Nieuwe kansen met kroongetuige

Op bijna alle punten heeft het Amsterdamse gerechtshof gisteren het requisitoir overgenomen bij de veroordeling van hasjhandelaar Johan V.. Over het gebruik van kroongetuigen en het justitiële mediabeleid worden in het arrest ferme uitspraken gedaan.

AMSTERDAM, 31 JAN. Zuchtend en steunend hoorden de advocaten gisteren twee uur lang het voorlezen aan van het Hakkelaar-arrest. Advocaat G. Spong wisselde briefjes uit met pa en jongste zoon Moszkowicz. In weinig vormelijke termen leverden ze onderling commentaar op het in hun ogen grote onrecht dat zich bezig was te voltrekken in de speciale bunker in Amsterdam-Osdorp waar het proces tegen hasjhandelaren Johan V. en Koos R. zich vier maanden lang afspeelde.

Hun cliënten waren een stuk laconieker. Toen de straf van 3,5 cel tegen Koos R. werd uitgesproken, begonnen zijn vriendin Wanda en familieleden te klappen en te juichen. De uitspraak betekent namelijk dat de al twee jaar in voorarrest zittende Koos over vier maanden thuis is. En ook Johan V. was niet van zijn stuk gebracht door de straf van 5,5 jaar en een miljoen gulden boete. Hij schudde voordat hij naar zijn cel werd afgevoerd de hand van procureur-generaal A. Korvinus, uit dank voor de genomen moeite.

Niet alleen het kaliber van de verdachten - die schuldig zijn bevonden aan de smokkel van 190.000 kilo hasj vanuit Pakistan naar Europa en de Verenigde Staten - bepaalde dat hun berechting de afgelopen 1,5 jaar veel aandacht trok. Het was ook voor het eerst dat het openbaar ministerie zo nadrukkelijk en voor het overgrote deel bij de vervolging leunde op bewijsmateriaal dat was verkregen via verklaringen van medeverdachten. Kroongetuigen die bereid bleken hun voormalige companen te verlinken in ruil voor een coulante, justitiële behandeling. Het gerechtshof zei gisteren dan ook dat deze zaak hierdoor “het karakter van een proefproces heeft gekregen”.

Het gerechtshof heeft nu duidelijk uitgesproken dat de stelling van de advocaten en verscheidene rechtsgeleerden, dat dergelijke overeenkomsten - het hof vermijdt de term kroongetuigen - onrechtmatig zouden zijn omdat er geen wettelijke grondslag is, onjuist is. De wet verbiedt het middel niet en bovendien kent het Nederlandse wetboek geen limitatieve opsomming van toelaatbare opsporingsmiddelen, aldus het rechtscollege.

Het hof zegt zich te realiseren dat er gevaar bestaat voor willekeur van vervolging als het OM op grote schaal overgaat tot het aangaan van overeenkomsten met verdachten om weer andere verdachten te vervolgen. “Maar niet reeds bij voorbaat valt te zeggen dat deze bezwaren uit hun aard een zodanig ernstig gevaar voor een integer strafproces vormen dat zij aan de toelaatbaarheid van elke overeenkomst in elk concreet geval in de weg zouden moeten staan”. Voorwaarde is wel dat verdachten in de gelegenheid worden gesteld de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van kroongetuigen te toetsen.

Het arrest houdt volgens de Leidse hoogleraar strafrecht A. 't Hart het risico in dat het OM nu op veel grotere schaal overgaat tot het inzetten van kroongetuigen. “En dat is riskant omdat in Nederland geen rechter kan toetsen wat voor afspraken justitie allemaal maakt. Terwijl de IRT-affaire toch heeft geleerd dat justitie soms gekke dingen doet. In Italië worden zogeheten pentiti gewoon berecht en moet een rechter maar beoordelen of hij een mildere straf oplegt. Dergelijke controle is veel beter”.

De Amsterdamse uitspraak kan ook grote praktische consequenties met zich meebrengen. Kroongetuigen moeten beschermd worden door justitie en er bestaat in Nederland nog steeds geen goed getuigenbeschermingsprogramma. Het garanderen van de veiligheid van Hakkelaar-kroongetuige A. Karman stelt justitie tot op de dag van vandaag voor problemen. “Nederland is nu eenmaal te klein om iemand goed te verstoppen”, zegt 't Hart. “We kunnen moeilijk Ameland gaan ontruimen voor dergelijke getuigen”.

Hoofdverdachte Johan V. heeft tijdens zijn proces gezwegen. Slechts een keer liet hij van zich horen door te protesteren tegen het “gigantische mediacircus” dat zijn strafzaak was geworden. Dat verweer van de verdachte werd door het gerechtshof in ongebruikelijk harde termen gehonoreerd. “De oficieren van justitie hebben in eerste aanleg somtijds de publiciteit gezocht op een wijze die de waardigheid van het strafproces in gevaar dreigde te brengen”. Als reprimande voor dat justitiële handelen, kreeg Johan V. 1,5 jaar minder celstraf dan geëist.

De uitspraak betekent een terechtwijzing aan het adres van het OM in Amsterdam dat voor de behandeling bij de rechtbank 100.000 gulden uittrok voor hulp van een pr-adviseur. Bovendien lieten de officieren van justitie zich tijdens de rechtszaak tot in de kleedkamer volgen door journalisten.

Het waren vingeroefeningen voor een meer assertiever mediabeleid dat door super-PG A. Docters van Leeuwen wordt voorgestaan. Maar als de consequentie van dergelijke public-relations is dat verdachten er strafkorting door krijgen, zal het OM ongetwijfeld voor ouderwetse terughoudendheid kiezen. Een opstelling die het OM in hoger beroep, als ook in de strafzaak van de deze week veroordeelde hasjbaron Etienne U., wel heeft ingenomen.

Het betekent waarschijnlijk ook dat minister Sorgdrager nog grotere aarzelingen zal kennen om de televisie in de rechtszaal volledige opnames te laten maken. Op verzoek van het Tweede Kamerlid Dittrich (D66) inventariseert de minister nu onder magistraten meningen over dit onderwerp.

Maar de D66-parlementariër denkt juist dat het arrest van het hof “een belangrijk argument vormt” om de televisie snel tot de rechtszaal toe te laten. Dittrich: “Alleen met een in principe integrale opname van het juridisch debat in de rechtbank voorkom je dat justitie buiten de rechtszaal om de media gaat opzoeken in een poging journalisten te bewerken”.