Pasje

Een clubcard versus voetbalgeweld, zou het helpen? In het hoofdartikel van deze krant lees ik: 'Vooral is niet duidelijk waarom men alleen voorzien van identiteitsbewijs een stadion zou mogen betreden terwijl dat niet geldt voor bezoek aan een disco - waar toch ook wel eens wat voorvalt'. Dat lijkt me nog zacht uitgedrukt. Meindert Tjoelker was geen voetbalfan, misschien niet eens een discoganger. Hij kan zijn jongensdromen niet meer navertellen.

Blank Zuid-Afrika heeft het met de pasjeswet niet gered. Het Nederlandse voetbal wordt niet veiliger met de clubcard. Integendeel. Wie wil er nou eerst op de pasfoto om op zondag naar een wedstrijd te gaan? Dan hoeft het al niet meer. Resultaat: de echte liefhebber haakt af en daarmee ook de apaiserende stem in het stadion. Ik heb het wel vaker meegemaakt dat een op het eerste gezicht wat bleke kantoorklerk - het prototype van de zero tolerance dus - op de hitsige staantribune de gemoederen wist te bedaren. Niet eens met dure woorden, gewoon met een kwinkslag over zijn slechte ogen. De brave man stond daar ook maar omdat hij door zijn vrouw en een paar lesbo-trutten uit zijn zondagse fauteuil was gejaagd. Dan wil je wel zien wie gescoord heeft, Overmars of Bergkamp.

Als de overheid zich met sport gaat bemoeien ontstaat meer overheid en minder sport. Daar schiet niemand wat mee op. De geestelijke vaders van de clubcard hebben zichzelf een brevet van overmogen toegekend. Althans, je mag ervan uitgaan dat zij zich verantwoordelijk voelen voor burgerzin en sociale harmonie. Dat soort beschaving dwing je niet af met een pasje - het meest aseksuele product van macht. Eigenlijk is de clubcard een kalligrafische demonstratie van onmacht dan wel van halfslachtigheid van de overheid.

Daarmee is niet gezegd dat de clubs een vetorecht hebben. Juist niet. De meeste voetbalorganisaties laten zich ook betrappen op een regulariserende overheidstic. Met dit verschil: het moet schuiven. Voor geld is alles te koop: traditie, spelers, trainers, betonrot, haarlokken, het slipje van de kantinejuf. Merchandising is een modewoord voor verkwanseling. Een samenzwering met het donkerste ik van clubs, presidenten en penningmeesters.

Voetbal is niet alleen het hic et nunc. Het is ook lopen aan de rand van de weemoed. Het gedempte articuleren over vroeger. Soms dartelen om de historie heen. Verblind zijn in een liefde die door eigentijdse kapitalisten niet is te vatten. Die emotionele zelfkant hebben de clubs uitgeleverd aan het profijtbeginsel. De misdaad is niet dat Ajax geld wil verdienen aan de transfer van Kanu. De misdaad is dat Ajax ten koste van alles geld wil verdienen.

Ik sprak laatst Co Adriaanse. Toch een metafysicus. Tactisch en strategisch nog bedachtzamer dan Van Gaal. Adriaanse is zonder meer in staat een multinational te leiden. Maar hij is ook een voetbalbeest. Een killer, zij het in gestipte diplomatenschoenen. De coach van Willem II heeft het naar zijn zin in de Brabantse grafstad. Hij wil zich ook aan afspraken houden. Maar ook in zijn contract staat een clausule dat hij tussentijds kan vertrekken naar met naam en toenaam geciteerde Europese clubs.

Als morgen Glasgow Rangers met een aanbod komt, is Adriaanse weg in Tilburg. Terwijl hij nog maar net aan een culturele revolutie was begonnen in het vervallen textieldorp. Zo gaat dat tegenwoordig: geld heeft het overgenomen van liefde. En dan maar aan supporters - per definitie monopoliehouders van kokend bloed - vragen dat ze quasi bedwelmd door autoriteit en gezag hun identiteit willen afstaan aan een pasje.

Ach, bureaucratisering is de striptease van de schamelen. Dat weten we allemaal. Juist daarom doen papier en formalisme zo'n pijn. Wie wil er nou herleid worden tot zijn eigen pasfoto? Dan nog op verzoek van hangzwijntjes in uniform. Never, nooit. Een fan van Feyenoord wil zich laten controleren op zijn borstharen, niet op een pasje van Doctors van Leeuwen. Zelfs niet op een servicekaart van Jorien van den Herik.

Toegangscontrole alla, maar dan door de ouderwetse suppoost. De laatste mens met een glimlach van eeuwen.