takenruil. Nu de gemeenten 'ja' moeten zeggen, worden ze benauwd. Ik vraag consistentie in bestuurlijk denken.” Risicoloos besturen bestaat niet, houdt hij de tegenstemmers voor. “Vanuit het bestaande naar iets nieuws gaan, kan onzeker zijn. Maar dat noem ik bestuurlijk lef tonen. Besturen is kiezen. Als je als bestuurder honderd procent zekerheid wil, moet je ergens een computer neerzetten.”

Het Friese bestuursexperiment begon in 1993. Het rijk, de 31 Friese gemeenten en de provincie Friesland wilden samen een helder, slagvaardiger en vooral herkenbaar bestuur voor de burger inrichten. In de nieuwe bestuursstijl zouden de gemeenten een grotere zelfstandigheid moeten krijgen, kreeg de provincie een rol toebedicht als regisseur en zou het rijk op afstand meebesturen.

De bestaande gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten zouden verdwijnen, omdat de bestuurders daarvan niet rechtstreeks gekozen worden waardoor de democratische inbedding ontbrak. Bovendien waren die gemeenschappelijke regelingen voor de Friese schaal te klein om hun taken efficiënt uit te voeren.

Eén van de belangrijkste voorstellen van de stuurgroep was dat het beheer over de Friese regiopolitie in handen zou komen van de commissaris van de koningin. De provinciale staten zouden als democratisch gekozen orgaan de commissaris van de koningin controleren en het bestuur over de politie overnemen van het regionaal college, dat gevormd wordt uit de 31 Friese burgemeesters samen. Dit regionaal college zou nog wel een adviserende functie houden. Overigens behouden de burgemeesters het lokale gezag over de politie en het deelbeheer over zes te vormen politie-afdelingen.

Maar een provinciale politie ligt gevoelig. De burgemeester van Smallingerland, P. van der Zaag, vindt beheer en bestuur over de Friese regiopolitie per definitie een taak van de gemeenten. De burgemeester van Leeuwarden moet korpsbeheerder blijven, vindt hij. “Hij heeft elke dag met orde en veiligheid te maken. En de commissaris der koningin niet.”

Een ander bezwaar is volgens Van der Zaag dat het Friese bestuursexperiment omkeerbaar is. “Als het na drie jaar niet gaat, moet je weer naar de oude situatie terug. Zo ga je niet met een organisatie van 1200 mensen om, dus aan die poppenkast doen wij niet mee.”

De kans is intussen groot dat het bij een driejarig experiment blijft, zo denkt Van der Zaag, omdat heel bestuurlijk Nederland tegen een provinciale politie is. De commissaris van de koningin vindt dat een drogreden.

Hermans is ervan overtuigd dat een provinciale politie het “democratisch gat in de Politiewet kan dichten”. “In Leeuwarden zal de commissaris worden aangesproken door een democratisch gekozen orgaan, de staten.” Een voordeel, vindt hij. “De verdeling van middelen, materieel en mensen wordt democratisch vastgesteld.”

Een ander struikelblok voor de tegenstanders van de bestuurlijke vernieuwming is een Gemeenschappelijke Milieudienst. Als het verstrekken van milieuvergunningen wordt overgeheveld van de provincie naar de gemeenten, zal er een nieuw uitvoeringsorgaan mnoeten komen. Voor de burger zou het ene gemeentelijke loket meer helderheid geven. Burgemeester H. Apotheker van Leeuwarden omschrijft zo'n nieuwe gemeenschappelijke milieudienst echter als een “ouderwetse, zware tussenstructuur”.

Hermans spreekt dit met klem tegen. “Dit is geen ordenende, regelende tussenstructuur, maar een uitvoerende serviceclub.” De dienst biedt de burger niets extra, onderstreept Apotheker. “Hij of zij kon voor het aanvragen van een vergunning voor een kippenhok toch al bij zijn eigen gemeente terecht.”

Hermans had van grote gemeenten als Leeuwarden en Smallingerland - trekkers van het hele project - een “minder egocentrische houding” verwacht. De grote gemeenten zouden wat meer solidair moeten zijn met de kleinere, vindt hij. “Kleine gemeenten kunnen een vergunningenbeleid uitvoeren dankzij zo'n dienst, dus als grote gemeenten daaraan meedoen.”

Leeuwarden en Smallingerland vrezen echter dat zo'n grote dienst een financiële molensteen om de nek van de gemeenten en de burgers zal worden. Ook dit spreekt Hermans tegen. “Uit een rapport van VB-Accountants blijkt dat er geen financiële risico's zijn voor de gemeenten. Sterker nog: ze gaan er samen 1,7 miljoen gulden op vooruit. En dat terwijl de provincie zijn hele milieutaak afstoot en vijftig arbeidsplaatsen verliest.”

De Friese staten hebben deze week in meerderheid ingestemd met de voorstellen van de Stuurgroep. Na de afwijzingen van veel gemeenten is dat een “opsteker” voor de stuurgroep, vindt de Friese commissaris.

De diverse gemeenteraden zullen zich nog voor 1 maart over het eindvoorstel 'Ta beslút' buigen. Hermans zou het “heel erg jammer” vinden als de voorstellen sneuvelen en het project zou verzanden. “Friesland laat de kans lopen proeftuin voor bestuurlijke vernieuwing te worden.” Bovendien dreigt een bestuursvacuüm, voorspelt hij. “Veel gebieden met gemeenschappelijke regelingen zijn al ontmanteld, terwijl de taken toch moeten worden uitgevoerd.”