Politici en hun privé-leven: stop de persen

Wij zijn zo gefixeerd op de kleine leugens, dat wij de grote leugens niet meer waarnemen. Volgens Thijs Wöltgens is één van de grootste leugens dat politici zich als heiligen moeten gedragen.

Vergeleken met Clinton vertoonden Stalin en Hitler een onberispelijke levenswandel. Als de rode en de bruine dictator al een 'yellow press' hadden toegelaten, zou die geen bijdrage geleverd hebben aan het voortijdige einde van hun politieke carrière. Maar, zo wordt ons gezegd, het gaat niet om de escapades van Clinton, het gaat ons erom of hij liegt, respectievelijk tot leugen heeft aangezet.

De University of Southern California heeft uitgezocht dat de mensen gemiddeld één keer per zeven minuten liegen. Vragen als: 'hoe gaat het met je' of 'hoe vind je mijn nieuwe vriendin?' Antwoorden in de trant van: 'leuk u te ontmoeten' of 'wat hebt u een enig dialect' passen in een routineuze afwikkeling van social talk. Daar is niet eens een postmoderne relativering van de waarheid voor nodig. En je hoeft ook geen diplomaat te zijn om te weten dat de ongeschminkte waarheid weinig welwillendheid oproept. Het samenleven kan niet zonder rekkelijkheid. De preciezen, die alleen maar de Waarheid kennen, bewerkstelligen ook alleen maar hypocrisie.

Een denkbeeldig tv-interview met Kamerlid X op weg naar de wc om in het rookvrije Kamergebouw een shagje te draaien. 'Hallo, meneer X, wat gaat u doen?' Kamerlid X' eerste opwelling is: 'Daar hebt u niets mee te maken.' Dan hoort hij: 'U hebt gisteren gestemd voor de aangescherpte Tabakswet, u gaat toch niet roken?' Antwoord: 'Hoe komt u erbij, natuurlijk niet!' Triomf bij de interviewer: 'Vanochtend heeft de rookdetector u betrapt.' In plaats van het shagje gaat de geloofwaardigheid van X in rook op. Algemeen gegniffel, van Remco Campert tot Jan Blokker.

Zou plaatsvervangende schaamte niet meer op zijn plaats zijn? Gegeneerdheid, gêne, als wij mee mogen luisteren naar de telefoongesprekken tussen twee vermeende vriendinnen? Hetzelfde onbehagen, dat velen voelden over de goed betaalde gluurders naar Diana? Ja maar, is de tegenwerping, als het even kan maakten de betreurde Diana en de minder betreurde politici gebruik van diezelfde paparazzi en afluisteraars om zichzelf te etaleren. Dat is waar, maar geen tegenwerping. Het is louter het bewijs van een gênante escalatie.

Wat is de achtergrond van deze escalatie, als het over de politiek gaat? Twee antwoorden liggen voor de hand. Het eerste antwoord is: politici moeten geloofwaardig zijn. En het tweede antwoord is: het einde van ideologieën verandert de politieke keuze van een programmatische in een persoonlijke.

Waaraan meet je de geloofwaardigheid van een politicus? De geloofwaardigheid van een politicus bestaat in het waarmaken van zijn politieke boodschap. Ik vertrouw geen politicus en geen mens die beweert nooit een onwaarheid gezegd te hebben. Ik vertrouw de politicus die, langs welke omwegen ook, voortdurend bezig is de doelstellingen te realiseren waarvoor hij gekozen is.

Natuurlijk moeten bewindslieden de Kamer naar waarheid inlichten. Over het waarheidsgehalte van hun mededelingen aan het parlement mag geen twijfel bestaan. Maar verlang geen oprechtheid, als een duttende politicus de ontroering van Dvoráks celloconcert beschrijft. En dwing hem ook niet het laatste boek gelezen te hebben. Bolkestein heeft gelijk: probeer van een politicus geen intellectueel te maken. En maak van een intellectueel geen populist, zou ik willen toevoegen.

Plaatsvervangende schaamte, ik voel die nu nog, als ik terugdenk aan het hulpeloze optreden van Joop den Uyl in een show van André van Duin. Plaatsvervangende schaamte, als ik denk aan de politici die in de modder van de Efteling of in de schijnwerpers van een goed bekeken quiz figureerden.

Maar ook hier geldt: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Samen met Bolkestein heb ik meegedaan aan Triviant en gewonnen van de journalisten Sorgdrager en Tromp en nu nog kan ik een kinderlijke trots niet onderdrukken.

Wat drijft politici in de armen van Endemol en de zijnen? Het is het gevoel dat personen partijprogramma's passeren. Dat gevoel is gebaseerd op de gedachte, dat ideologieën hebben afgedaan en personen een prominente rol spelen in de keuze van de ontzuilde kiezers.

Deze gedachte heeft zeker enige werkelijkheidszin. De televisie geeft ons een beeld van de hoofdrolspelers in de politiek. Als wij gedachteloos over straat lopen, groeten wij een plotseling opdoemend bekend gezicht. Een seconde later realiseren wij ons dat het niet het gezicht van een kennis is, maar het gezicht van een Bekende Nederlander. Een beetje politicus wil een Bekende Nederlander zijn en dus herkend worden. (Totdat de paparazzi .... enz.)

Het geloof in de personalisering van de politiek heeft in de Verenigde Staten zijn voorlopig hoogtepunt gevonden. Er is een duurbetaalde bedrijfstak ontstaan, die personen positioneert in de kiezersmarkt. Kandidaten worden omringd door hun familie en huisdieren. Zij dienen de doorsnee-kiezer een identificatiemogelijkheid te geven met dat ideale gezin. En daarom moet het gezin ook wel ideaal zijn.

Toch betwijfel ik dat Clinton vanwege zijn ideale gezinsleven Bush verslagen heeft. De Bushes oogden bij voorbaat betrouwbaarder. Maar Clinton beloofde sociale rechtvaardigheid en verzet tegen afbraak van de sociale voorzieningen.

De verkiezingsstrijd was geen wedstrijd in monogamie.

Ook in Nederland mogen wij de personalisering van de politiek niet onderschatten. De links-rechts verhouding in het electoraat is tamelijk stabiel. Electorale beweging vindt plaats binnen links (SP, GroenLinks, D66, PvdA) en binnen rechts (CDA, VVD).

Voor de verhouding links-rechts doen de personen er nauwelijks toe. Daarom is de electorale strategie van PvdA en CDA zo riskant. De PvdA heeft niet zoveel aan de sympathie voor Kok bij CDA- en VVD-kiezers, zolang zij niet over de brug komen. Electorale winst voor Kok is alleen mogelijk als hij D66, GroenLinks en SP leegzuigt.

De voor Kok jubelende ondernemers blijven de VVD trouw. Iets vergelijkbaars geldt voor het CDA. Een links programma voor een conservatieve achterban verkleint de traditionele aanhang meer dan ter linkerzijde gewonnen kan worden. Daarom is het bericht, dat de ideologieën dood zijn, schromelijk overdreven. De kiezer zweeft, maar binnen een vast kader. Dat vaste kader blijkt ook telkenjare uit de opvattingen van onze burgers, zoals die door het Sociaal en Cultureel Planbureau worden opgetekend.

Misschien is de kracht van Bolkestein wel minder gelegen in zijn persoonlijkheid en meer in het feit, dat hij allerminst behoefte heeft zijn ideologische veren af te schudden.

Het is dus niet vol te houden, dat politieke geloofwaardigheid en het einde van de ideologieën onontkoombaar het persoonlijke politiek gemaakt hebben. Wat heeft de samenleving gewonnen, toen zogenoemde onderzoeksjournalisten de toenmalige kandidaat-president Gary Hart betrapten? Zij effenden de weg voor een monogame Reagan, die praktisch glimlachend Iran-gate overleefde. Wij zijn zo gefixeerd op de kleine leugens, dat wij de grote leugens niet meer waarnemen. En een van de grootste leugens is, dat politici zich als heiligen moeten gedragen. In de democratie zijn politici net als andere mensen. En de mensen hebben nu eenmaal hun gebreken.

Politici moeten wij afrekenen op datgene wat zij beloven te doen in hun werkkring. Wat zij daarbuiten doen, zouden zij zelf verborgen moeten houden. Mevrouw Churchill zou ongetwijfeld een ontluisterend beeld van haar echtgenoot hebben kunnen schetsen. Je moet er niet aan denken dat de Britse pers in oorlogstijd haar klachten tot permanent voorpaginanieuws hadden gepromoveerd.

Nu beleven wij het omgekeerde: mevrouw Clinton treedt in het krijt voor haar man, ongetwijfeld op aanraden van een van die briljante adviseurs. De grootste zorg die wij moeten hebben, is dat deze trivialiteiten politiek relevant worden. Clinton weet dat actie of geen actie tegen Irak herleid wordt naar Monica-gate. Aarzelen betekent bevestiging van zijn verdwenen gezag, toeslaan is ongetwijfeld een afleidingsmanoeuvre.

Mijn zorg is dat de publicitaire aandacht voor het privé-leven van politici burgerlijk conformisme tot absolute deugd verheft. Maar mijn hoop is dat de absolute gekte tot bezinning leidt en tot de absolute wens om verschoond te blijven van roddels en achterklap, teneinde politiek weer als politiek te zien. En tot herleving van gevoelens van schaamte als wij dreigen deelgenoot te worden van intimiteiten van anderen.

De katholieke kerk kent het biechtgeheim en de vergeving. De beslotenheid is de voorwaarde voor eerlijkheid, maar ook voor kwijtschelding van schuld. De biecht is het sacrament van een instituut waarvoor moraal meer betekent dan voor welk roddelblad dan ook. Ik voel mij gesteund door 2000 jaren wijsheid als ik zeg: de biechtstoel heeft zijn domein en de politieke arena het hare. Alleen in totalitaire of fundamentalistische opvattingen vallen beide domeinen samen.