Premenstrueel syndroom ligt aan hormoonvariatie

Het lijkt voor de hand te liggen dat prikkelbaarheid, onevenwichtigheid en neerslachtigheid in de periode voorafgaand aan de menstruatie, het zogenoemde premenstrueel syndroom (PMS), iets met cyclische schommelingen in de hormonen oestrogeen en progesteron te maken moeten hebben. Merkwaardig is echter dat het bloed van vrouwen met deze klachten in de week voor de menstruatie helemaal niet meer oestrogeen of progesteron bevat dan normaal.

Toch is er een overtuigend, zij het indirect, bewijs dat deze door de eierstokken (ovaria) uitgescheiden hormonen wel degelijk een rol spelen bij het premenstrueel syndroom; als men de hormoonuitscheiding door de ovaria met medicijnen blokkeert, verdwijnen de klachten in veel gevallen.

Een aantal Amerikaanse onderzoekers heeft nu een gecompliceerd experiment uitgevoerd om definitief uit te maken of de hormonen een rol spelen en zo ja, of oestrogeen of progesteron de boosdoeners zijn (New England Journal of Medicine, 22 januari). Eerst hebben zij bij de helft van 20 PMS-vrouwen de ovariumfunctie medicinaal onderdrukt, de andere helft kreeg een placebo-preparaat. Terwijl de gebruikelijke stemmingsproblemen voorafgaand aan de menstruatie bij de tien met een fopmiddel behandelde vrouwen gewoon optraden, waren die klachten bij zes van de met ovariumblokkade behandelde vrouwen verdwenen. Vier vrouwen reageerden niet op deze aanpak; zij hielden dus klachten. Daarna werd bij de zes klachtenvrij geworden vrouwen vier weken oestrogeen toegediend en daarna vier weken progesteron. Het bleek dat zowel met oestrogeen als met progesteron de klachten terugkwamen. Dat was ook het geval als de hormonen in omgekeerde volgorde werden toegediend, dus eerst progesteron en dan oestrogeen. Tenslotte kregen 15 'gezonde' vrouwen (zonder menstruele stemmingsklachten) precies dezelfde behandeling als de PMS-vrouwen. Ovariumblokkade, nóch oestrogeen/progesteronsuppletie bleek op deze controlegroep enig effect te hebben. De onderzoekers concluderen dat bepaalde, daarvoor gevoelige vrouwen op normale schommelingen in de hormoonconcentraties blijkbaar abnormaal heftig reageren. Het resultaat is dan het premenstrueel syndroom. Verder kan, anders dan tot nu toe wel gedacht, ook oestrogeen een negatieve invloed op de gemoedstoestand hebben.

Er waren bij het onderzoek echter ook, zoals gezien, vier vrouwen met PMS die niet reageerden op een ovariumblokkade. Wat bij hen de oorzaak is van het premenstrueel syndroom, blijft open.

“Een vrouw wordt geboren met ongeveer 2 miljoen eicellen. Tijdens het leven neemt het aantal logaritmisch af. Tegen de tijd dat de vrouw in de vruchtbare leeftijd komt heeft ze nog een half miljoen eicellen. En omstreeks haar 35-ste kunnen er zo weinig over zijn dat de kans op zwangerschap duidelijk is afgenomen. Als je dat enorme verlies kan voorkomen, komen vrouwen later in de overgang.”