Paula, Winnie en de euro

Mister President, u moet iets verzinnen zodat de televisiekijkers hun belangstelling voor Paula Jones verliezen. Een afleidingsmanoeuvre.''

“Wat vind je van Monica Lewinsky?”

Zou een dergelijk gesprek in het Witte Huis tussen de president en zijn adviseur zich kunnen afspelen in het Torentje?

“Wim, we moeten de aandacht van de euro afleiden. De mensen in het land maken zich ongerust over de hardheid van de Europese munt.”

“Laten we Winnie, Arthur en Dato vragen om een hedendaagse versie van Shakespeare's Richard III op te voeren.”

Vergeet Monica en Winnie. Verban Paula en de PG's uit het nieuws. Want ze leiden de aandacht af van waar het dit jaar in economisch opzicht om draait. Dit is het jaar van de euro.

Het wil maar niet lukken met aandacht voor de euro. Bij een enquête eerder deze maand antwoordde 42 procent van de ondervraagden geen mening te hebben over de euro. Terwijl de Europese regeringsleiders en staatshoofden over 94 dagen het besluit nemen welke landen meedoen aan de Economische en Monetaire Unie en de euro over 336 dagen in het betalingsverkeer wordt ingevoerd.

In Nederland is de officiële campagne voor de euro niet eens begonnen. Het Nationaal Forum voor de introductie van de euro, een bundeling van betrokken organisaties, begint zijn campagne pas nadat het eerste weekeinde van mei het besluit over de deelnemende landen is gevallen. Die traagheid - andere landen zijn al een tijd bezig - irriteert het Nederlandse bankwezen. Men is ontevreden over de inspanning van de overheid ten aanzien van de voorliching.

De financiële sector heeft grote bedragen gestoken in informatievoorziening over de euro. De omwisseling van guldens in euro's, in 2002, zal de overheid trouwens feitelijk overlaten aan het grootwinkelbedrijf, dat daarvoor niet gecompenseert wordt.

Is het een wonder dat nauwelijks een debat over de euro plaats vindt in Nederland? Herman Philipse, hoogleraar filososfie, riep in een artikel in deze krant (15 januari) op tot een publiek debat over Europa. Hij bedoelde: over de euro en hij noemde drie punten: de financiële gevolgen op de langere termijn, de afwezigheid van een federale regering in Europa en de effecten van culturele verschillen op de monetaire unie. Wellicht, schreef Philipse, zou het beter zijn de invoering van de euro vijftien jaar uit te stellen en te wachten op een bezielende conceptie van een verenigd Europa.

Als iemand oproept tot een debat betekent het gewoonlijk dat hij zich afvraagt: Waar zijn we eigenlijk mee bezig? In het geval van de euro klinkt als ondertoon dat het nergens goed voor is de vertrouwde gulden op te geven voor een onzekere euro met landen die in cultureel opzicht afwijken van onze onberispelijke nationale financiële moraal. De spaghetti-fobie die sommige politici wordt toegeschreven, is een variant hierop. Helaas, toen de Tweede Kamer twee weken geleden een spoeddebat over de euro voerde, bleef dat steken in giswerk naar de exacte bewoordingen van Zalms zorg over Italië.

Er zijn verschillende redenen waarom geen gepassioneerd debat over de euro plaats vindt. Belangrijke maatschappelijke instellingen zijn voorstanders van de monetaire unie. Niet alleen de lobby van het Europese bedrijfsleven, de Association Européenne pour l'Union Monetaire, maar ook het Europese verbond van vakverenigingen. Binnen de drie grote Europese politieke stromingen is een meerderheid vóór de euro. Binnen de PvdA is een eurokritische vleugel rond partij-ideoloog De Beus en het wetenschappelijke bureau, binnen de VVD rond Bolkestein en Hoogervorst, binnen het CDA is het muisstil maar de Duitse christen-democratie kent sceptici zoals Biedenkopf en Stoïber. Maar geen enkele partij wil ten prooi vallen aan verscheurdheid over Europa zoals de Britse Tories is overkomen.

Het derde probleem is dat de kritiek uit alle richtingen komt. Volgens sommigen wordt de euro te zacht, volgens anderen te hard. De politieke bemoeienis met de Europese Centrale Bank is onvoldoende, de politieke sturing wordt te groot. De rigide begrotingsdiscipline van de EMU leidt tot werkloosheid, de discipline van het Stabiliteitspact is niet krachtig genoeg. Deze meningsverschillen zijn echo's van oude links-rechts tegenstellingen over economisch beleid. De werkelijkheid is aanzienlijk pragmatischer.

Het is goed mogelijk een positief standpunt over de euro te betrekken, zonder daaraan voorafgaand een hele Europese politiek-culturele constellatie op te bouwen. Goed monetair beleid is onmisbaar voor een gezonde economie, maar monetair beleid is niet almachtig. Zoals Jelle Zijlstra eens opmerkte: “Er bestaat geen milieuvriendelijk monetair beleid.”

Anders dan bij vroegere (mislukte) muntunies waarbij soevereine munten en nationale banken bleven bestaan, is in de EMU één centrale bank verantwoordelijk voor de eenheidsmunt. Het is daarom niet nodig om een politieke unie te hebben als voorwaarde voor een succesvolle monetaire unie. Wel betekent een stabiel monetair beleid dat de deelnemende landen andere vormen van economische flexibiliteit moeten kennen. Binnen de marges van het Stabiliteitspact bestaat bewegingsruimte voor het begrotingsbeleid - een speling van drie procentpunt BNP (in Nederland: 20 miljard gulden).

Twee veelgebruikte recepten uit de economische beleidsdoos, geldontwaarding en tekortfinanciering, behoren met de EMU tot het verleden en daarover hoeft niemand te treuren.

Dit is een politiek discours dat met overtuiging gebracht kan worden. En het is weer eens wat anders dan juridische fijnslijperij over wat een seksuele relatie is of een vervolgaflevering van 'Winnie en de perfide officieren'.