'Oude denkwijze Japan is na schandaal niet weg'

Japan was deze week in de ban van het aftreden van de minister van Financiën en de arrestatie van zijn corrupte ambtenaren. Is nu eindelijk de weg geopend naar hervormingen? Analisten zijn sceptisch.

TOKIO, 31 JAN. Het Japanse ministerie van Financiën is deze week van de elitaire, meest begeerde werkgever in het land veranderd in Kop van Jut: wie wil kan slaan, het is altijd raak.

Na de welhaast revolutionaire huiszoeking door het Openbaar Ministerie afgelopen maandag op het departement en de arrestatie van twee inspecteurs wegens corruptie is er een stroom van beschamende verhalen losgekomen in de Japanse pers. De onderwerpen variëren van het favoriete restaurant van ambtenaren van Financiën, een gelegenheid waar de gezelschapsdames geen slipje dragen, tot falende inspecties bij banken. De onthulling was gisteren dat Financiën het effectenhuis Yamaichi zou hebben aangespoord tot illegale boekhoudingspraktijken.

De schandalen zelf zijn echter “uitermate onbelangrijk” voor het economisch beleid zegt Richard Jerram, chief economist van ING Barings in Tokio. Als reden van deze reactie geeft Jerram aan dat de minister en secretaris-generaal, die deze week wegens het schandaal moesten aftreden, als individu geen enkele beslissende invloed hebben op het beleid. “Wellicht worden de verwachtingen over hervorming van het ministerie door de schandalen versterkt, maar zulke verwachtingen zijn in het verleden nooit bewaarheid.”

Deze verwachtingen worden dezer dagen zeker gevoed. Reagerend op de schandalen heeft de Nihon Keizai Shinbun (Japans Economisch Dagblad) deze week twee keer in een hoofdredactioneel commentaar geroepen om een opsplitsing van het almachtige ministerie van Financiën. De controle over de financiële sector zou moeten worden gescheiden van het deel dat zich met overheidsfinanciën, de begroting, bezig houdt. Deze discussie is al langer aan de gang in Japan maar tot dusver heeft het ministerie een opsplitsing weten te voorkomen. Genoemde krant gooit nu opnieuw olie op het vuur van deze discussie en ook premier Ryutaro Hashimoto heeft al gezegd een opsplitsing te willen heroverwegen. “Maar uitsluitend praten over opsplitsing blijft een holle discussie als vergaande deregulering er niet bij wordt betrokken”, stelt analist Akio Mikuni, directeur van het gelijknamige bureau Mikuni & Co. “Deregulering wil dan zeggen, het wel en wee van de economie werkelijk overlaten aan marktwerking en mensen die door faillissementen buiten de boot vallen opvangen met een werkloosheidsregeling.”

Tot dusver heeft Japan de garantie van een inkomen volgens Mikuni anders georganiseerd: “De overheid zorgt voor voldoende werkgelegenheid via twee wegen: enerzijds publieke werken, ofwel het direct aanwenden van overheidsgeld, en anderzijds altijd zorgen voor voldoende liquiditeit bij de banken, zodat bedrijven ook in moeilijke tijden voldoende fondsen hebben en er geen grootscheepse ontslagen vallen.”

Het eerste mechanisme was de afgelopen zes jaar in werking te zien bij stimuleringspakketten van de overheid à 1.000 miljard gulden, waarvan meer dan de helft op is gegaan aan publieke werken. De uitgaven aan publieke werken liggen in Japan sowieso aanmerkelijk hoger dan in Europese landen.

Het tweede mechanisme, de gewenning aan voldoende financiering via de privé-sector, is te merken aan de klachten vanuit het bedrijfsleven over het aandraaien van de kredietkraan door de banken. “Banken weigeren nog langer geld te lenen aan bedrijven die in de huidige moeilijke periode verliezen maken”, zo luidt één van de klachten die de federatie van midden- en kleinbedrijf aan de overheid heeft doorgespeeld, aldus woordvoerder Nakabayashi van deze federatie. De klacht klinkt met een vanzelfsprekendheid alsof juist bedrijven in moeilijkheden kredietwaardig zijn.

Het probleem voor de banken is momenteel de internationale afspraak om 8 procent eigen vermogen aan te houden. Deze eis is niks nieuws maar “er bestonden in het verleden geen strafmaatregelen van het ministerie”, zo zegt een woordvoerder van een grote Japanse bank. In het ons-kent-ons-klimaat voerde het ministerie geen strenge controle van de boeken uit.

Het ministerie garandeerde bovendien het voortbestaan van elke individuele bank in het zogenaamde 'konvooi-systeem'. Hierdoor werd het uit de periode van de 'luchtbel-economie' stammende probleem van de slechte leningen jarenlang verhuld. Geld was dus nooit een probleem voor de particuliere sector: banken leenden tegen een lage, door de overheid vastgestelde rente en liepen geen gevaar voor hun voortbestaan.

Vanaf 1 april verandert deze situatie en wil de overheid wèl strafmaatregelen nemen tegen banken die de 8 procentsgrens niet halen. En dus beperken banken hun kredieten aan minder veelbelovende klanten. Dit is één van de maatregelen die de overheid neemt in het kader van de 'Big Bang', de deregulering van de financiële sector die daarmee weer internationaal aantrekkelijk moet worden.

Maar, zegt Mikuni, “de oude denkwijze van de overheid is nog steeds aanwezig in de maatregelen die ze vervolgens nemen om het eigen kapitaal van de banken op te vijzelen, zoals de veranderingen die ze willen toestaan in de wijze van boekhouden en het aankopen van nieuw uit te geven aandelen van de banken. Ze laten het nog steeds niet aan de markt zelf over.”